Dat de jury’s van de AKO’s en de Boekenuilen van deze wereld niet serieus genomen willen worden, blijkt alleen al uit het feit dat ze geen anonieme manuscripten beoordelen, maar romans met naam en toenaam. Op die manier krijgt zoiets basaals als het halo-effect vrij spel. Bij een gevestigde schrijver straalt de herinnering van een eerdere glansprestatie al te makkelijk af op het boek dat voorligt.
Het halo-effect is het verschijnsel waarbij de aanwezigheid van een bepaalde kwaliteit bij iemand de waarnemer de indruk geeft dat ook andere kwaliteiten bij die persoon aanwezig zijn. Wikipedia geeft als voorbeeld een docent wiskunde en fysica. Een bepaalde student heeft een zeer goed examen wiskunde afgelegd. Het gevaar bestaat dat de docent, wanneer diezelfde student bij het examen fysica een fout maakt, gaat denken dat het een vergissing is en hij wel beter weet, terwijl bij een andere student het antwoord als fout zal worden ervaren.
Ik weet, iemands reputatie, ook die van een schrijver, kan juist tegen hem werken. En een anoniem ingezonden tekst van Brouwers of Verhelst zal een jury er in het kader van een literaire prijs wel kunnen uithalen. (Hoewel, Grunberg slaagde er ooit in als Marek van der Jagt voor de tweede maal de Anton Wachterprijs voor beste debuut te winnen.) Maar anders is het gesteld met manuscripten die anoniem worden opgestuurd ter publicatie. Die moeten het echt op eigen kracht redden.
Zo stuurde Herman Brusselmans eind jaren negentig de tekst van Het einde van mensen in 1967 naar een tiental uitgeverijen, onder de schuilnaam Peter Van Oostende. Alle tien wezen ze het af, ook zijn eigen uitgeverij – een gegeven waar de uitgeverij noch de auteur zelf principiële conclusies hebben uitgetrokken. De Britse psycholoog Stuart Sutherland (1927-1998) vertelt in zijn boek een variant op dit verhaal: de grappenmaker die de roman Stappen van Jerzy Kosinski overtikte en het naar diens uitgeverij opstuurde, alwaar het typoscript niet werd herkend en afgewezen. Zonder de naam van de gevierde auteur – en het halo-effect – werd de tekst als onbeduidend beschouwd.
Irrationaliteit barst van de voorbeelden, uit de praktijk en uit proefopstellingen, die het gebrek aan oordeelskracht van mensen – professionals incluis – blootleggen. Daar zitten niet alleen de beroemde experimenten van Stanley Milgram (1963) tussen (die de ideeën van Mulisch en Arendt over de banaliteit van het kwaad een wetenschappelijke basis gaven), ook minder bekend werk van Solomon Asch en Muzifer Sherif komt voorbij. Goed duidelijk wordt onder meer dat onversneden behaviorisme à la Skinner helemaal passé is in de hedendaagse psychologie.
Ondanks zijn opsommigerige stijl is het boek een absolute aanrader. Het lijkt me niet alleen zeer compleet en demonstratief, Sutherland maakt ook genoeg de brug van proefopstelling naar de praktijk van alle dag en legt uit welke verstrekkende gevolgen de psychologische ‘wetmatigheden’ die hij aankaart hebben.
Het voornoemde halo-effect is bijvoorbeeld de reden waarom een klassiek sollicitatiegesprek niet deugt. Het is bekend dat jury’s tijdens het gesprek vooral bezig zijn met het zoeken naar bevestiging van de eerste indruk die een kandidaat maakt.
En hebt u er ooit al eens bij stilgestaan hoezeer een onverdacht medium als Test-Aankoop wordt overschat? De tests die de meeste consumentenmagazines uitvoeren zijn niet wetenschappelijk omdat de steekproef veel te klein is. Bij elektrische apparaten wordt er één exemplaar van elk type getest. De test houdt dus geen rekening met de mogelijkheid dat er tussen de diverse exemplaren van hetzelfde model evenveel verschil kan zitten als tussen de modellen onderling. Een verborgen gebrekje in een bepaald toestel kan dus grote gevolgen hebben voor de eindbeoordeling.
Laatste voorbeeld: onze angst voor kerncentrales. Die is buitenproportioneel groot. Mensen overschatten immers de gevaren van dramatische ongelukken (bijvoorbeeld een kernramp) in vergelijking met het sluipenderwijs overlijden van veel mensen op verschillende tijdstippen in een groter verspreidingsgebied. Daar zit de beschikbaarheidsfout voor iets tussen: we vellen te vaak een oordeel op grond van wat beschikbaar is — van wat het eerste dat bij ons opkomt. Alles wat sterke emoties oproept, wat dramatisch is, wat leidt tot de vorming van beelden en wat concreet is in plaats van abstract, is gemakkelijk beschikbaar.
Tegen deze algemeen menselijke denkfouten helpt rationaliteit. Rationeel gedrag is volgens Sutherland “zo handelen op basis van de beschikbare kennis dat je de grootste kans maakt je doelen te bereiken”. Zo beschouwd lijkt rationaliteit op het eerste gezicht op efficiëntie. Ten onrechte: efficiëntie of doelmatigheid is de mate van gebruik van beproefde en effectieve middelen om een bepaald doel te bereiken. Een proces wordt efficiënt genoemd als het ten opzichte van een norm weinig middelen gebruikt. Het begrip ‘grootste kans’ verruimt de definitie van rationaliteit ten opzichte van efficiëntie: van zodra niet alles perfect in te schatten valt, ben je rationeel als je je zo gedraagt dat je de grootste kans maakt om effectief te zijn.
Rationeel denken is gebaseerd op de aanname dat er wetten zijn die de wereld besturen en dat deze wetten in de loop van de tijd onveranderd blijven. Dit is een aanname die we niet kunnen bewijzen, maar gelukkig alleen in filosofische middens voor vruchteloze haarkloverij zorgt.
Een irrationele handeling moet ook doelbewust uitgevoerd zijn. Een fout, vergissing, of verstrooidheid, of een verwrongen perceptie van de wereld door hersenbeschadiging of geestesziekte, zijn allemaal geen vormen van irrationaliteit.
Het goede van Sutherlands definitie is dat ze duidelijk maakt dat rationaliteit an sich niet bestaat. Het is niet zoiets als logisch denken. Rationeel denken en rationeel beslissingen nemen leiden niet per definitie naar ‘de waarheid’. Voor Australië ontdekt werd, was het rationeel aan te nemen dat alle zwanen wit waren, iets wat later niet bleek te kloppen.
Neen, rationaliteit is een relatief begrip. Rationaliteit is alleen maar mogelijk in het kader van een bepaald doel. Het gaat erom dat je probeert te kijken naar alle mogelijke gevolgen van je daden om te bepalen welke doelen ze dienen en te ontdekken of ze gevolgen hebben die je onwenselijk acht. Meteen wordt duidelijk dat weinig mensen in die zin rationeel zijn: weinig mensen denken serieus na over hun doelen en nog minder mensen denken serieus na over de talrijke mogelijke gevolgen van hun daden. Om rationeel te handelen moet je dus je doelen prioriteren.
Mocht rationaliteit niet relatief zijn maar absoluut, zegt Sutherland, dan zou er zoiets moeten bestaan als rationele doelen. Er bestaan zeker irrationele doelen: doelen die onmogelijk te bereiken zijn, doelen die met elkaar in conflict zijn, of niet nauwkeurig bepaalde doelen. Maar rationele doelen? Die zouden voor iedereen geldig moeten zijn. En wat zou er in hemelsnaam voor iedereen geldig kunnen zijn? Het voortbestaan van de soort? Maar misschien zijn buitenaardse wezens die ons willen vernietigen wel beter en waardevoller. Het grootste geluk voor het grootste aantal mensen? Maar hoe definieer je geluk? Het streven naar kennis? Maar waarom zou dat beter zijn dan het streven naar geluk?
Nadenken over ultieme doelen, zegt Sutherland, brengt ons voorbij het domein van de rationaliteit. Een gegeven doel is alleen verdedigbaar in het kader van een bovenliggend doel. Ultieme doelen zijn dan ook niet verdedigbaar – ook al omdat niemand zo’n ultiem doel nastreeft, omdat hij gestuurd wordt door biologische driften zoals honger, dorst, seks en het vermijden van pijn.
Pogingen om moraliteit te baseren op een rationele grondslag zijn eveneens tot mislukken gedoemd. Mensen stellen zichzelf op de eerste plaats en dat is op zich al irrationeel: rationeel zou ik het geluk van mijn buurman gelijk moeten stellen met het mijne. Gelukkig nemen de meeste mensen spontaan een tussenpositie in: ze plaatsen hun eigen geluk op de eerste plaats, maar doen ook pogingen om rekening te houden met dat van anderen.
Een groot manco van Sutherlands definitie van rationaliteit – “zo handelen op basis van de beschikbare kennis dat je de grootste kans maakt je doelen te bereiken” – zit in het stukje “op basis van de beschikbare kennis”. Rationaliteit, wordt hier gezegd, kan slechts worden beoordeeld in het licht van iemands kennis. Sutherland is daar heel expliciet over: “voor wie ook maar iets van astronomie afweet, zou het waanzin zijn om te proberen de maan te bereiken door in een boom te klimmen; maar als een klein kind dat zou proberen, zou het een volkomen rationele, zij het ietwat ondoordachte handeling kunnen zijn.”
Het probleem is dat Sutherland zijn definitie zélf niet handhaaft in de loop van zijn boek. Zonder zich daar overigens bewust van te zijn. De meeste denkfouten die hier worden gedocumenteerd maken de mensen zonder dat ze er erg in hebben – vaak omdat ze geen benul hebben van kansrekening. Ze bezitten dus niet benodigde kennis. Toch wordt hun gedrag als irrationeel weggezet.
Soit. Waar dit boek mooi komaf mee maakt is de opvatting, die vooral bij radicalen ter linkerzijde leeft, dat mensen die rationeel door het leven willen gaan per definitie kleinburgers zijn voor wie rationaliteit de vanzelfsprekende norm is.
Niet dat daar geen historische redenen voor zijn. Denk aan Aristoteles die de mens definieerde als “een rationeel dier”. Denk aan Descartes of Gilbert Ryle. Zelfs voor Freud, zegt Sutherland, was rationeel gedrag de norm. De Weense zenuwarts wilde verklaringen vinden voor dromen, neurotische symptomen en versprekingen en zo aantonen dat ogenschijnlijk irrationele gedragingen in werkelijkheid rationeel zijn: ze maken het mogelijk dat het libido in verhulde vorm wordt bevredigd.
En ook tegenwoordig geloven de meeste mensen inderdaad dat vrijwel iedereen die niet dementeert ten minste grotendeels rationeel is. Tot het begin van de jaren zeventig was de economie gebaseerd op het concept van de rationele mens. De consument gaf geld in ruil voor de goederen van zijn voorkeur en kocht wat economisch gezien het meest verantwoord was. De zakenman produceerde goederen die de meeste winst opleverden.
Dit boek kadert echter in een steeds breder wordende stroming van intellectuelen – psychologen, filosofen, wetenschappers, zelfs economen – die irrationaliteit als een wezenstrek van de mens zien. Irrationaliteit is de norm en dit komt niet alleen, zelfs meestal niet, omdat emoties het gezond verstand vertroebelen. Sutherland pleit voor meer aandacht voor kansrekening, statistiek en psychologische wetmatigheden in het onderwijs. Hij bestrijdt de misvatting dat een studie klassieke talen voldoende training biedt in denken om een student in staat te stellen eenvoudig een ander vakgebied eigen te maken.
Op het einde van zijn boek gaat Sutherland in op de vraag die ik me al vroeg tijdens het lezen stelde: is meer rationaliteit wel zo wenselijk in onze maatschappij? Maakt berekening het geluk niet zoveel matter? Er kan vreugde en extase schuilen in het nemen van risico’s. Spontaniteit – de snelheid waarmee iemand handelt – is een belangrijke indicatie voor de oprechtheid van zijn daden. En bedachtzame mensen kunnen behoorlijk saai zijn. Is de drang naar rationaliteit niet gewoon een passie als een ander?
Uiteindelijk blijkt Sutherland een gematigde positie in te nemen. Rationaliteit is vooral belangrijk in het besluitvormingsproces dat experts en bewindslieden doormaken, die beslissingen nemen die veel mensen treffen: legeroversten, artsen, ambtenaren, noem maar op.
In het privéleven, zegt de auteur, nemen echter mensen weinig beslissingen die belangrijk zijn. Hij noemt er vier: waar gaan we wonen en welk huis kopen we? welke carrière jagen we na? met wie gaan we samenwonen? en kiezen we voor kinderen? Bij elk van die vragen spelen persoonlijke factoren zo’n rol dat rationaliteit maar op beperkte schaal iets kan uitrichten.
Toch heeft rationaliteit ook in het dagelijkse leven zijn nut. ‘Spontaan’ vertoon van woede, frustratie, verdriet of jaloezie vinden we toch niet zo aangenaam. Bovendien kan rationaliteit ons wel degelijk helpen een beter mens te worden. Psychologen hebben vastgesteld dat wanneer wij weerstand bieden aan een slechte daad, het gemakkelijker wordt om er de volgende keer weerstand aan te bieden – de mens is dus niet de snelkookpan van Freud die vroeg of laat stoom zal moéten aflaten. Wanneer we wat vaker op een beredeneerde manier te werk gaan, en systematischer weerstand bieden aan slechte daden, zullen we op den duur in staat zijn het goede te doen zonder erbij na te denken.
Irrationaliteit is een essentieel boek voor wie bewuster in het leven wil staan en verdient daarom een grondige samenvatting (zie hieronder). Het is ook een titel die uitnodigt tot weerwerk. Inmiddels is er een hele plank populaire boeken op de markt die net focussen op de waarde van intuïtief en onlogisch handelen. Denk aan Dan Ariely en zijn Volmaakt onvoorspelbaar. Wordt dus vervolgd.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> selectieve bibliografie in de reacties hieronder
Stuart Sutherland, Irrationaliteit
334 p.
Uitgeverij Nieuwezijds, 2010
Oorspr. Irrationality (1992)
Vertaald door Kees de Vries
De verkeerde indruk
Zijn er in het Engels meer woorden die eindigen op –ing dan op –n– (waarbij de n dus de voorlaatste letter is)? De meeste mensen denken dat woorden op –ing talrijker zijn, maar woorden met n op de voorlaatste positie moeten wel vaker voorkomen omdat alle woorden op –ing op de voorlaatste positie hebben, naast talrijke andere woorden (zoals fine).
Reden voor deze denkfout: mensen kunnen zich woorden die op –ing eindigen gemakkelijker voor de geest halen dan woorden op –n– eindigen gemakkelijker voor de geest halen dan woorden op –n–. Een oordeel vellen op grond van het eerste dat bij je opkomst, heet een availability error. Veel andere specifieke fouten zijn in feite slechts varianten hiervan.
Voorbeelden: Jaws en gevaar op het strand; het geratel van fruitautomaten (gokken); het prisoner’s dilemma; geheugen voor foto’s versus woorden;
Wanneer is iets beschikbaar? Alles wat sterke emoties oproept, wat dramatisch is, wat leidt tot de vorming van beelden en wat concreet is in plaats van abstract is, is gemakkelijk beschikbaar. Een moord door een moslim krijgt meer aandacht in de pers dan een moord door Kees S.: het is dramatischer, minder alledaags en daardoor meer beschikbaar.
Voorbeelden: Persberichten over kermisongelukken, vliegtuigkapingen;
Het is bekend dat een arts die recentelijk een aantal gevallen van een bepaalde ziekte heeft gezien, geneigd is die ziekte bij patiënten vast te stellen die haar niet hebben.
Het simpele feit dat de koersen van aandelen stijgen spoort mensen aan ze te kopen. Terwijl de correcte strategie is: kopen als de koersen laag zijn en verkopen als de koersen hoog zijn.
Statistiek is abstract en saai. Daarom negeren de meeste mensen haar. De wetenschap dat roken de kans op longkanker vertienvoudigt, heeft weinig effect. Mensen die stoppen met roken, doen dat meestal na een geïsoleerde dramatische gebeurtenis.
Primacy error (voorrangsfout): we vormen opvattingen op basis van eerste indrukken. Latere gegevens worden in het licht van deze opvattingen geïnterpreteerd.
Voorbeelden: inschatten van iemands persoonlijkheid op basis van de eerste kenmerken uit een lijst met persoonlijkheidskenmerken;
Er bestaat echter geen conflict tussen de voorrangsfout en het effect van recente informatie op beschikbaarheid. De voorrangsfout treedt op doordat bij de presentatie van onderling samenhangend materiaal (zoals een krantenartikel of een lezing) de interpretatie van het latere materiaal wordt gekleurd door het eerdere. Het recency-effect treedt daarentegen op wanneer het materiaal onderling niet samenhangt; onder deze omstandigheden zijn we geneigd ons te laten beïnvloeden door wat we het laatst hebben gezien of gehoord.
Voorbeelden: mensen in sollicatatiegesprekken vormen zich in pakweg de eerste minuut een indruk van de sollicitant en zijn de rest van het interview bezig die indruk te bevestigen;
Het halo-effect is eveneens verwant aan de beschikbaarheidsfout. Als iemand een opvallend (=beschikbare) goede eigenschap heeft, beoordelen andere mensen zijn andere eigenschappen vaak als beter dan ze in werkelijkheid zijn. Aantrekkelijke mensen en vrouwen worden vaak hoog ingeschat wat betreft intelligentie, atletisch vermogen, gevoel voor humor, enzovoort. Maar uiterlijk heeft weinig met dergelijke eigenschappen te maken. Het tegenovergestelde is het horns-effect.
Voorbeelden: examens die net of slordig geschreven zijn; het weigeren van wetenschappelijke artikels van mensen verbonden aan minder gereputeerde instituten; de afwijzing van een anoniem opgestuurd exemplaar van de reeds gepubliceerde roman Jerzy Kosinski;
Moraal: Baseer nooit een oordeel of beslissing op één enkel geval, hoe frappant ook. Probeer iemands eigenschappen afzonderlijk van elkaar te beoordelen. Schort je oordeel bij samenhangend materiaal op tot het einde. Beoordeel iemands resultaten anoniem.
Gehoorzaamheid
Bij de Milgram-experimenten waarbij proefpersonen opdroeg schokken toe te dienen aan vreemden stonden geen sancties op ongehoorzaamheid — de proefpersonen waren vrijwilliger en konden het laboratorium verlaten wanneer ze maar wilden. In veel dagelijkse situaties, zoals in het leger, bij de politie en zelfs in de zakenwereld, wordt ongehoorzaamheid wél bestraft. Kritiekloze gehoorzaamheid zal dus nog vaker voorkomen dan in de experimenten van Milgram. Hij denkt dat de neiging tot gehoorzaamheid en conformisme kan verklaren waarom zoveel doorgaans fatsoenlijke Duitsers in de Tweede Wereldoorlog wreedheden hebben begaan.
Voorbeelden: iemand op de bus of metro vragen zijn plaats af te staan; copiloot die niet tegen het oordeel van de piloot durft in te gaan; bombardement op Dresden; napalm in Vietnam; massaslachting in My Lai;
Waar komt ruime medeplichtigheid aan wreedheden vandaan? Mensen in militaire organisaties krijgen systematisch geleerd geen bevelen in twijfel te trekken. Vaak krijg je niet rechtstreeks te maken met de slachtoffers. Ongehoorzaamheid leidt tot zware straffen. Wreedheden worden begaan tegen buitenstaanders. Deze buitenstaanders worden eerst uitgebreid zwart gemaakt. Het is makkelijk je persoonlijke morele verantwoordelijkheid hierbij te negeren. Handelen uit gehoorzaamheid is een automatisme.
Omgekeerde: het lijkt erop dat mensen juist het tegenovergestelde doen van wat hun wordt opgedragen als degene die de opdracht geeft niet het gezag heeft om dat te doen, als de opdrachten op een onbehouwen manier worden gegeven, als ongehoorzaamheid niet bestraft wort en als de persoon het zeer oneens is met wat hem is opgedragen.
Moraal: Denk na voordat je gehoorzaamt. Stel de vraag of het bevel gerechtvaardigd is.
Conformisme
Gehoorzamen is handelen volgens de bevelen van aan gezagsdrager. Conformeren is handelen als je gelijken. Slechts een kwart van de proefpersonen stelde voldoende vertrouwen in zijn eigen zintuigen om bij alle twaalf tests waarbij de anderen een foute keuze maakten, de juiste lijn uit te kiezen. Driekwart koos ten minste één keer de verkeerde lijn en de meesten deden dat dikwijls. Vrijwel iedere proefpersoon dacht niet beïnvloed te zijn door de meerderheid. Het is hoe dan ook irrationeel om je eigen oordeel bij te stellen uit conformisme zonder je daarvan bewust te zijn.
De effecten van conformisme op opvattingen en houdingen kunnen behoorlijk schadelijk zijn doordat mensen de neiging hebben zich aan te sluiten bij anderen met dezelfde opvattingen als zijzelf. De enige manier om een opvatting te staven is proberen haar te weerleggen. Maar omdat gelijkgestemden elkaar opzoeken, worden zij zelfden geconfronteerd met tegenargumenten, laat staan tegenbewijzen, tegen hun diepere overtuigingen. Zij conformeren hun opvattingen aan die van elkaar, waardoor het nauwelijks mogelijk is hardnekkige dwalingen te elimineren.
Bij publiekelijk aangekondigde beslissingen is de kans dat mensen ze uitvoeren groter dan bij beslissingen die ze voor zich houden. Dit verschijnsel vormt de achtergrond van het succes van organisaties als Weight Watchers en Anonieme Alcoholisten.
Voorbeelden: geboortebeperking (p. 45); dueleren; ketterverbrandingen; vrouwenmode met ongezonde producten als de naaldhak, het strakke korset en de petticout; een boodschap van een expert of een zeer betrouwbare persoon veel overtuigender dan dezelfde boodschap uit een minder geloofwaardige bron; een celebrity die betaalt kreeg om een product aan te bevelen;
Conformisme kan leiden tot drie vormen van extreem gedrag: paniek, geweld en religieuze bekering. Paniek: denk aan de paniek bij een brand in een bioscoop. Er is relatief weinig paniek bij angstige soldaten. Geweld: door het ontindividualiserende effect van massa’s waarbij het makkelijk is je persoonlijke verantwoordelijkheid neer te leggen. Andere redenen voor massageweld zijn het gegeven dat vijandige gevoelens zich gemakkelijk verspreiden, de neiging tot haantjesgedrag om andere leden van de groep te imponeren, het verlangen om zich als leider te manifesteren door als eerste een gewelddaad te plegen en het verlangen om de identiteit van de eigen groep te versterken door andere groepen aan te vallen. Escalatie van geweld ontstaat ook doordat leiders proberen het voortouw te houden, terwijl anderen zich conformeren. Bekering: in navolging van Amerikaanse tv-predikanten.
Het bystander-effect: iemand die samen met andere mensen getuige is van een gebeurtenis die om ingrijpen vraagt, voelt zich minder verantwoordelijk dan wanneer hij alleen is. Mensen schieten een vrouw in nood vaker te hulp dan een man in nood en ze helpen leden van hun eigen ras meer dan leden van andere rassen.
Moraal: Denk goed na voordat je een besluit publiekelijk aankondigt. Als je begint aan iets waarop je niet wilt terugkomen, licht dan zoveel mogelijk mensen in. Doe je iets omdat anderen het doen of omdat het je doelen dichterbij brengt? Laat je niet imponeren door goede raad van mensen die je bewondert, tenzij ze deskundig zijn in het onderwerp in kwestie. Laat je door het gedrag van mensen niet overhaast aanzetten tot dingen die je op rustiger momenten nooit zou doen.
‘In-groups’ en ‘out-groups’
Het lidmaatschap van een groep brengt veel voordelen met zich mee: een gevoel van erbij horen, een gevoel van saamhorigheid, hulp bij het najagen van gemeenschappelijke doelen en het verkrijgen van gunsten van andere leden. Mensen behoren meestal tot groepen met dezelfde opvattingen als zijzelf, zodat ze zich verzekerd weten van steun voor hun eigen overtuigingen. In het psychologenjargon heet elke groep waartoe je behoort een in-group en elke groep waartoe je niet behoort een out-group.
Het individu conformeert zich aan de groep, maar er gebeurt ook iets heel verrassends met de groep als geheel. De opvattingen van elk groepslid schuiven níet op naar de middenpositie, maar worden sterker door de onderlinge interactie van de groepsleden.
Risky shift: na een discussie neigen leden ertoe extremere en meer risicovolle standpunten in te nemen.
Groupthink: groepen nemen extremere besluiten dan individuen. Groepsleden ontwikkelen een illusie van onkwetsbaarheid, gekoppeld aan extreem optimisme, ze negeren ongemakkelijke feiten, het geloof in hun eigen moraliteit kan hen aanzetten tot immorele daden als middel tot een doel, ze hebben stereotype opvattingen over rivaliserende groepen, individuele leden proberen groepsleden het zwijgen op te leggen, ieder groepslid onderdrukt zijn eigen twijfels om zich te conformeren, als gevolg ontstaat een illusie van immuniteit. Groepsleden proberen de goedkeuring van anderen te verwerven door extreme meningen in de voorkeursrichting te ventileren.
De leider van een adviescommissie omringt zich met volgelingen; de volgelingen worden nog volgzamer.
Voorbeelden: Thatcher versus Reagan; Johnson en zijn adviseurs; slag om Arnhem, Pearl Harbor;
Wanneer mensen specifieke beroepskleding dragen, creëren ze bovendien een afstand tot anderen en worden ze aangespoord tot extreem en irrationeel gedrag.
Voorbeelden: rechters; proefpersonen in verplegerskledij zijn minder agressief, in Ku-Klux-gewaden juist aggressiever; de experimenten van Muzifer Sherif (p. 63) die tonen hoe gemakkelijk haat zich tussen verschillende groepen ontwikkelt; verminderde rivaliteit tussen mogendheden vanwege gemeenschappelijke haat en succesvolle inspanningen tegen nazi-Duitsland;
Gezien het bewijs, dat varieert van vals spel en venijnig gedrag tijdens rugbywedstrijden tussen Engelse kostscholen tot pyschologische oorlogsvoering aan het schaakbord, is het uitzonderlijk dat veel mensen nog steeds geloven dat wedstrijdsport een positive invloed heeft op de relaties tussen nationaliteiten of groepen waartoe de strijdende teams behoren.
Waar komen stereotypen vandaan? Stereotypen zijn gemakkelijk: we hoeven niet elk individueel geval te beoordelen. We hebben bovendien vooral oog voor wat onze mening ondersteunt. Ten derde vallen de daden van leden van een minderheidsgroep ons veel sneller op dan die van leden van een grotere groep, omdat ze zeldzamer zijn. Stereotypen kunnen zichzelf bevestigen (‘luie’ zwarten vinden moeilijker een baan en hangen dan maar wat rond op straat). Bepaalde aspecten van een stereotype hebben basis in het dagelijks leven. Het verschil tussen twee verzamelingen voorwerpen wordt overdreven wanneer er etiketten op worden geplakt. Halo-effect: vreemd uiterlijk wordt geproject op vreemde karakteristieken. Door de sociale interactie van de in-group wordt het oordeel over de out-group sterker. Ten slotte onderstrepen goedbedoelende wereldverbeteraars dezelfde vooroordelen.
Moraal: Laat je niet meeslepen door de heersende opvattingen in een club; bedenk tegenargumenten en breng ze naar voren. Zorg voor tegenstemmen in een commissie. Laat je niet inpakken door geslijm. Houd voor ogen dat niet iedereen beantwoordt aan stereotypen.
De dwaasheid van organisaties
De aanname: rationele organisaties zullen de beste beschikbare middelen inzetten om haar doelen te realiseren. In dat opzicht is de zin ‘Dat kunnen we niet doen; dat schept een precedent’ irrationeel, omdat een besluit op grond van zijn eigen merites moeten worden genomen.
Voorbeelden: de pogingen van Leslie Chapman om iets te doen aan de verspilling bij de Britse overheid. Maar de overheid is een zichzelf in stand houdende oligarchie.
Waarom? In publieke instellingen zijn maar weinig mensen verantwoording verschuldigd aan anderen: besluiten worden meestal in commissies genomen (nadelen: zie infra). Promotie wordt bepaald door anciënniteit. Veranderingen betekent risico’s nemen en slechts weinigen zullen risico’s nemen, tenzij ze denken er zelf van te kunnen profiteren. De structuur van overheidsinstellingen moedigt overbesteding aan: promotie kan afhankelijk zijn van de hoeveelheid mensen die je onder je hebt of van de hoeveelheid geld die je te besteden hebt. Toegewezen geld grotendeels afhankelijk van de begroting van het jaar daarvoor: bezuinigen wordt daarom niet aangemoedigd. Wijzigingen hebben betrekking op veel mensen en zijn daarom niet populair. Inhaligheid en prestige spelen een rol. De Britse regering heeft een obsessie met geheimhouding.
Twee hervormingen die de ambtenarij beter zouden kunnen functioneren: maak de wijze van bestuur voor iedereen inzichtelijk; en sta erop dat iedereen die voor de overheid werkt gebruikmaakt van publieke diensten wanneer die beschikbaar zijn. Parlementsleden moeten bv. gedwongen worden per metro en niet per taxi te reizen.
Uit een onderzoek van het tijdschrift Fortune beleek dat voor meer dan de helft van de Amerikaanse zakenlieden het volgen van traditie belangrijker is dan het maken van winst. Dat is misschien de makkelijkste weg, maar niet altijd de verstandigste.
Uit tientallen afzonderlijke studies is gebleken dat beleggingsadviseurs het consequent slechter doen dan de markt waarin ze zich bewegen. Hetzelfde geldt voor de managers van pensioenfondsen, beleggingsfondsen en de portfolio’s van verzekeringsbedrijven. Ze volgen de kudde en anticiperen niet. Ze kopen wanneer de prijzen hoog zijn en verkopen wanneer de prijzen laag zijn. Als hun arme klanten moeten besluiten welke aandelen ze willen kopen, kunnen ze beter blind een keuze maken uit de lijst met beursnoteringen.
Misplaatste consistentie
Mensen proberen consisent te zijn in hun opvattingen, vaak ten koste van de waarheid. Het eerder besproken halo-effect, dat ook werkt als het niet in iemands voordeel is om iets of iemand anders als volkomen goed te zien. Mensen gaan een optie doorgaans aantrekkelijker vinden nadat ze een keuze hebben gemaakt, soms gebeurt dit al tijdens het besluitvormingsproces (p. 87). Mensen willen koste wat kost hun inspanningen rechtvaardigen. Mensen die een offer hebben gebracht (geld, tijd, inspanning) hebben de neiging de activiteit voort te zetten, ook al kost hun dat meer dan het hun oplevert.
Voorbeelden: mensen die een huis keuren en kopen worden beïnvloed door het halo-effect en hun eerste indruk en zullen de tijd, moeite en geld die ze geïnvesteerd hebben rechtvaardigen door achteraf de positieve aspecten van het huis te overdrijven en de negatieve te minimaliseren; sommige nazi-gevangenen identificeerden zich met hun bewakers. Ze hadden blijkbaar alle hoop op verzet opgegeven en besloten tot volledige gehoorzaamheid en om hun geloof in dit besluit bij te zetten, namen ze de waarden van hun bewakers over.
Om het terugdraaien van een overduidelijk foutief besluit te rechtvaardigen, is het zinnig de gevolgen ervan zo zwart mogelijk af te schilderen of te vergeten: de ex-geliefde hekelen of foto’s van haar verbranden.
Het tegenovergestelde van een standpunt herroepen is dit geleidelijk steeds extremer laten worden. Veel criminelen beginnen met kleine misdaden.
Diverse experimenten hebben aangetoond dat de benadering van de glijdende schaal zeer effectief is als je mensen wilt overhalen iets te doen waartoe ze normaal gesproken niet bereid zouden zijn.
Iets is aantrekkelijker naarmate het moeilijker te krijgen – maar alleen als iemand eerst uit vrije wil allerlei obstakels moet overwinnen.
Sunk cost-fout: de weigering een zinloos project te staken waarin geld is geïnvesteerd. Een variant is het stoppen van een activiteit consistent met het niet meer geld of moeite eraan besteden dan je gewoon bent. Wanneer mensen een vaas breken ter waarde van 1500 euro, zijn ze veel minder van slag als ze de vaas jaren geleden voor 1 euro gekocht hebben dan de dag ervoor voor 1500 euro. Maar alleen de toekomstige winsten en verliezen zijn van belang. Het verleden is het verleden en irrelevant.
Voorbeelden: mensen weigeren de bioscoop bij een slechte film te verlaten en straffen zichzelf dus twee keer: geldverspilling en verveling; in de Eerste Wereldoorlog kosten de offensieven in de loopgravenoorlog meer aanvallers dan verdedigers. Toch zette generaal Haig in de slag aan de Somme de aanval op de goed verschanste Duitse posities voort.
Mensen die zich hebben laten overhalen tot een nare of immorele daad, willen zich rechtvaardigen door een reden te verzinnen voor die daad. Als ze een grote beloning voor hun daad ontvangen hebben, kan dat voldoende reden zijn; ze hebben alleen de behoefte zich te rechtvaardigen als de beloning zo klein is dat ze niet opweegt tegen de nare daad.
Moraal: Let erop dat je de gevolgen van een keuze niet overwaardeert, met name als je er veel tijd, moeite of geld in hebt gestoken. Voorkom dat je stapsgewijs tot een opvatting of daad komt waar je in het begin niet achter stond. Taxeer je activiteiten of bezittingen op de huidige waarde. Als iemand je overhaalt iets naars te doen, probeer dan niet het onplezierige ervan te bagatelliseren om jezelf te rechtvaardigen.
Verkeerd gebruik van beloningen en straf
Mensen die een beloning krijgen voor een nare taak, ervaren die taak als minder naar. Het omgekeerde gaat ook op. Een grote beloning devalueert – zeker op lange termijn – de taak in de ogen van degenen die hem uitvoeren. Vaak stimuleren beloningen goed gedrag van cliënten zolang ze in de instelling verblijven, maar wanneer cliënten de instelling verlaten en ze geen beloningen meer ontvangen, vervallen ze weer in hun oude gedrag. Eenmaal buiten de instelling gedragen ze zich niet beter dan de cliënten die niet worden beloond.
Het voorgaande druist in tegen een belangrijke psychologische theorie over motivatie die aanneemt dat het verlangen om aan die activiteit deel te nemen uiteindelijk autonoom wordt als mensen voor een bepaalde activiteit worden beloond.
Er zijn wel twee fundamentele manieren waarop lof als beloning verschilt van materiële beloningen. Lof kan worden geïnternaliseerd: je kan complimenten aan jezelf geven. Ten tweede zijn er veel taken waarbij een goede uitvoering altijd kan rekenen op lof anderen, zoals vrienden, verwanten of collega’s: dergelijke beloningen zullen blijven bestaan.
Materiële beloningen maken aangename activiteiten minder aantrekkelijk en hebben weinig effect op minder aangename activiteiten als ze niet meer worden gegeven. En toch zijn in de westerse wereld scholing en tal van andere activiteiten vaak op dergelijke beloningen gebaseerd.
Voorbeelden: cijfers geven in het onderwijs; financiële beloningen voor werknemers; bonussen, commissies en stukloon; Nobelprijzen en overmoed van de laureaten; het niet halen van een literaire prijs kan als mislukking gezien worden; verschil maken tussen geven van prijzen en het toekennen van beurzen
Je kan je afvragen of mensen een activiteit waarop straf staat overwaarderen. Er bestaan inderdaad overtuigende bewijzen dat kinderen die door een mild dreigement worden overgehaald zich niet te misdragen veel minder geneigd zijn de ondeugende daad te verrichten wanneer het dreigement wegvalt dan kinderen voor wie zware straf dreigt.
Uit onderzoek in de thuissituatie is gebleken dat een kind gehoorzamer is naarmate het minder straf krijgt, wanneer de ouders erbij zijn en wanneer het alleen is. Het kind dat ervoor kiest iets niet te doen, mogelijk onder de dreiging van een lichte straf, zal ook daarna, wanneer de dreiging niet langer aanwezig is, dat gedrag achterwege laten aangezien het de keuze uit vrije wil heeft gemaakt.
In het algemeen geven mensen de voorkeur aan iets wat ze uit vrije wil gekozen hebben boven iets wat hun is opgedrongen, ook al gaat het om hetzelfde ding. Vrouwen die tot abortus gedwongen worden, kampen achteraf met meer psychische kwalen. Toch is het irrationeel om een voorwerp minder te waarderen alleen omdat je het niet vrij hebt kunnen kiezen.
Moraal: Als je wilt dat iemand een taak waardeert en goed uitvoert, bied dan geen materiële beloningen aan. Meet je als manager een egalitaire stijl aan. Overreed kinderen en volwassenen in plaats van te dreigen met straf. Geef mensen keuzevrijheid, zeker in de geneeskunde en het onderwijs.
Drift en emotie
Grof gezegd is emotie een met bepaalde gevoelens gepaard gaande neiging om op een specifieke manier te handelen en te denken. Krachtige emoties hebben fysieke componenten, zoals een versnelde hartslag of een droge mond. Moeilijke discussie: is verlegenheid een emotie? Of nieuwsgierigheid? Honger of dort? Sterke emoties, zoals seksuele jaloezie, veroorzaken irrationaliteit omdat ze kunnen aanzetten tot gepieker of obsessies en dus een vertekend wereldbeeld. Daardoor ontbreekt de concentratie nodig voor een rationele besluitvorming.
Een drift is een interne staat die ons prikkelt een specifiek doel na te streven. Honger, ambitie en hebzucht zijn allemaal driften. Driften kunnen versterkt worden door de verwachting dat het relevante doel binnen bereik is, oftewel de prikkel – de aanblik van voedsel of een partner.
Wat is de invloed die het vooruitzicht op een beloning uitoefent op de kwaliteit van de uitvoering van een taak? In het algemeen geldt: hoe groter de beloning, hoe slechter de prestatie. Een beloning bevordert de prestatie bij zeer gemakkelijke taken, maar verslechtert haar bij moeilijker taken. De reden hiervoor is dat, als je te zeer je best doet, je de neiging hebt datgene te blijven doen wat als als eerste in je opkomt.
Voorbeelden: een kaars is niet alleen een bron van licht, maar als een bron van was en dus lijm;
Elke sterke emotie staat een zorgvuldige afweging van verschillende alternatieven in de weg. Stereotype denkprocessen als gevolg van beloningen of straffen voorkomen dat mensen zich verdiepen in de algemene principes van een taak waar ze mee bezig zijn. Stress, beloningen, straffen en sterke emoties verminderen dus de flexibiliteit van het denken en leiden tot irrationeel gedrag.
Voorbeelden: arbeiders die per stuk betaald worden zullen ze meer concentreren op de kwantiteit dan op de kwaliteit; leerlingen die beloond worden op school denken minder na over achterliggende principes en vervallen in routineoplossingen;
Werkelijke creativiteit is niet honderd manieren bedenken om een baksteen te gebruiken à la Edward de Bono maar het vermogen om nieuwe problemen op te lossen, algemene principes af te leiden en overtuigende verklarende theorieën op te bouwen.
Naarmate we toegeven aan fysieke behoeften wordt het de volgende keer moeilijker om er niet aan toe te geven. Het is vrijwel zeker dat zelfbeheersing een gewoonte kan worden. We stammen af en van dieren, die onmiddellijk en instinctief reageren, bijvoorbeeld door te vluchten of te vechten. Ook genieten kan irrationeel zijn. In de VS maken ze geen rationele hedonistische afwegingen.
Proefpersonen die in een koudetest hebben gehoord dat mensen met een gezond hart na een inspanning beter in staat waren kou te verdragen, hielden hun arm langer onder water. Dit resultaat is een vorm van wensdenken.
Voorbeelden: rokers hechten minder geloof aan het bewijs dat roken slecht is voor de gezondheid dan niet-rokers; mensen overschatten de kans de lotto te winnen, onderschatten de kans betrokken te worden in een auto-ongeluk;
Verveling is geen onschuldig gevoel. Verveling is vrijwel zeker goeddeels verantwoordelijk voor de zinloze schietpartijen in de VS, voetbalvandalisme, nutteloze en gevaarlijke experimenten in de cockpit, en mogelijk ook Tsjernobyl.
Driften en emoties kunnen tot irrationeel gedrag leiden omdat motieven met elkaar botsen (domineren én aardig gevonden willen worden). Je moet dus prioriteiten stellen.
Moraal: Neem geen belangrijke beslissingen als je gestrest of hevig geëmotioneerd bent. Stel geen meerkeuzevragen, dwing leerlingen algemene principes te formuleren. Iedere keer dat je een impuls onderdrukt, wordt het makkelijker om dat nogmaals te doen. Als je je verveelt, negeer dan de drang naar opwinding. Stel jezelf de vraag de voordelen van joggen en vetarme yoghurt opwegen tegen de ellende ervan.
Bewijzen negeren
Het kost moeite om afstand te doen van je eigen opvattingen. Mensen proberen te bewijzen dat hun huidige hypothese correct is en testen die hypothese alleen door voorbeelden te kiezen die haar bevestigen. (p. 117 test met de kaarten A D 3 7).
We gaan graag om met mensen die ons net zo zien als wij onszelf zien. Zelfs wie geen hoge dunk van zichzelf heeft, deelt liever een kamer met iemand die ongunstig over hem oordeelt dan iemand die hen waardeert. Nadat iemand een belissing heeft genomen, beluistert hij de tegenargumenten hoogstens om tegenactie te ondernemen, zeker niet om te kijken of die beslissing wel goed was.
Voorbeelden: Pearl Harbor; artsen die weigeren hun diagnose bij te stellen; geen correctie van gerechtelijke dwalingen; wetenschappers houden vast aan gefalsifieerde theorieën; inefficiëntie bij managers;
Moraal: Zoek informatie die je opvattingen tegenspreekt. Probeer strijdige hypothesen in gedachten te houden. Hou rekening met wat tegen je opvattingen ingaat. Niemand heeft altijd gelijk, hoewel sommigen altijd ongelijk hebben.
Bewijzen verdraaien
De beoordeling van bewijzen wordt in hoge mate beïnvloed door bestaande opvattingen. In een test bedachten onderzoekers vier plausibele rapporten met informatie over de effecten van de doodstraf. Alle proefpersonen vonden dat de twee voorgelegde rapporten dat hun eigen voorkeur vertegenwoordigde, ‘overtuigender’ en ‘beter uitgevoerd’ was dan het rapport dat het andere standpunt verwoordde, ongeacht of zij voor of tegen de doodstraf waren. Bovendien zagen ze wel de duidelijke tekortkomingen in de rapporten die hun overtuiging niet onderschreven, maar niet de tekortkomingen in de rapporten die overeenkwamen met hun overtuiging. Als het rapport overeenkwam met hun mening, werd die mening versterkt. Als het rapport niet overeenkwam, was hun mening sterk als voorheen. Als ze allebei de rapporten hadden gelezen, werd hun mening versterkt.
Ook over triviale dingen zijn mensen nauwelijks bereid van mening te veranderen. Zelfs als ze geen verband houden met iemands andere meningen (p. 137 zelfmoordbriefjes).
Wat moet dat dan zijn met hun politieke opvattingen? Deze opvattingen vormen een coherent patroon en zijn gewoonlijk in de loop de rtijd door iemand persoonlijk ontwikkeld en verfijnd. Ontwikkeld, niet uitgedacht: want politieke opvattingen zijn in de meeste gevallen het gevolg van volkomen irrationele factoren als iemands maatschappelijke positie en de opvattingen van zijn naaste omgeving.
Proefpersonen herinneren zich alleen die aspecten die aansluiten bij de hypothese die ze moeten onderzoeken.
Mensen vermijden consequent een confronatie met bewijzen die hun opvattingen zouden kunnen weerleggen. Indien toch geconfronteerd met die bewijzen, weigeren ze die vaak te geloven. Ten derde interpreteren ze nieuwe bewijzen zo dat ze overeenstemmen met de vroegere opvattingen. Mensen onthouden ook selectief zaken die overeenstemmen met hun opvattingen. Er is natuurlijk ook het verlangen om zelfrespect te bewaren.
Een laatste reddingsmechanisme is dat mensen uitstekend welgevallige verklaringen voor gebeurtenissen kunnen verzinnen (p. 141). Eerst verzinnen mensen een willekeurige maar plausibele verklaring voor iets waarvan hun wordt verteld dat het waar is en daarna blijven ze het geloven, zelfs wanneer ze te horen krijgen dat de oorspronkelijke informatie onjuist was.
Moraal: Verdraai geen nieuwe bewijzen. Interpreteer ze desgevallend als een weerlegging, niet als een ondersteuning van je opvattingen. Wees op je hoede voor je geheugen: waarschijnlijk herinner je je alleen die dingen die passen bij je huidige opvattingen. Van mening veranderen in het licht van nieuwe bewijzen is een teken van kracht. Laat je niet beïnvloeden door verklaringen die je hebt bedacht om je eigen opvattingen te ondersteunen. Negeer geen slechte berichten door de boodschapper te doden of hem met ziekteverlof te sturen.
Verkeerde verbanden leggen
Vanwaar, in tijden van wetenschap, de populariteit van homeopathie? Waarom blijft psychoanalyse bestaan, ondanks alle bewijzen van de ineffecitiviteit van de methode? Ten eerste hebben psychoanalisten zelf een pijnlijke training doorgemaakt die ze positief rechtvaardigen. Ten tweede worden patiënten uit zichzelf beter. Ten derde stoppen veel patiënten met de kuur, waarbij de psychoanalist zichzelf wijsmaakt dat er op lange termijn verbetering zou zijn geweest. Ten vierde houden veel analytici de dossiers van hun patiënten niet bij. Ten vijfde heeft de analyticus geen toegang tot dossiers die andere vormen of nog geen behandeling documenteren, zodat hij zijn eigen kuur niet kan inschatten. Ten zesde wijten analytici het gebrek aan beterschap aan gebrek aan medewerking van de patiënt. Analytici gaan ook niet op zoek naar het ziekteverloop van vergelijkbare patiënten die geen psychoanalytische kuur volgen.
Wanneer is een symptoom een aanwijzing voor een bepaalde ziekte? Fouten die een arts kan maken tegen de statistiek: vier mogelijke situaties (p. 147). Mensen maken vooral fouten bij het interpreteren van gegevens bij twee tegelijkertijd optredende gebeurtenissen omdat ze doorgaans de negatieve gevallen negeren.
Komt daarbij dat we in het echte leven zelden een keurige verzameling gegevens voorgeschoteld krijgen. We worden eerder op onregelmatige tijden en vaak met lange tussenpozen geconfronteerd met gevallen van elk van de vier situaties die nodig zijn om een rationeel oordeel over het verband tussen de twee gebeurtenissen te vellen. Niemand kan ook voor lange tijd cijfers onthouden. Als mensen met blauwe ogen echt onschuldiger zijn dan zij met bruine ogen, dan kan dat alleen door rigoureus turven vastgesteld worden.
Voorbeelden: de Rorschachtest is als diagnostische test waardeloos; ook is het onmogelijk iets over iemands persoonlijkheid te leren op grond van tekenen die hij maakt; iemands handschrift zegt ook weinig;
Deze resultaten doen vermoeden dat we niet of nauwelijks kunnen bepalen wat met wat samenhangt, tenzij we onze waarnemingen omzetten in cijfers. Wanneer we bij het vellen van een oordeel al bevooroordeeld zijn, laten we ons daar sterk door beïnvloeden. Maar zelfs zonder vooroordelen zijn we niet in staat verbanden te zien die ons meteen zouden opvallen als ze de vorm van cijfers hadden.
In groepen waarderen we de afwijkende figuur (vrouwen in een groep mannen) in veel extremere termen dan de andere. Minderheidsgroepen vallen meer op en daarom bestaat de neiging om slecht gedrag te associëren met minderheden.
Moraal: Als je wilt bepalen of een bepaalde gebeurtenis verbonden is met een andere, probeer dan niet te onhouden wanneer die gebeurtenissen zich tegelijkertijd voordoen; tel de vier mogelijkheden. A is alleen verbonden met B als B zich in een groter percentage van de gevallen voordoet in aanwezigheid dan in afwezigheid van A. Schenk aandacht aan negatieve gevallen. Verbind geen zaken met elkaar op grond van je verwachtingen of omdat ze ongebruikelijk zijn.
Verkeerde verbanden in de geneeskunde
De voorwaardelijke kans (conditional probability) is simpel gezegd de kans dat iets waar is, gegeven dat iets anders ook waar is. Denk bijvoorbeeld aan iemand die altijd een paraplu bij zich heeft, ofwel omdat hij niet graag nat wordt ofwel omdat hij vindt dat dat zo hoort. Het is duidelijk dat de kans dat hij een paraplu bij zich heeft als het regent 1,0 (zekerheid) is. Bekijk nu de andere kans, namelijk de kans dat, als hij een paraplu bij zich heeft, het ook zal regenen en laten we ervan uitgaan dat het eenvijfde van de tijd regent. Deze kans (de inverse probability) is slechts 0,2 (met andere woorden: het regent in eenvijfde van de gevallen om duidelijk voor ogen te houden dat, behalve onder speciale omstandigheden, de omgekeerde kans niet hetzelfde is als de oorspronkelijke kans.
Veel medici geloven echter dat dit wel zo is, waarmee ze veel schade hebben veroorzaakt. In plaats van de uitdrukking ‘de kans op X (regenen) als Y (paraplu meenemen)’ hanteren ze de uitdrukking ‘de kans op X, gegeven Y.
Voorbeelden: de fouten die artsen maken bij het vaststellen van borstkanker (p. 160) en het wegen van de risico’s verbonden aan de biopsie en een risico verbonden aan onbehandelde borstkanker
Moraal: Als je een arts bent, verdiep je dan in elementaire kansberekening. Als je een patiënt bent, leg je arts dan een eenvoudige kanstheoretische vraag voor.
Verkeerde oorzaken aanwijzen
Dezelfde factoren die tot fouten leiden bij het leggen van de juiste verbanden tussen gebeurtenissen, leiden ook tot fouten bij het vaststellen van oorzaken. Tot aan het einde van de achttiende eeuw werd artsen de ‘leer van de signaturen’ onderwezen. Dat betekent dat het medicijn voor elke ziekte door een duidelijk extern kenmerk moet verwijzen naar de ziekte waarvoor ze een remedie is.
Dat is fout: de longen van een vos zouden dan een specifieke remedie moeten zijn voor astama zijn omdat dat dier opvalt door zijn krachtige ademhaling. Deze denkfout is in primitieve culturen nog sterker aanwezig dan in de onze. De Azande geloven dat vogeluitwerpselen tegen ringworm helpen omdat ze op elkaar lijken. Nisbett en Ross brengen naar voren dat de hele psychoanalyse op deze primitieve manier van denken is gebaseerd: fixatie in de orale fase zal zich in het volwassen leven manifesteren als een preoccupatie met de mond. Ook in de homeopathie is die denktrant levendig: een klein beetje van dezelfde stof toedienen die in grote hoeveelheden die ziekte bij een gezonde persoon zou veroorzaken.
Het succes van de moderne wetenschap komt voort uit zorgvuldige verslaggeving die de ‘ontdekking’ van foutieve verbanden voorkomt, en aan de bij deze verslaglegging gelegde verbanden die wetenschappers hebben weggedreven van het geloof dat oorzaken en gevolgen op elkaar lijken. Maar zelfs wetenschappers maken fouten als het gaat om het vaststellen van oorzaken.
Voorbeelden: het vermeende verband tussen hoog cholesterolgehalte en hartkwalen dat in feite heel ingewikkeld is en moeilijk na te gaan; melk als vermeende oorzaak van kanker;
Onderzoekers die negatieve resultaten hebben gevonden, verwerken hun bevindingen niet tot artikelen of hun artikelen worden afgewezen wegens niet interessant.
Causaliteit is niet hetzelfde als correlatie. Er is geen rechtstreeks oorzakelijk verband tussen universitaire opleiding en hoog inkomen. Vinden patiënten met een stoornis een psychotherapeut aardig en genezen daarom sneller, of vinden ze hem aardig omdat ze zo snel genezen? Om fouten tegen oorzakelijkheid te vermijden, moet je beschikken over een meer algemene theorie die het oorzakelijke verband verklaart.
Voorbeelden: roken verhoogt wel degelijk het risico op longkanker in tegenstelling tot wat de statisticus R.A. Fischer beweerde (p. 174)
Er zijn nog andere eigenaardigheden bij oorzakelijk redeneren. Mensen vinden redeneren van oorzaak naar gevolg betrouwbaarder dan van gevolg naar oorzaak: mensen achten het waarschijnlijker dat een moeder met blauwe ogen een dochter met blauwe ogen krijgt dan dat een dochter met blauwe ogen een moeder met blauwe ogen heeft.
Conclusies over oorzaken worden sterk beïnvloed door de aard van het gevolg, althans wanneer de persoon de veroorzakende instantie is. Hoe dramatischer, hoe meer we de handelende persoon verantwoordelijk achten: een auto die van de heuvel glijdt en een waterkraan/mens ramt. De kans dat we iemand verantwoordelijk achten wordt ook groter naarmate we er zelf meer betrokken bij raken of slachtoffer van zijn.
Veel gebeurtenissen hebben verschillende oorzaken. Je handelingen kunnen veroorzaakt worden door je (opvliegende) karakter of door de (provocerende) situatie waarin je verkeert. Als je normaal rustig bent, schrijven we je agressie toe aan de situatie.
Mensen negeren ook soms straal de situatie. Een vragensteller van een quiz – die de antwoorden afleest van zijn papiertje – wordt vaak toch als intelligenter ingeschat dan diegene die de vragen beantwoordt. De algemene neiging om het gedrag van anderen toe te schrijven aan hun karakter, en niet aan de situatie, staat bekend als de fundamental attribution error. Er zijn twee redenen voor. Wat iemand in een gegeven situatie doet is uiterst opvallend (beschikbaar), maar wat andere mensen in dezelfde situatie doen is onduidelijk. Ten tweede zien mensen een nauwere band tussen handelende persoon en handeling dan tussen situatie en handeling.
Bij de verklaring van ons eigen gedrag laten we minder makkelijk het karakter meespelen dan bij andermans gedrag, eenvoudigweg omdat we onszelf niet kunnen zien handelen. Persoonlijkheidskenmerken zijn overigens minder consistent dan de meeste mensen geloven. Dezelfde peroon kan in de ene situatie eerlijk zijn, maar in een andere oneerlijk. Proefpersonen die vragen krijgen die extraverte antwoorden uitlokken (‘Wat zou jij doen om op een feestje leven in de brouwerij te brengen?’), gaan zich daarna extraverter gedragen. Veel eigenschappen die volgens mensen bij elkaar horen gaan in feite niet samen.
Een andere fout is te denken dat anderen veel meer op ons lijken dan in werkelijkheid het geval is. Mischien is dat gewoon een ander voorbeeld van de beschikbaarheidsfout: ons eigen gedrag is zeer beschikbaar en dat vormt de grondslag voor de inschatting van andermans gedrag. Mensen kunnen zich ook vergissen in het aanwijzen van de oorzaak van hun gedrag (p. 183) Zelfbedrog komt op gigantische schaal voor, daar had Freud groot gelijk in. Waarin hij geen gelijk had, was dat hij alles toeschreef aan het libido, de onderliggende geslachtsdrift.
Moraal: Wantrouw elke verklaring van een gebeurtenis waarin oorzaak en gevolg op elkaar lijken. Wantrouw alle epidemiologische conclusies. Bedenk of een gebeurtenis andere oorzaken kan hebben dan die waar je het eerst aan denkt. Overweeg bij het bepalen van oorzaak en gevolg de mogelijkheid dat ze precies andersom werken dan jij in eerste instantie dacht. Wees sceptisch tegenover elke oorzakelijke relatie, tenzij ze door een onderliggend theorie wordt verklaard. De verantwoordelijkheid voor een handeling is niet afhankelijk van de omvang van haar gevolg. Reken iemand een handeling niet aan zonder eerst te overwegen wat anderen in dezelfde omstandigheden zouden hebben gedaan. Ga er niet van uit dat anderen zijn zoals jij.
De feiten verkeerd interpreteren
Aangenomen dat een munt gaaf is, is de kans op elke gegeven reeks even groot (KKKKKK is even waarschijnlijk als KMKKKM – de gambler’s fallacy). De representativeness error houdt in dat we maar moeilijk een onderscheid kunnen maken tussen verschillende afwisselende reeksen, terwijl die even verschillend zijn als uniforme reeksen. Daardoor denken we dat die vaker voorkomen.
Ander voorbeeld: ‘Mijn buurman in Londen is hoogleraar, schrijft gedichten, is nogal verlegen en klein van stuk.’ Is hij sinoloog of psycholoog? Hij is veel waarschijnlijker psycholoog, omdat er daar veel meer van zijn in Londen, zelfs meer die gedichten schrijven, verlegen en klein van stuk zijn
Uit andere experimenten blijkt dat het vertrouwen van mensen in de mate waarin iemand een typisch voorbeeld van een gegeven groep mensen is tot grote inschattingsfouten leidt (de ‘feministische cassière’ p. 186). Ook mensen met enige kennis van kansrekening en statistiek (zoals master-studenten in de psychologie of didactiek), artsen en zakenlieden en opleiding maken dit soort fouten even vaak.
De aanwezigheid van aannemelijk materiaal zal het geloof in de onaannemelijke uitspraak waarschijnlijk vergroten. Dit is een truc die door alle volleerde leugenaars wordt gebruikt, evenals door veel advocaten en reclamebureaus (‘honden zijn net als mensen’ p. 188). Als wij iemand allerlei aannemelijk uitspraken horen doen, kan ons geloof in zijn waarachtigheid toenemen, waardoor wij ook zijn minder aannemelijke uitspraken zullen geloven. Volkomen irrelevante extra informatie kan het oordeel over een eerdere uitspraken doen kantelen (p. 189).
Drie fouten tot nu toe: de aanname dat iets tot een bepaalde categorie moet behoren omdat het typisch is voor die categorie, ongeacht de omvang van de categorie; de neiging om te geloven dat de hele beschrijving waar moet zijn omdat een deel van de beschrijving waar is; en de neiging om ongebruikelijke informatie over iemand minder gewicht toe te kennen als die persoon op andere (irrelevante) manieren als normaal wordt omschreven.
Roken verdubbelt de kans op hartfalen en vertienvoudigt de kans op longkanker. Toch hebben rokers meer kans op hartfalen dan op longkanker – omdat hartfalen sowieso veel meer voorkomt. Als je nieuwe informatie over de kans van een gebeurtenis ontvangt moet die kans gecombineerd worden met de kans op de gebeurtenis als de nieuwe informatie er niet is: dat is de a-priori-kans. Formele theorema dat bepaalt hoe je kansen moet manipuleren komt van Thomas Bayes.
Voorbeelden: de deugdelijkheid van de leugendetector; het gebruik van de mammografie; testen bij ziektes (p. 192)
Met statistiek kun je alles bewijzen – maar alleen als statistiek wordt misbruikt. Met meer kennis van statistiek zouden mensen wel degelijk rationeler denken. Intuïtief begrip bestaat niet.
Voorbeelden p. 195; het belang van de omvang van de steekproef p. 197
Moraal: Ga bij je oordeel niet af op schijn. Als iets er meer uitziet als X dan als Y, kan de kans op Y niettemin groter zijn als er veel meer Y’s dan X’en zijn. De kans dat een uitspraak met twee of meer stukjes informatie waar is, is minder groot dan de kans dat een uitspraak met slechts een van die stukjes waar is. Een uitspraak is niet waar omdat je weet dat er een deel ervan waar is. Houd rekening met de a-priori-kans. Wantrouw kleine steekproeven: de frequentie waarmee een eigenschap of gebeurtenis wordt waargenomen wijkt in kleine steekproeven allicht meer af dan van de frequentie ervan in de populatie als geheel. Pas op voor niet-representatieve steekproeven. Wantrouw consumentenbladen.
Inconsistent besluiten en verkeerd gokken
Als het gaat om gokken zijn mensen zeer inconsistent. De verwachte waarde van een gok of weddenschap is de hoeveelheid die je verwacht te winnen of verliezen per gok als je de gok een groot aantal keren neemt (p. 201). We zien dat mensen irrationeel gokken: de omvang van de prijs (bij de Lotto) drukt de geringe kans op winst in de gedachte van de deelnemer naar de achtergrond.
De gok is wel alleen irrationeel als winst maken het doel van de deelnemer is. Edoch, als het plezier bij de gedachte dat hij misschien wel €500.000 kan winnen hem €0,50 waard is, wordt het een rationele gok. Inconsisentie bij het gokken kán echter niet rationeel zijn, bijvoorbeeld wanneer iemand afhankelijk van zijn stemming dezelfde gok de ene dag wel accepteert en de andere dag niet, of afhankelijk van de manier waarop het aanbod is geformuleerd.
In een experiment kregen proefpersonen te horen dat er een nieuw virus was ontdekt dat naar verwachting 20 procent van de bevolking zou treffen. De vaccinatie zou onaangename, maar geen dodelijke neveneffecten hebben. Enkele proefpersonen werd verteld dat het vaccin de helft van alle ingeënte mensen zou beschermen, de rest kreeg te horen dat er twee virusstammen waren, die elk ongeveer 10 procent van de bevolking zouden infecteren, en dat de vaccinatie volledige bescherming zou bieden tegen één stam, maar geen bescherming tegen de andere. Merk op dat de vaccinatie in beide gevallen dezelfde kans (50 procent) op volledige bescherming tegen het virus bood. Maar van de tweede groep proefpersonen zeiden aanzienlijk meer mensen dat ze ingeënt wilden worden dan van de eerste groep. Wat in feite neerkwam op hetzelfde probleem, werd in twee verschillende vormen of contexten gepresenteerd (ander voorbeeld p. 210, 211, 212)
Mensen hebben bij het opsporen van fouten de neiging eerst de fouten te controleren die het meest waarschijnlijk zijn: ze houden onvoldoende rekening met de tijd die het kost om op een bepaalde fout te testen. Vermoedelijk zijn ze gericht op het vinden van de fout en besteden ze daardoor meer aandacht aan de kans om hem te vinden dan aan de tijd die ze daarvoor nodig hebben.
Mensen zijn eerder geneigd risico’s te nemen om verliezen te beperken dan om winst te maken. (p. 206). Misschien hebben ze het idee dat ze enige voldoening ervaren als ze een zekere winst incasseren en dat de extra voldoening die ze zouden ervaren door een grotere maar onzekere winst te maken, onvoldoende opweegt tegen de teleurstelling om helemaal geen winst te maken als de gok verkeerd uitpakt. Uitzondering: soms incasseren ze een zeker verlies om een groter verlies te vermijden – bij verzekeringen.
Als mensen voorspellingen doen, zijn ze geneigd kleine verschillen in bewijsgegevens te negeren en zich op relatief grote verschillen te richten. Bij het nemen van een besluiten, bijvoorbeeld over een carrière, een huis of een auto, bestaan er niet slechts drie soorten verschillen tussen de diverse opties, maar veel meer; en het is altijd mogelijk dat de kleine verschillen bij elkaar geteld zwaarder wegen dan de meer in het oog springende.
Een andere fout die invloed uitoefent op inschattingen die mensen maken van het meest waarschijnlijke aantal items van een specifieke soort, of de meest waarschijnlijke waarde in een specifiek continuüm. Mensen moesten inschatten of Turkije meer dan 5 miljoen inwoners had, andere mensen of het minder dan 65 miljoen inwoners had. Beide groepen moesten vervolgens de feitelijke omvang van de bevolking schatten. Ze gaven respectievelijk 17 miljoen en 35 miljoen. Ze konden dus maar moeilijk afstand nemen van het getal waarmee ze waren begonnen.
Een variant hierop is dat wanneer mensen een schaal voorgelegd krijgen die door twee getallen wordt begrensd, ze geneigd zijn een getal ergens in het midden te kiezen, of dat nu correct is of niet. Dat wordt uitgebuit door overheidsinstellingen en reclamebureaus, wanneer ze mensen de stelling voorleggen op zo’n manier dat ze geen betekenis heeft. ‘Bent u tevreden over de overheid? ontevreden tevreden zeer tevreden uitermate tevreden’
Zo’n verschijnsel behoort tot het verankeringseffect. Bij het kiezen van een getal hebben mensen de neiging het getal te nemen dat ze het eerst krijgen voorgeschoteld, als een soort ankerpunt, of in het geval van een schaal, een getal dat het dichtst bij het middelpunt ligt. De gevolgen zijn ingrijpend bij het inschatten hoe groot de kans op een reeks gebeurtenissen is wanneer de kans op elke afzonderlijke gebeurtenis bekend is. Vanwege het verankeringseffect concentreren mensen zich te sterk op de kans op de afzonderlijke gebeurtenissen en realiseren ze zich niet dat de kans dat die gebeurtenissen zich achtereenvolgens voordoen een heel stuk kleiner is. Bij een traject waarbij van veel dingen kunnen misgaan, is het zaak je niet blind te stalen op de waarschijnlijkheid van één van die fouten.
Moraal: Bereken altijd de verwachte waarde van een gok, voordat je de gok waagt. Bepaal voor je een gok waagt, wat je eruit wilt halen. Of je nu 5 euro bespaart op een radio of een huis, de besparing is even groot. Een correcte schatting ligt vermoedelijk verder van de beginwaarde dan je in eerste instantie denkt. Veel kleine onafhankelijke kans kunnen samen een behoorlijk grote kans opleveren. Als een gebeurtenis wordt bepaald door allerlei andere afzonderlijke gebeurtenissen, is de kans dat de gebeurtenis als geheel voordoet een heel stuk kleiner dan de kans dat een van de afzonderlijke gebeurtenissen zich voordoet.
Overmoed
Eén aspect van overmoed is wijsheid achteraf en neemt twee vormen aan. De overtuiging dat een gebeurtenis die al heeft plaatsgevonden onvermijdelijk was en voorspeld had kunnen worden. En de overtuiging dat als jij een besluit had moeten nemen dat in feite door iemand anders is genomen, je een beter besluit had genomen.
Proefpersonen beoordelen de argumenten ten gunste van een vermeende afloop als een relevantere voorspellende factor dan andere argumenten. Zij die hadden gehoord dat de Gurkha’s hadden gewonnen, benadrukten dat zij dappere krijgers waren en degenen te horen hadden gekregen dat de Britten hadden gewonnen, wezen op de numerieke zwakte van de Gurkha’s.
Mensen hebben in proefopstellingen een misplaatst vertrouwen in hun eigen oordeelskracht, dat ertoe leidt dat ze denken de toekomst veel beter te kunnen voorspellen dat in feite het geval is, maar ook dat ze gebeurtenissen uit het verleden en hun herinnering aan oudere opvattingen verdraaien.
In het echte leven zijn deze neigingen allicht extremer. In het dagelijks leven wordt de aandacht van de mensen niet afgeleid door mogelijke alternatieven voor de gebeurtenissen die zich uiteindelijk hebben voorgedaan. Ten tweede hebben de gebeurtenissen op grond waarvan mensen beweren voorspellingen te kunnen doen zich misschien al lang geleden voorgedaan en waarschijnlijk zullen ze alleen die gebeurtenissen die verband houden met de feitelijke uitkomst herinneren. Ten slotte doen mensen normaal geen systematische voorspellingen, waardoor ze gemakkelijker het gevoel hebben dat, als ze voorspellingen hadden gedaan, ze het bij het rechte eind zouden hebben.
Mensen houden geen rekening met het toeval wanneer ze achteraf beoordelen hoe groot de kans op een bepaalde gebeurtenis was. Historici, zegt R.H. Tawney, doen het graag voorkomen alsof een bestaande orde onvermijdelijk was. We onderschatten systematisch de verrassingen van het verleden. Juist de kennis van de afloop die ons het gevoel heeft het verleden goed te begrijpen, voorkomt misschien dan ook dat we er iets van leren.
Bijna alle mobilisten menen beter te rijden dan gemiddeld. Bijna de helft van alle automobilisten overschat dus de eigen rijvaardigheid. Ook menen de meeste mensen dat ze langer leven dan gemiddeld.
Veel weten is gevaarlijk: het zal de nauwkeurigheid niet altijd vergroten, maar leidt wel tot ongerechtvaardigd zelfvertrouwen. Artsen, ingenieurs en financieel adviseurs en anderen hebben een ongegrond vertrouwen in hun eigen oordeel. Mensen overschatten ook het vermogen waarmee ze gebeurtenissen denken te kunnen controleren. Veel croupiers denken echt dat ze door hun manier van gooien invloed kunnen uitoefenen op het balletje.
Redenen voor overmoed zijn: mensen kijken niet naar bewijzen die afbreuk kunnen doen aan het geloof in hun eigen oordeel; het veelal onmogelijk te achterhalen wat de gevolgen van een andere beslissing zouden zijn geweest; mensen verdraaien bewijzen en herinneringen om ze beter te doen aansluiten op hun opvattingen en beslissingen; veel mensen construeren in hun hoofd een causaal verhaal dat verklaart waarom hun oordeel juist – hierbij speelt de beschikbaarheidsfout een rol, want materiaal dat het nauwst met je denkwijze aansluit is beter beschikbaar; eigendunk speelt ook een rol: niemand heeft het graag bij het verkeerde eind.
Moraal: Wantrouw iedereen die beweert op basis van het verleden het heden te kunnen voorspellen. Wees op je hoede voor mensen die de toekomst denken te kunnen voorspellen. Beteugel je eigen overmoed en zoek bewijzen die tegen je opvattingen ingaan.
Risico’s
Rampen kunnen veroorzaakt worden door irrationele beslissingen van het management, de ingenieurs, de operators of het publiek. Meestal ligt de hoofdverantwoordelijkheid bij het managment en de ingenieurs omdat zij er niet in slagen de reacties van operators en het publiek te voorzien.
Voorbeelden: Three Mile Island, Tsjernobyl;
Operators met een monotone taak zien gemakkelijk de betekenis van belangrijke informatie over het hoofd (British Rail). Operators kunnen op onvoorspelbare wijze vastgelegde procedures aan hun laars lappen (Browns Ferry). Ingenieurs houden niet alleen geen rekening met de beperkingen van het publiek, ook als deze voorspelbaar zijn.
Zo is in de VS gebleken dat wanneer er een dam wordt gebouwd ter bescherming van overstromingen, de neiging bestaat het bedreigde gebied te bebouwen. Dit betekent dat de ernst en het aantal overstromingen is afgenomen, maar de aangerichte schade groter kan zijn. Het gebruik van de autogordel moedigt roekeloos rijgedrag aan.
Veel moderne apparaten zijn erg ingewikkeld en de ontwerper heeft niet altijd oog voor de gevolgen van een storing in een van de onderdelen. Als een systeem erg veel cruciale componenten bezit, ook al is de kans dat één ervan defect raakt miniem, is de kans dat het systeem als geheel defect raakt behoorlijk groot. Tenzij die som wiskundig wordt berekend, zullen mensen hem schromelijk onderschatten. Bovendien waren in de tijd van de eerste kernreactoren de onderdelen en hun onderlinge interacties nieuw, zodat er vaak geen objectieve methode bestond om de werkelijke kans op defecten te bepalen.
Ander voorbeeld van een ramp als gevolg van irrationaliteit op alle niveaus, is de ondergang van de Herald of Free Enterprise, p. 233.
Herhaaldelijk is aangetoond dat waarschuwingen voor risico’s niet of nauwelijks van invloed zijn op gedrag. Niet één op de drie mensen neemt de moeite om de waarschuwingen op producten te lezen. Veel gedrag wordt automatisch.
Door de beschikbaarheidsfout overschatten mensen de gevaren van dramatische ongelukken (bijvoorbeeld kernramp) in vergelijking met het sluipenderwijs overlijden van veel mensen op verschillende tijdstippen in een groter verspreidingsgebied (door fossiele brandstoffen) – zie uitgebreid vanaf p. 235.
Moraal: Houd als ingenieur rekening met de beperkingen van de menselijke operator en de vermoedelijke reactie van het grote publiek op je project. Als manager ben je eindverantwoordelijke voor de veiligheid; jouw operators zullen handelen volgens jouw richtlijnen, zonder eigen initiatief te tonen. Sluipende gevaren kunnen meer mensenlevens kosten dan dramatische rampen. Bij nieuwe apparaten gaat het er niet om dat ze nieuw zijn, maar of ze onbekende gevaren kunnen opleveren.
Verkeerde conclusies
We kunnen zelden met zekerheid alle gevolgen van een beslissing overzien. Daarom baseren we onze beslissingen meestal op een intuïtieve schatting van de kansen. Je kan niet systematisch alle mogelijke acties onderzoeken om te beslissen welke de beste is. In dergelijke gevallen bekijk je alleen die aspecten van de opties die het eerst in je opkomen (en die meestal tot zeer verschillende resultaten leiden) en kies je voor een handelwijze ‘die goed genoeg’ is, maar misschien verre van optimaal – wat Herbert Simon satisficing noemde. Zelfs bij een grote beslissing werken mensen op deze manier. Mensen denken even lang (of kort) na over een grote beslissing als over een kleine.
Het principe dat, als een gebeurtenis extreem is (in beide richtingen), de volgende gebeurtenis van vergelijkbare aard waarschijnlijk minder extreem is, staat bekend als regression toward the mean.
Voorbeelden: intelligentie bij ouders versus kinderen; het sophomore effect in het Amerikaanse honkbal; het eten op restaurant; het topjaar van een bedrijf;
De meeste mensen begrijpen niet dat alles wat op een bepaald moment uitzonderlijk is, op een volgend moment waarschijnlijk weer naar het gemiddelde neigt, althans in situaties waar het toeval een rol speelt. Daardoor doen ze een voorspelling die te extreem en waarschijnlijk dus verkeerd is.
Het principe van regressie naar het gemiddelde is net zo goed van toepassing op gevallen waarin de gegevens op grond waarvan de voorspelling wordt gedaan, niets te maken hebben met de gebeurtenis die wordt voorspeld.
Voorbeelden: het Grade Point Average (gemiddeld tentamencijfer);
Mensen zien een patroon in een reeks gebeurtenissen die in werkelijkheid willekeurig plaatsvinden. Een vaak geciteerd voorbeeld hiervan is het patroon van de Duitse bommen op Londen tijdens de Blitz.
Wanneer verkeerde voorspellingen aan de hand van zwakke bewijzen (een oppervlakkige persoonsbeschrijving) aan het licht komen, verwerpen we niet dit zwakke bewijs, maar zoeken we naar de overeenkomsten tussen de juiste voorspelling en het bewijs.
Moraal: Als je voorspellingen baseert op onvolledig bewijs, voorspel dan dichter bij de gemiddelde waarde van wat je wilt voorspellen dan de waarde van de voorspeller. Als gegevens altijd met elkaar corresponderen, hoef je bij het doen van een voorspelling maar met één ervan rekening houden. Verdiep je in elementaire statistische concepten en elementaire kansrekening, vooral als je daar beroepshalve mee te maken hebt.
Falende intuïtie
Veel mensen vind het pijnlijker om te worden beschuldigd van gebrekkige intuïtie dan van slordigheid, luiheid of egoïsme. Rochefoucauld: “Iedereen klaagt over de slechte kwaliteit van zijn geheugen, niemand over zijn oordeelskracht.’
Het is onwaarschijnlijk dat een arts die een patiënt onderzoekt alle symptomen op een rijtje heeft (kan, gewoonlijk, meestal, zeker) en ze elk het juiste gewicht toekent.
De menselijke intuïtie is opmerkelijk slecht. Als we dezelfde gegevens op grond waarvan mensen tot een intuïtief oordeel komen onderwerpen aan een formele wiskundige analyse (‘actuariële voorspelling’), de daaruit voortvloeiende oordelen steevast beter zijn dan die van mensen.
Voorbeelden p. 253-, 256-
Wie de techniek van Benjamin Franklin gebruikt (twee kolommen maken, voor en tegen, respectieve gewicht schatten), weegt meer gegevens en meer alternatieven mee alvorens een beslissing te nemen.
Als je het weer wilt voorspellen, moet je niet een almanak raadplegen of het avondrood bestuderen, maar naar het weerbericht luisteren of zelf gedetailleerde rapporten verzamelen op grond waarvan je met behulp van wiskundige analyse vrij nauwkeurige voorspellingen kunt doen. En als je auto niet wil starten, bekijk je de kabeltjes, de stekkertjes, de stroomverdeler, enzovoort en maakt je gebruik van je kennis en niet van je intuïtie.
Behalve in speciale gevallen is het moeilijk de uitkomst van een veldslag of van hofmakerij te voorspellen. Opmerkelijk genoeg is gebleken dat de actuariële methode met succes de hoeveelheid geluk in een huwelijk kan voorspellen, eenvoudigweg door het aantal ruzies per week af te trekken van het aantal keren seks per week.
Door de beoordelingen van talrijke gevallen te middelen kunnen de willekeurige variaties neutraliseren en komen we tot de gemiddelde gewichten van de oordelaar, waar hij maar al te vaak van afwijkt (bootstrapping, p. 259).
Waarom verzetten mensen zich zo tegen de actuariële techniek? Mensen onthouden hun successen, vooral als ze ongebruikelijk zijn. Professionele oordelaars geloven maar al te graag dat ze speciale vaardigheden en talenten hebben. Ze kunnen maar moeilijk accepteren dat hun eigen expertise het aflegt tegen een computer. De illusie van een goede beoordeling kan gevoed worden door een self-fulfilling prophecy. Mensen betogen dat actuariële voorspellingen verre volmaakt zijn (wat klopt, maar eigen is aan alle voorspellingen). Mensen hebben ten onrechte het idee dat de actuariële procedure niet berekend kan zijn op het onverwachte.
Mensen blijven tot hardnekkig geloven dat intuïtie een of andere magische kwaliteit bezit. Om te beseffen hoe verkeerd deze gedachte is, moet je jezelf afvragen waar de menselijke oordelaar op vertrouwt. Hij vertrouwt op zijn ervaring, maar die kan uitsluitend bestaan uit de individuele gevallen die hij al is tegengekomen. Met andere woorden, zonder het te beseffen gebruikt de oordelaar een actuariële methode. Het probleem is dat hij die niet zo goed gebruikt.
Sollicatiegesprekken lijden onder het halo-effect, de voorrangsfout en het contrasteffect (bij een bijzonder inspirerende kandidaat zal men de volgende kandidaat allicht onderschatten).
Moraal: Wantrouw iedereen die beweert een goede intuïtie te hebben. Neem beslissingen op grond van wiskundige modellen.
Utiliteit
Er bestaat dus een wiskundige procedure die (vrijwel altijd) de best mogelijke voorspelling geeft als er enkele bekende voorspellers zijn, waarvan geen enkele met zekerheid voorspelt: dit biedt een standaard op grond waarvan je de rationaliteit van intuïtieve voorspellingen door mensen kunt beoordelen. Een tweede model specificeert de manieren waarop mensen zouden moeten handelen om het best hun doelen te bereiken. Dit model staat bekend als de utiliteitstheorie.
Veel mensen hebben aan 1 miljoen euro genoeg om vrijwel al hun behoeften te bevredigen. Als het gaat om het bevredigen van de behoeften is elk volgend miljoen veel minder belangrijk dan het eerst: de utiliteit neemt af. De utiliteitstheorie is gelijk aan de procedure om de verwachte waarde van een gok te bepalen, waarbij utiliteiten de plaats innemen van geld (werkwijze p. 271).
Voorbeelden: kind willen dat mogelijk het syndroom van Down heeft (p. 272); de aankoop van een auto;
De utiliteitstheorie kent echter enkel fundamentele beperkingen. Hoewel iemand zich niet kan vergissen in wat hij wil, kan hij zich wel vergissen in de gedachte dat hij gelukkiger zal zijn als hij zijn doel heeft bereikt. Zoals Bernard Shaw heeft opgemerkt: “Er zijn twee tragedies in het leven. De ene is niet krijgen wat je hart begeert. De andere is het wel krijgen.”
Voorbeelden: niet kunnen omgaan met lottowinst; promotie op het werk; huwelijk;
Een andere overweging is dat maximale utiliteit niet het enige rationele doel is. Je kunt bijvoorbeeld ook kiezen voor een optie die veilig is; waarmee je weliswaar niet het onderste uit de kan zult halen, maar die in ieder geval garandeert dat er geen rampen gebeuren.
Specifiekere utiliteitstheorie: kosten-batenanalyse. De mogelijke kosten en baten worden ingeschat en op basis daarvan kan een beslissing worden genomen. Ze kan misbruikt worden wanneer niet alles (bijvoorbeeld een mensenleven) in financiële termen kan gegoten worden. Toch kennen we voortdurend impliciet financiële waarde toe aan mensenlevens. De kosten-batenalyse ondervangt dit probleem echter vaak door een mensenleven een waarde toe te kennen die overeenkomt met wat de persoon in kwestie zou hebben verdiend als hij was blijven leven.
Voorbeelden: kunst en cultuur versus gezondheidszorg; veiligheidssystemen in vliegtuigen; diepzeevissers en de risico die ze lopen;
Specifiekere utiliteitstheorie: Quality Adjusted Life Year in de medische sector. Omdat er een tekort is aan medische voorzieningen moeten artsen na ampel, maar allicht ongedisciplineerd en zeer intuïtief beraad besluiten wie blijft leven en wie niet. Veel mensen protesteren wanneer beslissingen over leven en daad aan de hand van regels genomen worden, dan zouden ze nog liever zien dat toeval een rol mag spelen. Het feit dat mensen niet onder ogen willen zien dat voortdurend beslissingen over de waarde van het menselijk leven worden genomen, is een belangrijke vorm van irrationaliteit. Clough: “Thou shalt not kill; but needst not strive / Officiously to keep alive”.
Moraal: Als het belang van een besluit rechtvaardigt dat je er veel tijd in steekt, maak dan gebruik van de utiliteitstheorie of een afgezwakte versie. Bepaal eerst wat je globale doel is, bijvoorbeeld of je je doelen optimaal wil realiseren, of je geen verlies wilt lijden, of je je positie wil verbeteren.
Het paranormale
In primitievere landen is geloof in het paranormale universeel, terwijl in de westerse wereld driekwart van de volwassenen gelooft dat ten minste enkele paranormale verschijnselen echt bestaan. Zo denkt de meerderheid van de Britten en de Amerikanen dat astrologie een kern van waarheid bevat.
Een van de krachtigste argumenten is dat ze per definitie indruisen tegen alle natuurkundige wetten die we kennen – wetten die zich extreem goed staande hebben gehouden. Hoe onwaarschijnlijker is iets, hoe beter het bewijs moet zijn om het toch te accepteren. Dat bewijs ontbreekt bij paranormale verschijnselen: het is onmogelijk om paranormale verschijnselen onder gecontroleerde omstandigheden precies te herhalen. Bovendien kent het paranormale een lange geschiedenis van bedrog.
Maar hoe ontstaan zulke opvattingen in het brein? En hoe worden ze gehandhaafd? Mensen schorten niet graag hun oordeel op: zij zoeken verklaringen – liever een buitenissige verklaring dan helemaal geen verklaring. Daarnaast hebben kinderen en veel primitieve stammen een animistische kijk op de wereld. Hun eigen bewegingen zijn de oorzakelijke instanties waarvan ze zich het meest direct bewust zijn; vandaar dat ze denken dat alle beweging bezield is. Ten slotte koesteren de meeste culturen een geloof in bovennatuurlijke en onsterfelijke wezens die een andere wereld bewonen en krachten bezitten die groter zijn dan die van stervelingen – uit angst voor de dood, bij wijze van vlucht of zingeving. Omdat alles wat we kennen ontworpen is, hangen mensen het irrationele geloof aan dat het universum als geheel geschapen moet zijn.
Het beschikbaarheidseffect speelt een rol: het paranormale is nieuws, de afwezigheid ervan niet. Geloof zit waarschijnlijk vaak in de familie: conformisme en in-group-effecten. Krachtige emoties hebben de neiging zich in een kleine groep of massa te verspreiden (bijvoorbeeld tijdens seances). Er schuilt altijd waarheid in een reeks vage voorspellingen. Mensen proberen onbewust hun opvattingen te bevestigen. Men wil dat geld besteed aan een medium opbrengt. Mensen leggen verkeerde verbanden – brengen alleen die ene droom in verband met die ene gebeurtenissen (Koestler’s fallacy, p. 291); alle afwezige verbanden worden vergeten. De meeste mensen zijn nauwelijks in staat om de mogelijkheid van een toevallige samenloop van omstandigheden te berekenen.
Goedgelovigheid is heel krachtig. James Randi stuurde twee assistenten naar een laboratorium voor paranormale psychologie om hun goochelaarstrucs uit te voeren. Het lab publiceerde prompt artikelen over hun paranormale ‘gaven’. Niemand dacht eraan te vragen hoe ze hun effecten bereikten. Ook mensen van naam en faam zoals Arthur Conan Doyle, Nobelprijswinnaar Brian Josephson, Nancy Reagan en Gorbatsjov geloofden in het paranormale. Cambridge verleende een doctorstitel aan Rubert Sheldrake voor een proefschrift dat het bestaan van telepathie te hebben aangetoond. Bijgeloof trekt zich niets aan van klasse of gezindt of instelling.
Oorzaken, oplossingen en kosten
Aan de vele verschillende soorten irrationaliteit liggen vijf basisoorzaken ten grondslag. De eerste drie zijn speculatief.
Een is evolutionair van aard. Onze voorouders in het dierenrijk moesten hun problemen razendsnel oplossen door te vechten of te vluchten. Vermoedelijk is dit de reden waarom mensen die gestrest of gejaagd zijn op zo’n stereotype wijze denken en handelen in plaats van alternatieven te overwegen. Sterke emoties als woede of angst zijn nuttig. Conformisme, schaamte en groepsdenken zijn vrijwel zeker deels aangeboren. We zijn afhankelijk van anderen. De reden waarom irrationaliteit heeft overleefd (in plaats van weggeselecteerd) is dat je in onze samenleving niet over veel rationaliteit hoeft te beschikken om onderdak en voedsel te vinden en met succes een gezin groot te brengen.
Als we iets leren worden bepaalde verbindingen tussen zenuwcellen verstevigd. Concepten doen vele hersencellen over een groot gebied vuren. De verwerking verloopt zeer snel en dergelijke systemen van cellen generaliseren gemakkelijk: een onbekend soort vogel wordt snel als vogel gezien. Iets wat sterkt in het oog springt, onderdrukt andere verbindingen. Hard nadenken kost moeite: we zijn geëvolueerd tot wezens die briljant zijn in kijken, maar niet briljant in natuurkunde.
Een derde oorzaak is geestelijke luiheid. Om de noodzaak tot hard en lang nadenken te verminderen, hebben ‘heuristische’ trucs ontwikkeld die een snel en acceptabel, maar niet volmaakt, resultaat opleveren.
Een vierde oorzaak is ons onvermogen om gebruik te maken van elementaire kansrekening, elementaire statistiek en de concepten die zij voortbrachten. De voornaamste factor hier lijkt onwetendheid, die weer goeddeels toe te schrijven is aan ons onderwijssysteem.
De laatste oorzaak is zelfzuchtige vooringenomenheid, maar die ligt voor de hand. Het verlangen gelijk te hebben, de wens om het zelfrespect op te krikken.






Human inference : strategies and shortcomings of social judgment – Nisbett en Ross
Thinking and deciding – Baron
Judgement under uncertainty : heuristics and biases – Kahneman, Slovic en Tversky (red.)
Paradoxes of gambling behaviour – Wagenaar
Decision making – Janis en Mann
Rational choice in an uncertain world – Dawes
The psychology of military incompetence – Dixon
Contrarian investment strategy – Dremans
Your disobedient servant – Chapman
Our own worst enemy – Dixon
Innumeracy – Paulos
The psychobiology of consciousness – Davidson en Davidson
The evolution of cooperation – Axelrod
Simulation and games – Enzle, Hansen en Lowe
Medical problem solving : an analysis of clinical reasoning – Elstien, Shulman en Spralka
Obedience to authority : an experimental view – Milgram
The psychology of commitment – Kiesler (red.)
The Psychology of the Psychic – Marks en Kammann
A first language : the early stages – Brown
Help in a crisis : bystander response to an emergency – Latane en Darley
Personality and social change – Newcomb
Risk taking : a study in cognition and personality – Kogan en Wallach
Your disobedient servant – Chapman
Waste away – Chapman
Readings about the social animal – Aronson (red.)
The hidden costs of reward – Lepper en Greene (red.)
The unsafe sky – Norris
Objective knowledge – Popper
The benefits of psychotherapy – Smith, Glass en Miller
The moral judgment of the child – Piaget
Progress in social psychology – Fishbein (red.)
Eyewitness testimony – Loftus
Introduction to medical decision making – Lusted
Interaction ritual – Goffman
Risk-taking behavior – Yates
Models of man : social and rational – Simon
An introduction to probality theory and its applications – Feller
The quality of life – Fallowfield
Thinking, Fast & Slow van Daniel Kahneman zal je ook wel bevallen. Beetje gehypet, maar terecht.
[...] niet het zgn ‘halo-effect’ kunnen bewonderen (waarover van den Branden hier schreef: http://www.achillevandenbranden.net/2012/07/irrationaliteit-stuart-sutherland/ maar karakterschetsen die op de werkelijkheid zijn [...]
[...] uit de cognitiepsychologie dat we maar heel gebrekkig kunnen nadenken, uiterst vatbaar zijn voor irrationaliteit, voortdurend in verhalen redeneren en dat onze intuïtie ons bijgevolg misleidt op het vlak van [...]
[...] worden verkast naar het Midden-Oosten, laat mij koud.) Stuart Sutherland doet dat veel beter in Irrationaliteit, met alledaagse [...]