Vijfentwintig jaar geleden had Robert Hughes (1938-2012) een plan voor een boek over het modernisme, de Catalaanse variant van wat elders in Europa Art Nouveau of Jugendstil werd genoemd. Maar het boek werd steeds dikker en groeide uit tot een algemene geschiedenis van Barcelona. Daar was zijn uitgever, met de Olympische Zomerspelen van 1992 in aantocht, niet rouwig om.

Het epos van Barcelona is rijk en dik en condens, en toch houdt Hughes ermee op wanneer Franco zich aandient. Geen franquisme dus, geen Transición, geen na-oorlogs Catalonië. Daarmee mist de gemiddelde lezer zoals ik — die dit boek alleen vóór, tijdens of na een reisje Barcelona zal opslaan — de aansluiting met hoe de stad er nu bijligt.

Makkelijk kan men zich vurige hoofdstukken van Hughes indenken over hoe het Catalaanse nationalisme tegenwoordig gestalte krijgt, in de eeuwige rivaliteit tussen FC Barcelona en Real Madrid. Maar neen, dit boek stopt omstreeks 1926, bij de dood van Gaudí. Waarbij Hughes de patroonheilige van het modernisme logischerwijs opspaart voor het eind. Het laatste hoofdstuk behoort ongetwijfeld tot de beste inleidende teksten over de beroemde bouwmeester.

Maar eerst leren we Domènech kennen, een andere architect, de eerste theoreticus van het modernisme. Europa lag er als een museum bij, dacht Domènech. Al die Griekse, gotische en islamitische architectuur. We missen een nieuwe architectuur die de belangrijkste hedendaagse mythe, de technologie, gestalte geeft in onze gebouwen. Architectuur die gebruik maakt van ijzer, glas, chemie en electriciteit.

Modernistische architectuur bestaat in hoofdzaak uit exclusieve villa’s. Het modernisme kon alleen tot stand komen door het mecenaat van rijke kapitalisten die Gaudí en co opdrachten gaven. De beroemdste onder hen was Eusebi Güell (1846-1918), een Catalaans ondernemer en industrieel die uitgroeide tot een mecenas van De Medici-achtige allure. Hughes staat overigens niet onkritisch tegenover de topzware pretenties van de theoretici van het modernisme. Het mooiste zinnetje uit het hele boek is dit:

Het modernisme observeerde de vleugel van de vlinder of de kosmische ruimte en niet veel daartussenin. Het kon ondraaglijk onmatigend zijn over zijn doelstelling en net zo snobistisch van het werkelijke leven afstaan als alleen renteniers dat kunnen.

Het heeft lang geduurd eer Europa Gaudí correct kon inschatten. Door de Franse modernisten werd hij snel neergezet als proto-surrealist. Maar Gaudí was allesbehalve een beeldenstormer. Hij was een aartsconservatief die teruggreep naar de organische vormen die de goddelijke natuur hem liet zien (schelpen, vleugels, bladeren, wortels). Gaudí zweerde bij eerlijk ambachtelijk werk en zijn katholieke roots. Zijn Sagrada Família was bedoeld als een Catalaans bastion tegen de decadentie van de nieuwe tijd.

Gaudí was bovendien een nationalist. De ontwikkeling van de Catalaanse cultuur en geschiedenis loopt als een rode draad door het boek. Hughes overschat daarbij de zeer middelmatige Catalaanse kunst en literatuur. Hij wil volledig zijn, maar is alleen maar langdradig. De gedichten die hij citeert zijn onveranderlijk knudde.

Voorbeeldig is dan weer hoe hij de officiële Catalaanse geschiedenis afzet tegen zijn eigen afstandelijke versie. Geschiedkundigen zijn heel vaak chauvinisten. Plaatselijke historici zijn altijd bereid een toevallige uitzonderingssituatie te recupereren als een nationale verdienste. Terwijl meestal gewoon profane wetten gelden: in Het epos van Barcelona is bijvoorbeeld goed te zien hoe economische macht leidt tot taalsuprematie.

Het Catalaans, laten we daarmee beginnen, is géén dialect van het Spaans (Castiliaans). Het is een volwaardige Romaanse taal die op dezelfde hoogte staat als het Spaans en het Frans. Net als bij de andere Romaanse talen is de oorsprong te zoeken in het Latijn zoals dat werd gesproken door het gewone volk en de Romeinse soldaten.

In vergelijking met de andere talen op het Iberische Schiereiland, heeft het Catalaans alleen veel minder invloed van het Arabisch ondergaan, omdat de Moorse bezetting in Catalonië veel korter geduurd heeft. De filosoof en filoloog Ramon Llull (1235-1316) was de eerste Europese auteur die een Romaanse taal, met name het Catalaans, boven het Latijn verkoos voor zijn publicaties.

Na de ontdekking van Amerika in 1492 nam de politieke macht van het Huis van Castilië enorm toe en zien we een toenemende verspaansing van het culturele leven. In Spanje werd het Catalaans in 1714 met de opkomst van de dynastie van het Huis Bourbon verboden. In 1659 werd de Catalaanssprekende provincie Roussillon door Frankrijk geannexeerd. Na de Franse Revolutie moest iedereen daar, vanuit de gedachte van de égalité (gelijkheid) Frans spreken en werden andere talen uit het staatsonderwijs en het openbare leven geweerd.

In de negentiende eeuw kende het Catalaans een eerste revival. Spanje verloor één voor één zijn koloniën, de Industriële Revolutie bracht welvaart en macht naar Catalonië en de opkomende burgerij koos voor het Catalaans. De heropleving duurde niet lang. Franco kwam aan de macht in 1939. Hij verbood niet alleen het Catalaans, maar liet ook alle Catalaanstalige boeken van na 1850 vernietigen. Na de dood van Franco in 1975 werd de taal, als onderdeel van het democratiseringsproces, weer toegelaten.

Naar verluidt schrijft Hughes in Het epos van Barcelona minder verzorgd en gestructureerd dan in bijvoorbeeld De fatale kust, zijn geschiedenis van de geboorte van Australië. Ik had alvast geen enkel probleem om zijn boek door te komen. Hij koppelt algemene tendenzen aan tot de verbeelding sprekende personages en scènes. Lees alleen al de bladzijden over de onderzeeër van Monturiol.

Neemt niet weg dat Het epos van Barcelona voor de meeste liefhebbers overkill betekent. Zij zullen genoeg hebben aan de voortreffelijke inleidende hoofdstukken over de Catalaanse nationaliteit, en alles wat Hughes vertelt over het modernisme aan het eind van zijn boek. In 2001 publiceerde Hughes onder de titel De grote verleidster een sterk afgeslankte versie van Het epos van Barcelona, al vond ik in de betere boekhandel in Barcelona alleen Penguin-uitgaves van het grote boek.

Historisch wordt Barcelona pas echt boeiend vanaf de negentiende eeuw, wanneer het gildesysteem verschrompelt in het zicht van het industriële kapitalisme. Een zelfbewuste middenklasse komt op. Het ‘conservatieve catalanisme’ van de bazen — de financiële elite (gent de bé) die uiteraard niet met Madrid en andere Spaanse afzetgebieden wil breken — botst met het culturele catalanisme dat aanstuurt op volledige onafhankelijkheid.

Dagloners krijgen het zwaar in de negentiende eeuw. Linkse ideologieën floreren (en maken Barcelona even tot wereldhoofdstad van het anarchisme). Hughes heeft in dat verband een prachtig hoofdstuk klaar over de Eixample, de negentiende-eeuwse stadsuitbreiding van Barcelona onder de auspiciën van Ildefons Cerdà i Sunyer (1815-1876). Cerdà was een rationeel denkende socialist: hij bedacht gelijkvormige, achthoekige woonblokken die niet meer dan vier verdiepingen hoog zouden worden met tussen de huizen plaats voor groen. Identieke woonblokken dus, waar zowel de gegoede burgerij, kleine zelfstandigen en arbeiders broederlijk naast elkaar zouden wonen.

Door laksheid van het Barcelonese stadsbestuur namen speculanten echter al snel bezit van de grond en huizenbouw in de Eixample. Op de socialistische droomwijken zoals Cerdà ze getekend had, werd fors beknibbeld. Maar het grid van de Eixample is nog steeds te zien en is tot op vandaag een wereldberoemd voorbeeld van wetenschappelijke stedenbouw.

Het hele boek door blijft Hughes het best in zijn element — gepassioneerd, erudiet, wendbaar — als hij over bouwkunst mag schrijven. Voorzien van een register is Barcelona ideaal als architectuurgids voor de hedendaagse citytripper.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> selectieve bibliografie in de reacties hieronder

Robert Hughes, Het epos van Barcelona : koningin der steden
465 p.
Uitgeverij Balans, 1992
Oorspr. Barcelona (1992)
Vertaald door Bab Westerveld en WVK-groep Bergeyk

Getrimd, uitgebreid en herschikt uit Wikipedia:

Geschiedenis van Barcelona
Tijdens de Tweede Punische Oorlog werd de stad veroverd door de Carthagers, onder leiding van Hamilcar Barca. Voorheen kwamen de Punische gebieden niet verder dan de rivier de Ebro. In 218 v.C. kwam het plaatsje in handen van de Romeinen. De Romeinen bleven de Carthaagse heerschappij over de zee bekampen en zetten hun zinnen op het hele Iberische schiereiland. ‘Barcino’ werd vanaf 15 v.C. gebruikt als castrum, als militair fort. Tegen de tweede eeuw nam de stad de gedaante aan van een Romeinse oppidum.

De stad lag in Hispania Tarraconensis, een Romeinse provincie die het grootste deel van Spanje besloeg en die bestuurd werd vanuit Tarraco. Tarraco (het huidige Tarragona) en Caesaraugusta (Zaragoza) waren eeuwenlang veel belangrijkere steden dan Barcelona. Barcino was weliswaar niet arm, maar kon niet bogen op grote publieke bouwwerken (theater, amfitheater, circus) zoals in Tarraco. Er was alleen een tempel gewijd aan Caesar Augustus.

In de derde eeuw na Christus woonden er nog steeds maar een paar duizend inwoners. Het stukje Spaanse hinterland werd verdeeld onder Romeinse veteranen en moest geen keizerlijke belasting betalen. Barcino viel onder de controle van Tarraco, maar zou langzaam aan belang winnen door zijn mooie ligging en uitstekende haven. De nabijheid van de Via Augusta zorgde voor de commerciële en economische ontwikkeling van de stad.

In de vijfde eeuw werd Barcino bezet door de Visigoten. Nadat de Romeinse troepen een nederlaag tegen de Visigoten leden in Narbona (Narbonne) in 414, drongen ze via de Pyreneeën Tarraconensis binnen. Barcino bleef een belangrijke provinciestad binnen het Visigotische rijk — de hoofdstad werd Toulouse (417), later Toledo (573). De Visigoten maakten een minderheid uit van de bevolking maar bezetten wel alle sleutelposities. Ook die toplaag sprak uiteindelijk vulgair Latijn.

In de achtste eeuw kregen de Moren de stad vreedzaam in handen. Een groot deel van de bevolking vluchtte naar de Pyreneeën, waar ze kleine nederzettingen stichtten. Het Moorse bewind in ‘Barshiluna’ duurde minder dan een eeuw. De Moorse invloed in Barcelona is dan ook stukken minder zichtbaar dan in zuidelijker delen van Spanje. Hoewel de kathedraal werd omgeturnd tot moskee en niet-moslims belastingen moesten betalen, werd de godsdienstvrijheid en het civiele bestuur grotendeels gehandhaafd.

Na een belegering van vele maanden werd de stad in 801 heroverd door Lodewijk, zoon van Karel de Grote, en kwam het in bezit van het Frankische rijk. Barcelona werd de hoofdzetel van de Marca Hispanica, een Karolingische bufferzone geregeerd door de Graaf van Barcelona. De rivieren de Llobregat en de Cardener zouden de meest zuidelijke grenzen vormen van het Karolingische rijk. In 985 verwoestte de Arabische leider van het Kalifaat van Córdoba Al-Mansoer een groot deel van de stad. Hij slaagde er echter niet in de stad te bezetten.

De eerste Karolingische graven van Barcelona waren weinig meer dan bestuurders in naam van de koning. De graven van Barcelona werden steeds machtiger en onafhankelijker en breidden hun bezittingen uit tot over heel Catalonië. Aan het einde van de negende eeuw werd de titel van Graaf van Barcelona ook nog eens erfelijk. De Marca Hispanica werd bijna synoniem met de florissante en makkelijk te verdedigen havenstad Barcelona.

In 1137 raakten de dynastiën van het graafschap Barcelona en Aragon door een gemeenschappelijk huwelijk aan elkaar gelinkt. Barcelona viel voortaan onder het koninkrijk Aragon, maar kon bestuurskwesties zelfstandig afhandelen: het werd vertegenwoordigd door de Corts Catalanes.

De bezittingen van het koninkrijk Aragon strekten zich uit tot Napels, Sicilië, en zelfs Athene in de dertiende eeuw. Ook Barcelona groeide uit tot een machtig graafschap en in de dertiende en veertiende eeuw werd het een van de belangrijkste mediterrane handelssteden, samen met Venetië en Genua. Het had vertegenwoordigers in alle grote havens aan de Middellandse Zee. De Bank van Barcelona, allicht de oudste bank in Europa, werd opgericht in 1401. Een paar jaar later volgden die van Venetië en Genua.

Toen de dynastieën van Aragon en Castilië aan elkaar gelinkt raakten in de vijftiende eeuw, betekende dat het begin van de tanende macht van Barcelona. Met huwelijk van Ferdinand II van Aragon en Isabella I van Castilië in 1495 kwamen de twee koninklijke bloedlijnen bij elkaar. Madrid werd het politieke machtscentrum en door het edelmetaal dat na de ontdekking van de America’s binnenstroomde, nam het belang af van de handel in de Middellandse Zee.

De eenmaking van Spanje en de rijkdommen die in de Nieuwe Wereld vielen te rapen zorgden ervoor dat de zestiende en zeventiende eeuw werden gedomineerd door politieke onrust. Het begon met de Catalaanse Opstand (1640-1651) tegen Filips IV, een opstoot van onafhankelijkheidsstreven. De pest halveerde tussen 1650 en 1654 de stadsbevolking. Door de Spaanse Successieoorlog (1706-1714), kwam een einde aan de onafhankelijkheid van heel Catalonië en begon een donkere periode voor Barcelona. De Catalaanse adel had de kant van de Habsburgers gekozen tegen de Bourbon Filips V.

Nadat Catalonië ook nog eens zwaar getroffen werd door de Napoleontische oorlogen, brak in de negentiende eeuw een periode van voorspoed aan voor de stad. Barcelona werd opnieuw een belangrijk politiek, economisch en cultureel centrum. De gunstige ligging van de havenstad en de aanwezigheid van bruinkool in de naburige Berguedà-streek, waren belangrijke troeven in de Industriële Revolutie die door Europa trok.

Barcelona was een van de eerste geïndustrialiseerde steden van Europa. Aan het einde van de achttiende eeuw bestond de toen kleinschalige industrie vooral uit textielfabrieken. In de loop van de negentiende eeuw groeide de textielproductie. De textielmarkt is vandaag nog steeds een belangrijk deel van de economie. Barcelona staat bekend als modestad. Bekende Catalaanse merken zijn Armand Basi, Mango, Camper, Adolfo Dominguez, Desigual en Custo.

In 1888 organiseerde de stad de Wereldtentoonstelling, de Exposición Universal de Barcelona. Het bewoonbare gedeelte van de stad werd uitgebreid van Parc de la Ciutadella tot de havenwijk Barceloneta. In 1897 werd een deel van de stadsmuren — waarmee de Bourbons de rebelse arbeiders van de oude stad hadden ingesnoerd — verwijderd om Barcelona met de omliggende dorpen te verbinden en zo verder te groeien. De uitbreiding begon met de bouw van de wijk Eixample, ontworpen door Ildefons Cerdà. Een tweede internationale tentoonstelling werd georganiseerd in 1929 en versnelde de urbanisatie rond de Plaça Espanya en de verdere uitbouw van de metro.

Opnieuw welvarend, werd Barcelona ook weer op de culturele landkaart gezet. Tussen 1880 tot 1911 was de stad in de ban van het modernisme, de Catalaanse variant van wat elders Art Nouveau of Jugendstil werd genoemd. Het was een reactie van de intellectuele avantgarde op het traditionalisme, de burgerlijkheid en de romantiek die tot die tijd de Catalaanse kunst hadden overheerst. Het Catalaans modernisme ging hand in hand met de verschillende soorten Catalaans nationalisme die in die tijd opkwamen, de gelijkwaardigheid voorstond van de Catalaanse cultuur met de Spaanse of zelfs onafhankelijkheid van Spanje nastreefde.

Het Catalaanse modernisme omvatte literatuur, muziek, theater en beeldende kunst, maar bereikte haar hoogtepunt in de bouwkunst, met architecten als Antoni Gaudí, Lluís Domènech i Montaner, Josep Puig i Cadafalch en Josep Maria Jujol. Hun werken worden gekenmerkt door het gebruik van gebogen (in plaats van rechte) lijnen, asymmetrie en veelvuldig gebruik van organische elementen ontleend aan de natuur, gecombineerd met rijke decoratie en detaillering. Gaudí’s belangrijkste invloeden waren de gotiek, de Arabische bouwkunst en de natuur.

Aan het begin van de twintigste eeuw groeiden de economie en de industrie en vestigden arbeiders zich in de stad. Met hen kwamen nieuwe ideologieën de stad binnen. Slechts een gedeelte van de bevolking profiteerde van de economische bloei en de tegenstelling tussen arm en rijk nam toe. Rond de eeuwwisseling was Barcelona de wereldhoofdstad van het anarchisme, met bomaanslagen die even paranoïde maakten als moslimterreur een paar jaar geleden. Onder invloed van linkse ideologieën, waaronder vooral dus het anarchisme, rommelde het bij de arbeidersklasse, wat onder meer uitmondde in de Tragische week van 1909.

In juli 1936 maakt de Spaanse Burgeroorlog een abrupt einde aan de groei van Barcelona. De stad, net als de rest van Catalonië resoluut republikeinsgezind, werd verscheidene keren gebombardeerd, onder meer door Italiaanse vliegtuigen vanaf Majorca onder leiding van Benito Mussolini. Ze werd in januari 1939 veroverd door het nationalistische leger van Francisco Franco, alle inspanningen van de communisten, anarchisten en de Republikeinse Internationale Brigades (vereeuwigd door George Orwell in zijn Saluut aan Catalonië) ten spijt.

Toen de stad viel, vluchtten hele volksmassa’s over de Franse grens. Franco bestrafte het taai verzet van Barcelona door de autonomie van Barcelona en Catalonië op te schorten, zesendertig jaar lang. Het gebruik van het Catalaans in het openbaar was verboden.

Vanaf Franco
Eerst werd Barcelona vijftien jaar door Franco gebruikt als een industriële machine, waarvoor een buitenproportionele groei van de stad werd afgedwongen. Door deze groei kwamen duizenden Spanjaarden uit het zuiden (Andalusië, Murcia, Galicië) naar Barcelona voor werk. Ze spraken natuurlijk Spaans (Castiliaans), wat het clandestiene Catalaans nog meer in de verdrukking bracht. Een groot deel van hen leefde in barakken zonder gas, licht of water. Dit fenomeen heette in het Spaans barraquismo. Verdedigers van de Catalaanse cultuur werden opgesloten in het kasteel van Montjuïc en riskeerden zelfs de dood.

Pas in de jaren zestig braken er, economisch gezien, betere tijden aan, vooral door de massale komst van Noord-Europese toeristen. Deze concentreerden zich niet in Barcelona, maar rondom de toenmalige vissersdorpen, maar de extra werkgelegenheid in de omgeving was ook in het voordeel van de bevolking van Barcelona.

In 1975 overleed Franco en kwam er een einde aan 36 jaar onderdrukking en isolatie. Spanje kreeg een koning, Juan Carlos I, en Barcelona kreeg de kans om zich te ontwikkelen. De Catalaanse taal en cultuur waren weer vrij te gebruiken. Massale demonstraties door meer dan één miljoen mensen in de straten van Barcelona leidden tot de restauratie van de Catalaanse autonomie in 1977. De promotie van het Catalaans is nog steeds gaande, maar heeft een sterk politieke signatuur.

De ontwikkeling van Barcelona kreeg twee serieuze injecties in 1986. Spanje trad in dat jaar niet alleen toe tot de Europese gemeenschap, er werd ook bekend dat Barcelona de Olympische Spelen van 1992 mocht organiseren. Hiermee begon een enorme transformatie van de stad, onder de leiding van de befaamde architect en stedenbouwkundige Oriol Bohigas i Guardiola. Het metronetwerk werd gemoderniseerd, de huidige rondwegen werden aangelegd, de luchthaven uitgebreid en een groot deel van het centrum ‘schoongemaakt’. De stad, die lange tijd door de haven, wegen en spoorwegen van de Middellandse zee was afgesloten kreeg weer een zeefront en eigen stranden. Criminaliteit werd succesvol bestreden en vele historische gebouwen (waaronder een aantal van Antoni Gaudí) werden gerestaureerd.

Barcelona is al vele decennia een belangrijke handelsstad. De industrie beslaat een groot aantal sectoren, waarvan de textiel-, chemie-, auto-, elektronica- en farmaceutische industrie de belangrijkste zijn. Buiten de industriesector zijn logistiek, media en informatica de belangrijkste branches in de dienstensector. De laatste twintig jaar zijn veel fabrieken verplaatst naar industrieterreinen rondom voorsteden als Terrassa, Sabadell en Mataró.

Het toerisme is een andere inkomstenbron, die sinds 1992 enorm toenam. In 2010 bezochten zo’n 7 miljoen toeristen de stad. Barcelona bekleedt de zesde plaats in de lijst met dichtstbevolkte gebieden in Europa, na Parijs, Londen, het Ruhr-gebied, Madrid en Milaan. De meestgelezen kranten zijn La Vanguardia, een nationaal Spaans dagblad met zijn hoofdzetel in Barcelona, het meer lokale El Periódico de Catalunya, waarvan een Spaanstalige en een Catalaanse editie uitkomt, en het in Madrid gezetelde El País.

 

Topics uit Het epos van Barcelona:

ix Dit boek was dunner bedoeld
3 Barcelona, dat zijn eigenlijk drie steden
7 Franco tegen Catalunya
9 Catalaans, herstel van het Catalaans
12 expansie
17 na Franco’s dood
22 ‘De boerderij’ van Miró
23 Castilianen versus Catalanen
28 Catalan da sempre
31 Catalaanse schrijvers
35 Catalunya in Europa
41 huidige stadsindeling
44 nachtleven

 

DEEL 1 DE OUDE STAD

53 Rome kwam Spanje bezetten omdat het in oorlog was met Carthago
57 Seneca en Martialis
61 Augusteïsche nederzetting
65 gedwongen tot import
66 de Visigoten
68 de Arabieren
69 de Franken
71 Guifré el Pelós, de grote eenmaker
73 de Catalaanse vlag, apocrief verhaal
76 El-Mansoer, de vizier van Córdoba, verovert Barcelona
76 Karolingische gebouwen
82 de feodale instellingen van Catalunya
83 de herovering van Catalunya op de Arabieren
87 het beeld en de ideologie van de casa pairal
91 de vereniging van het 12de-eeuwse Catalunya met het koninkrijk Aragón
92 Jaume 1, Barcelona als mediterrane zeemacht
96 visionair mysticisme
98 middeleeuwse handel
103 de wetgevende raad: de Corts Catalanes
104 het Barcelonese stadsbestuur: de Consell de Cent
105 biga en busca
108 het Catalaans verspreidt zich
109 Ramon Llull
110 nog een Catalaanse apologeet, de dominicaan Ramón Martí
118 Tirant lo Blanc van Joanot Martorell
119 troubadour Ausìas March
122 expansie van de stad; nieuwe muren
124 Pere IV; gotische gebouwen
130 de kathedraal
132 de gilden
137 de scheepswerven; zeevaart
144 vijftiende eeuw: invalide Barcelona; Castilië groeit
149 Castilië beleeft in de zeventiende eeuw zijn Gouden Eeuw
150 de Maaiersoorlog: worsteling voor onafhankelijkheid
154 de Spaanse Successieoorlog
158 overgave aan de Bourbons, 1714
160 maatregelen om de Catalaanse elite geen onafhankelijk bestaan te laten
162 het Catalaans houdt stand, als volkstaal
162 de Citadel van Barcelona, de muralles van Filips V
166 Barcelona mag eindelijk graantje meepikken van de Atlantische Oceaan
168 het gildesysteem verschrompelt in het zicht van het industriële kapitalisme
169 rationele stedebouw, produkt van de Verlichting; Ramblas
173 verzet tegen de Fransen: guerilla
177 ontmanteling van het machtsapparaat van de Bourbons door de liberales
179 bezetting door het Franse leger; verlies van de kolonies
182 de middenklasse weet dat absolutisme en kapitalisme niet samengaan
185 Mendizábal: kerkelijk grondbezet wordt staatseigendom
190 indianos
191 Frans liberalisme en eerste socialistische geluiden: Jaume Balmes i Urpia e.a.
192 Catalunya: het enige Spaanse gebied dat met zijn industrie en kapitaalgroei op Noord-Europa leek
195 de Jamancía van 1843
196 katoenmagnaten
198 protectionisme en catalanisme werden door Catalunya en Madrid als hetzelfde beschouwd
199 taalpatriottisme: de Catalaanse Renaixença: Aribau en Rubió i Ors
204 bloemlezingen Catalaanse volksliteratuur; de uitvinding van de traditie: Fontanals en Piferrer

 

DEEL 2 DE NIEUWE STAD

213 1848 gaat aan Spanje voorbij
214 Catalunya als industriegebied: textiel en katoen
216 het Catalaanse proletariaat
218 het Catalaanse republikeinse socialisme: Étienne Cabet en Narcis Monturiol
222 de onderzeeër van Monturiol
228 een plan voor een nieuw Barcelona: Ildefons Cerdà
231 kapitein-generaal Zapatero; de sloop van de muralles
232 het ‘socialistische’ ontwerp van Cerdà: de Eixample
241 Catalunya’s grillige negentiende-eeuwse muziekcultuur; el Liceu
246 de musicus Josep Anselm Clavé i Camps
248 poëziewedstrijd Jocs Florals
256 pronunciamiento: het leger dat zijn loyaliteit aan een politieke groepering betuigt
260 de vier hoofdlijnen van het catalanisme, met als winnaar regionaal conservatisme
270 het boerenbedrijf in Catalunya
275 de Güells
278 febre d’or: goudkoorts; hoe speculanten zich opwerken
280 bladluizen en ravage
286 Jacint Verdaguer en zijn L’Atlàntida
289 de Eixample vordert traag
291 excursionisme: patriottisch herinneringswerk
293 Rogent, Semper, Vilaseca en Domènech, architecten
298 Fontserées parkproject
303 Rius i Taulet, liberale monarchistische burgemeester; wereldexpo van 1888
313 conservatief catalanisme van de bazen: de financiële elite (gent de bé) wil niet met Madrid en andere Spaanse afzetgebieden breken
316 colonia industrial: kleine fabriekssteden
319 Jacint Verdaguer versus de kerk
321 het kalme, niet-modernistische, leven van de gegoede families
323 Museu Frederic Marés: verzamelaar van contemporaine spullen
328 modernisme: architectuur, literatuur en cultuur 1890-1910
330 modernistische architectuur: gotische en arabische invloeden
335 Lluís Domènech i Montaner
339 Joseph Puig i Cadafalch
345 Cementri Vell en de doden
347 dagloners; opkomst van het anarchisme tegen het verbond tussen kapitaal en vroomheid
352 een epidemie van bommen; de Montjuic-processen
355 Cuba onafhankelijk
357 de Barcelonese schilderkunst in een langdurige coma; Rusinyol
369 festes modernistes; Els Quatre Gats
375 zangvereniging Orfeó Català; Enric Morera
379 Wagner-cultus
381 het Palau de la Música Catalana van Domènech
389 Gaudí
393 twee bronnen: planten en het menselijk lichaam
396 Santa Maria del Poblet
398 de coöperatie van Mataró
401 Eusebi Güell: kapitalist à la Medici
403 Casa Vicens
411 de kunstkring van Sint-Lukas (Maragall, Torras…)
419 Gaudí, een romanfiguur uit Dostojevski
420 Santa Coloma del Cervelló
421 Gaudí’s werkmethode: omgekeerd modelleren met behulp van touwen en gewichten
423 Parc de Güell
426 Spanje was abstract, Catalunya concreet
429 Casa Batlló
431 Casa Milà
436 Setmana Tragica van 1909
437 Sagrada Família
447 de kerk na de dood van Gaudí


4 reacties op “Het epos van Barcelona – Robert Hughes”

  1. Achille van den BrandenNo Gravatar says:

    Selectieve bibliografie:

    Albarrán – El Park Guell
    Barey – De la ciutat pre-industrial al fenomen modernists
    Bassegoda – El gran Gaudí
    Bassegoda en Pane – Antoní Gaudí
    Caballero – Barcelone baroque et moderne : l’exuberance catalane
    Carr – Modern Spain 1875-1980
    Carr – Spain 1808-1939
    Cirici Pellicer – Barcelona step by step
    Collins – Antoni Gaudí
    Dalrymple – Travels through Spain and Portugal in 1774
    Elliott – Imperial Spain 1469-1716
    Elliott – The revolt of the Catalans : a study in the decline of Spain 1598-1640
    Fabre en Huertas – Barcelona : la construcció d’una ciutat
    Fernández-Armesto – Barcelona : a thousand years of the city’s past
    Fuster – Literatura Catalana contemporània
    Giner – The social structure of Catalunya
    Goldston – Barcelona : the civic stage
    Lewis – The development of southern French and Catalan society 718-1050
    Mackay – L’arquitectura moderna a Barcelona
    McCully – Els Quatre Gats : art in Barcelona around 1900
    McDonogh – Good families of Barcelona
    Manent – Tres escritores catalanes : Carner, Riba, Pla
    Marfany – Aspectes del modernisme
    Martorell – Tirant lo Blanc
    Mendoza – Barcelona modernista
    Mendoza – City of marvels
    Menéndez – Historia de España
    Montalbán – Barcelones
    Morris – Surrealism and Spain 1920-1936
    Pla – Barcelona
    Pla – Guia fondamentadda i popular del monestir de Poblet
    Pla – Homenots
    Pla – Joan Maragall
    Pla – El Quadern Gris
    Pla – Un senyor de Barcelona
    Puig y Alfonso – Curiositats Barcelonines
    Ráfols – Modernisme i modernistes
    Richardson – Hispanae : Spain and the devolpment of Roman imperialism 218-82
    Richardson – A life of Picasso
    Rubio i Balaguer – La cultura catalana del Renaixement a la Decadència
    Townsend – A journey through Spain in the years 1786-1787
    Woolard – Double talk : bilingualism and the politics of ethnicity in Catalonia

  2. [...] las dit boek na Robert Hughes’ voluptueuze stadsbiografie van Barcelona. Misschien dat Bryson in contrast wat te licht uitviel. Dat kan [...]

  3. [...] Het epos van Barcelona zal voor de meeste lezers te veel van het goede zijn. Maar ik las Robert Hughes ín Barcelona en ik kon er geen genoeg van krijgen. [...]

  4. Bobb LodNo Gravatar says:

    In 2008 zijn gedichten van mij in het Catala vertaald. Na contacten met Catalaanse dichters is mijn mening dezelfde als hier boven: knudde.

    La Vanguardia is ook in het Catala te verkrijgen.

    Ik woon voor een groot deel in Catalunya, spreek redelijk Catalaans. Mocht ik je ergens van dienst kunnen zijn….

    Groet,
    Reactie via mijn e-mail a.u.b.

Zeg uw gedacht