De appreciatie voor een boek hangt aan elkaar van de toevalligheden. Reden om recensies niet al te serieus te nemen. Deze Gedenkschriften kwamen op mijn pad toen ik door een medische ingreep bruusk aan mijn eigen sterfelijkheid werd herinnerd. En kijk, plots had een knul van vijfendertig veel aan de sonore terugblik van een wijze Romeinse keizer — laat die dan fictief zijn.

Yourcenars Hadrianus is al een oude man wanneer ze hem brieven laat schrijven aan de jongvolwassen Marcus Aurelius. Zestig jaar is hij: de leeftijd waarop ze haar andere grote held Zeno laat sterven in Het hermetisch zwart. Een geval van zielsverhuizing leek het even, toen ik beide boeken vlak na elkaar las. Maar dat ligt meer aan het rustige meesterschap in de schriftuur van de schrijfster, dan aan verwantschap tussen deze twee figuren. Hadrianus is een pragmatische soldatenkeizer, Zeno een filosofisch ingestelde arts.

Beiden dienen wel als vehikel om het humanistische gedachtengoed van Yourcenar te dragen. Het tijdslot waarin de auteur haar keizer koos is daarom relevant. Yourcenar werd op jonge leeftijd getroffen door een zinnetje in de correspondentie van Flaubert. “Toen de goden er niet meer waren en Christus er nog niet was, is er, van Cicero tot Marcus Aurelius, een uniek moment geweest, waarop alleen de mens bestond.” Hadrianus hoort in die periode thuis.

Bij de grote Romeinen spreken vooral de veroveraars (Caesar) en de onberekenbare tirannen (Caligula, Nero) tot de verbeelding. Hadrianus is anders. Hij was de derde van de zogenaamde “vijf goede keizers” tussen 96 en 180 die het keizerrijk op een bekwame wijze bestuurden: Nerva, Trajanus, Hadrianus, Antoninus Pius en Marcus Aurelius.

In het Nederlands spreekt men ook van Adoptiefkeizers, omdat ze bij gebrek aan eigen nakomelingen een of twee zoons als opvolgers adopteerden. Marcus Aurelius, van wie ik laatst de Persoonlijke notities las, is de meest contemplatieve van het vijftal. Hadrianus verkeerde bij voorkeur onder soldaten, in militaire kledij. Hij bereisde het merendeel van de Romeinse provincies en was geïnteresseerd in hoe het er in de uiterwaarden van zijn rijk aan toeging.

Hadrianus regeerde van 117 tot 138. Hij besefte dat het rijk ten onder dreigde te gaan aan middelpuntsvliegende krachten. De Romeinse republiek was aanvankelijk een stadstaat van een paar honderd km² en enkele tienduizenden inwoners. Door een reeks defensieve en offensieve oorlogen groeide de stad uit tot het centrum van een federatie die heel het Apennijns Schiereiland omvatte. Daarna breidde de republiek zich uit tot een imperium over het gehele Middellandse Zeegebied.

Omstreeks 133 v.Chr. bestond het rijk uit heel Italië, Pergamon en de provincia Asia, en de tijdens de Punische Oorlogen veroverde provinciae Sicilia, Sardinia en Hispania. Tegen 44 v.Chr. maakte heel Gallia, en grote delen van Klein-Azië en Noord-Afrika deel uit van het rijk. De eerste keizer, Augustus, veroverde onder meer stukken van Midden-Europa. Onder keizer Trajanus vocht Hadrianus mee als stafofficier tegen de Daciërs (Roemenië/Hongarije) en Visigoten in Oost-Europa, en daarna tegen de Parthen (Iran) in Klein-Azië.

Vanaf 117, wanneer Hadrianus na het overlijden van Trajanus aan de macht komt, wordt het Romeinse rijk niet meer groter. Integendeel, Hadrianus stoot grenslanden als Bulgarije af en trekt het leger terug uit Syrië, Armenië en Mesopotamië. Blijvend symbool van zijn conservatieve beleid is de Muur van Hadrianus die werd aangelegd in het noorden van Britannia tegen de aanvallen van de Picten en Scoten (Schotten). Zo’n verdedigingslinie (limes) was niets nieuws. In 83 begon al de afgrendeling met limes tussen de natuurlijke verdedigingslinies Rijn en Donau.

Hadrianus zou in Itálica geboren zijn, een Romeinse kolonie in Zuid-Spanje ter hoogte van het huidige Santiponce. Na de vroegtijdige dood van zijn vader werd Hadrianus opgenomen in het kinderloze gezin van zijn achteroom, de latere keizer Trajanus. Diens vrouw Pompeia Plotina was dol op Hadrianus en zorgde er mede voor dat hij keizer werd. Kort na zijn aanstelling liet Hadrianus een viertal vijanden vermoorden, wat de Senaat tegen hem innam.

Zeker, dit bloederige begin van zijn ambt wordt besproken in de Gedenkschriften. En toch komt Hadrianus in dit boek minder autoritair naar voren dan hij was. Hij trok veel macht naar zich toe ten koste van de Senaat. En liet hij meer mensen ombrengen dan zijn directe rivalen. Bekend is het grof geweld waarmee hij in Judea het religieus verzet van de joden onder leiding van Bar Kochba liet neerslaan met grote eigen verliezen. De provincie werd omgedoopt tot Syria-Palaestina.

In de Gedenkschriften wordt van dit soort dingen met minder bladzijden gerept dan had gekund. Dat Hadrianus een behoorlijk kwaaie piet kon zijn, wordt naar verluidt goed zichtbaar in de biografie die Anthony Everitt recent over hem publiceerde. Daarbij zij aangetekend dat Yourcenar haar roman schreef in een tijd waarin geen biografieën van de keizer in omloop waren, laat staan definitieve.

Wel ruime aandacht besteedt de schrijfster aan het filhellenisme van de keizer. Als jongeman al was Hadrianus een vurige bewonderaar van Griekenland. Eenmaal aan de macht wou hij van Athene de culturele hoofdstad van zijn rijk maken. Online encyclopedieën vermelden dat hij liever Grieks sprak dan Latijn en vertrouwd was met de Griekse filosofie. Hadrianus liet naar Griekse gewoonte zijn baard staan, waarmee hij brak met de Romeinse mode van eeuwen.

De meest persoonlijke bladzijden in de Gedenkschriften gaan over de homoërotische liefde voor de jongeling Antinous (Antinoös). Deze buitengewoon mooie kerel uit Bythinië (noord-westen van Klein-Azië) vergezelde de keizer op zijn vele reizen. Hij verdronk in onduidelijke omstandigheden tijdens een trip op de Nijl. Volgens de Historia Augusta schreide de keizer als een vrouw om dit verlies. (De matige roman Psyche van Paul Claes zoomt in op deze episode.)

Hadrianus liet Antinous vergoddelijken en bouwde de Egyptische stad Antinopolis te zijner nagedachtenis. De cult rond Antinous werd populair in de Griekssprekende wereld. Ter vergelijking: over de vrouw van Hadrianus, en zijn mislukt huwelijk, amper een woord bij Yourcenar.

Niet ver van waar nu Tivoli ligt, bouwde Hadrianus zijn Villa Hadriana, een buitenverblijf met de proporties van een kleine stad, waar tientallen sculpturen ter ere van Antinous zouden hebben gestaan. [Over de Villa zie de voortreffelijke Nederlandse wiki-pagina; meer foto's bij de Franse wiki.] Andere bouwwerken onder het bewind van Hadrianus zijn de Bibliotheek van Hadrianus in Athene, het Pantheon en de Engelenburcht.

De Engelenburcht fungeerde als grafmonument toen de kiezer in 138 overleed. Omdat ook zijn huwelijk kinderloos gebleven was, besloot de keizer Antoninus Pius te adopteren op voorwaarde dat hij op zijn beurt Marcus Aurelius en Lucius Verus zou adopteren als opvolgers. Aldus geschiedde.

Hadrianus’ Gedenkschriften las ik als een filosofisch vademecum waarbij de biografische feiten vooral als illustratiemateriaal dienen. Het viel me makkelijk om op elke bladzijde het kernwoord te omcirkelen waar de keizer een boompje over zou opzetten. Ook dit is een kunstmatig boek. “Keurig, consecutief en thematisch,” net zoals ik Het hermetisch zwart beschreef. De gedachten die Yourcenar in de mond legt van Hadrianus zijn wel aardser en wijzer dan die van Zeno, vond ik.

Daar waar een wever zijn kleed zou verstellen, een bekwaam rekenaar zijn vergissingen zou verbeteren, de kunstenaar zijn nog onvolmaakt of een weinig beschadigd meesterwerk zou retoucheren, geeft de natuur er de voorkeur aan opnieuw van de ruwe klei, opnieuw van de chaos uit te gaan, en deze verspilling schijnt nu eenmaal inhaerent aan de orde der dingen.

En door zoiets simpels als de ik-vorm die Marguerite Yourcenar nu wel hanteert, maakten die gedachten het nodige los. Daar staat tegenover dat Hadrianus slimmer is, meer overzicht houdt en beter formuleert dan samen mogelijk is. Yourcenar moest deze memoires wel verpakken als correspondentie: de Romeinen schreven geen autobiografieën. Maar de gehanteerde briefvorm (zonder interesse in en zonder weerwoord van de geadresseerde) blijft een lege doos.

In mijn uitgave zijn de aantekeningen opgenomen die de schrijfster maakte toen ze aan het boek werkte. Daarin laat ze zich gelden als een intelligente theoreticus van de historische roman. Jaren geleden heb ik al eens met een stapel essays van Yourcenar in mijn handen gestaan (opvallend vaak in het Nederlands vertaald). Al te droge kost dacht ik toen, en legde de boeken weer weg. Nu weet ik beter. Dat is een fijn vooruitzicht.

Meer over Hadrianus op http://www.roman-emperors.org/hadrian.htm

(Deze snelle impressie verscheen eerder, kort na lectuur, op checkthis.com)

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Marguerite Yourcenar, Hadrianus’ Gedenkschriften
320 p.
Uitgeverij Athenaeum-Polak en Van Gennep, 1977
Oorspr. Mémoires d’Hadrien (1951)
Vertaald door J.A. Sandfort


1 reactie op “Hadrianus’ Gedenkschriften – Marguerite Yourcenar”

  1. [...] Yourcenar de laatste leesbare schrijfster van Frankrijk? Het hermetisch zwart was uitstekend. Hadrianus’ Gedenkschriften een [...]

Zeg uw gedacht