Achteraf las ik met stijgende verbazing al die onderdanige krantenrecensies van Siciliaanse vespers. Welnu, ik vind Meijsings laatste te vervelend voor woorden. Een rommeltje is het, een vergaarbak van een schrijver die zijn stokpaardjes (liefde, Italië, de gebroeders Sehnsucht & Weltschmerz) kwijt wil, maar nauwelijks nog maalt om compositie. Ook het stramien — intellectuele verleider stoot op de beperkingen van een jongere vrouw — is onderhand bekend.
.
In Siciliaanse vespers komt Geerten Meijsing opnieuw aanzetten met dat comfortabele alter ego Erik Provenier. De schrijver is inmiddels de vijftig gepasseerd, moeten we aannemen, en verkast van Toscane naar Sicilië. Toegegeven, de zorgvuldig gepolijste openingsbladzijden, waarin Meijsing met een snuifje retorica terugblikt op zijn leven en liefdes so far, zijn sterk.

Ik heb uitsluitend voor de schrijverij geleefd: de werkelijkheid steekt bleek af bij de schriftuur. Als je het academisch wilt stellen: wat niet beschreven is, kan evengoed niet zijn gebeurd. Mijn leven bestaat slechts uit datgene wat ik daarvan heb vastgelegd. De literatuur is voor mij het filter van de ervaring. Wat ik beleef, komt pas tot leven wanneer ik het verwoord heb, vastgelegd met een begin, midden en een eind. Ik heb altijd geleefd in het perspectief van wat een afgerond verhaal kan worden, boeken lang, een oeuvre vol.
En daarmee is een paradox ontstaan omdat ik tegelijk heel goed weet dat het onmogelijk is. Je kunt de beleving van om het even welke levensfase toch niet overbrengen — dat wat er betekenis aan heeft gegeven, de vluchtige, etherische essentie ervan. Je droomt zoals je sterft: alleen.
Nog voordat ik kon spreken, was ik verliefd. Ik heb zo lang ik mij kan herinneren geleefd in een staat van verliefdheid. Geen gemoedstoestand maar een wezenstrek van mijn karakter. Duurzaam verliefd, de invulling kan wisselen, er zijn ook overlappingen geweest, vier of vijf geliefden tegelijk geen probleem, ongeveer zoveel als er gaspitten op een fornuis zitten, je kunt het best verschillende potjes op het vuur houden. Zoals een andere hartsvriendin die uit mijn leven verdwenen is, het eens formuleerde tijdens haar derde huwelijk: ‘Mijn hart is groot genoeg voor meerdere liefdes.’ Alleen zó pleeg je geen verraad, wat in onze jonge jaren zijn de mogelijkheden onbeperkt, we dragen allemaal meerdere levens in onze koker. Stel je voor dat Cupido slechts één pijl ter beschikking had gestaan! Ik moet er niet aan denken.

Maar de inkt van deze woorden is nog niet droog, of Proveniers cynische ziel wordt op sleeptouw genomen door een oude jeugdliefde die zijn pad kruist. En wanneer zij op een gegeven moment vernederd wordt, voelt Provenier, die zich een goede Siciliaan waant, zich evenzeer in zijn eer gekrenkt. Het nieuwgeboren koppel neemt de Citroën en zet koers richting Amsterdam, onderwijl een petit tour makend door Italië, van zuid naar noord. Op gezette tijden belandt het tweetal in bed, door Meijsing uitvoerig en niet altijd even smaakvol in beeld gebracht. Provenier beleeft naar eigen zeggen “een wonderlijke renaissance, op hormonaal gebied” met zijn vriendin.

Seks is een wedstrijd: voor de vrouw een lange worsteling om klaar te komen; voor de man een lange worsteling om nog niet klaar te komen, zo stond het in het programmaboekje.

Uit eerdere romans (bijvoorbeeld het strakker gehouden Dood meisje) kennen we al Proveniers voorkeur voor borderliners. De bedaagde intellectueel vindt het prettig wanneer dit type vrouwen zich aan hem vastklampen. Zelfs als dat betekent dat hij daardoor óók labieler gedrag begint te vertonen. Op borderliners kan de ijdele Provenier zijn docerende, instruerende neigingen botvieren.

Het grote probleem was alleen dat die meisjes, zo aantrekkelijk in ongerede toestand, hun sjeu verloren wanneer ze hun leven gebeterd hadden, of onder de medicijnen zaten.

Ook met deze veertigjarige “reisescort” Elizabeth (een oversekst geval dat het midden houdt tussen Lee Miller en Liz Hurley) loopt het niet goed af. Voorspelbaar, maar vergeeflijk. Erger is het slaapverwekkende proza waar de roman tegen die tijd is naar afgezakt. De auteur focust niet. Hij laat Provenier tegen de sterren op kletsen. Over auto’s, mode, luxeprodukten, wat niet al. Maar waarom, in ‘s hemelsnaam?
.
Beetje penibel is het om Meijsing, met zijn uitvoerig beleden voorkeur voor Rolfe, Gissing, Quignard en Villiers de l’Isle-Adam, ineens te zien flirten met onversneden porno en de Smashing Pumpkins. Niet de combinatie op zich stoort natuurlijk, wel dat Meijsing Siciliaanse Vespers laat verworden tot een mengsel dat nergens meer naar smaakt.
.
En waar is de stilist gebleven? Goed, er staan mooie dingen in dit boek. De ontroerende brief op pagina 109. De passages waarin Meijsing zijn licht laat schijnen op de Siciliaanse volksaard (p. 153 en 154). De grimmige slotsom van de roman, ‘de tien wetten van de liefde’ –

1 Niet verliefd worden.
.
2 Nooit de fout begaan in de ander te zien wie jíj erin wilt zien.
.
3 Nooit denken jezelf in de ander terug te zien: wat je ziet ben je zelf.
.
4 Niet jezelf verraden door omwille van de geliefde dingen doen of zeggen die je anders nooit gedaan of gezegd zou hebben.
.
5 Nooit denken dat de andere partij een statische, onveranderlijke figuur is met stabiele sentimenten. Verliefdheid is een dynamisch proces. De zogenaamde liefde is niet onveranderlijk of eeuwig herhaalbaar, zoals de geslachtsdaad.
.
6 Vrouwen die niet willen of niet kunnen eten c.q. koken, zijn niet sensueel.
.
7 Altijd voor ogen houden dat degene die het meest van de ander houdt het onderspit zal delven. Volgens de informatietheorie is de zogenaamde liefde nooit recht evenredig: het is altijd een one up/one down-verhouding.
.
8 Wie zijn jeugdliefde trouw blijft, is zichzelf ontrouw.
.
9 Geen rancune koesteren omdat er niets is uitgekomen wat er niet in zat.
.
10 Liefde bestaat niet. Het is een geloof — wie gode behaagt, ontsnapt eraan.

– maar Siciliaanse vespers wordt ook in grote mate ontsierd door een kabbelend soort vakantierealisme waar de auteur in het verleden (in Stucwerk) juist op heeft afgegeven.
.
O, Meijsing heeft duidelijk lol beleefd aan zijn romannetje. Je zou voor minder. Beetje sabbelen op herinneringen, hier en daar een aandikking, wensdroompje links, roddeltje over de Librisprijs rechts. Maar de schrijver kennende verwacht ik zoveel meer van hem.
.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> meer Meijsing op Achille: Stukwerk
.
Geerten Meijsing, Siciliaanse vespers
285 p.
Uitgeverij Balans, 2007


Zeg uw gedacht