(Oorspronkelijk gepubliceerd op 25 november 2010.)
.
Naar aanleiding van Het beslissende boek, mijn eigen rijtje met bepalende boeken. Let wel: boeken. Soms waren sprookjes, liedjesteksten, toneelbrochures, tijdschriften en columns even cruciaal voor mijn omgang met taal en het geschreven woord als romans en weetboeken. Daarover een andere keer, misschien.
.
Dit zijn ook de belangrijkste titels tot en met 2001 — de boeken die me als puber en jongvolwassene het meest hebben gevormd. Ik schrik zelf een beetje van de zwaarmoedige inslag. En het gebrek aan romans. Inmiddels zijn we tien jaar verder en zijn het een ander soort boeken die me verder brengen. Maar dát lijstje is iets voor binnen een paar jaar, als er genoeg afstand is.
.
Robinson Crusoe – Daniel Defoe
De jeugdeditie uit de reeks Wereldberoemde Jeugdboeken van Lekturama. Defoe schiep de eerste held waarmee ik me kon identificeren. Geen actieheld, maar een eenzaat tegen wil en dank, die zijn eigen wereld kan inrichten.
.
Gullivers reizen – Jonathan Swift
De jeugdeditie uit de reeks Wereldberoemde Jeugdboeken van Lekturama. Leerde me welk een machtig wapen bijtende spot kon zijn. Prachtig pleidooi voor het praktisch verstand.
.
Pipi Langkous – Astrid Lindgren
Hét boek — of de boeken — van mijn jeugd. Nog belangrijker dan Koning van Katoren. Ik las Pipi Langkous synchroon met de televisieserie; de tekst versmolt met de stem van Paula Majoor. Pippilotta Victualia Rolgordijna Kruizemuntina Efraïmsdochter staat natuurlijk voor de triomf van de excentriekeling over de kleinburgermoraal. Maar allicht is dat interessantdoenerij achteraf. Lindgren schreef gewoon leuke avonturen in een heerlijk onschuldige setting. De Zweedse provincie is nog altijd mijn idee van het paradijs.
.
De aanslag – Harry Mulisch
Verplicht leeslijstenvoer. De aanslag was de eerste literaire roman voor volwassenen die indruk maakte. Mulisch’ zinnen waren zoveel moeilijker en precieser dan al die adolescententruut. Vond ik toen. Later bleek het net een van zijn makkelijkste boeken. Nu vind ik het waardeloze rommel, geknipt voor de middelbare school: structuurtjes, motiefjes, parallelletjes en getallensymboliek…
.
Misdaad en straf – Fjodor M. Dostojevski
Mijn favoriete klassieker in een tijd dat ik ideeën en psychologische haarkloverij noodzakelijk vond in romans. Zijn beste, naar mijn smaak.
.
Een hete ijssalon – Heere Heeresma
Dit was aantoonbaar het eerste boek waar ik aantekeningen bij maakte. In mijn schriftje schreef ik de zinnen over waar ik geil van werd. En kijk, notities ben ik blijven maken, bij ieder gelezen boek. Het is bizar te bedenken dat de kiem voor dit weblog in een stukje edelporno te vinden is.
.
Gedichten 1948-1963 – Hugo Claus
Deze bundel bracht me aan de poëzie. Claus liet gedachten en sensaties aan elkaar klonteren door middel van binnenrijm. Dat klonk veel natuurlijker dan dat vervelende eindrijm en alle nutteloze verplichtingen dat dat met zich mee bracht.
.
Walging – Jean-Paul Sartre
Illustreerde op jonge leeftijd al de gevaren van rationalisatie. Jede Konsequenz führt zum Teufel.
.
Het duivels woordenboek – Ambrose Bierce
Mijn hele levensfilosofie in keurige partjes gesneden. Onweerstaanbaar grappig.
.
Intimiteit onder de melkweg – Herman de Coninck
Vlamingen konden dus toch schrijven. Soms.
.
Verborgen verleiders – Jaap van Ginneken
Dit boekje bracht me al vroeg bij waarom je je informatie maar beter niet van televisie en kranten betrekt. Je wordt gemanipuleerd waar je bij staat. Pas jaren later werd manipulatie een van mijn hoofdinteresses.
.

Afbeelding van Carl Hollander, uit: Feest in Villa Kakelbont van Astrid Lindgren
.
Theorema – Pier Paolo Pasolini
Mijn eerste kennismaking met het marxisme, hoewel ik de geschiedenis achter dat woord veel later leerde kennen. Bottom line: mensen worden evenveel door omstandigheden, afkomst en gewoonte bepaald, als door hun temperament. Pasolini’s klinische dissectie toonde een ander soort romanschrijven dan ik gewend was.
.
Pasenow of de romantiek – Hermann Broch
Eerste deel van de trilogie De slaapwandelaars. Triggerde mijn nog steeds aanhoudende interesse voor melancholische, psychologiserende vertellers uit Midden-Europa.
.
Leven als ambacht – Cesare Pavese
Mijn lievelingsdagboek toen ik puberde. Hierdoor ging ik Privé-Domein en andere egodocumenten lezen, hoewel Pavese gek genoeg niet opgenomen is in de reeks. Een recensent op de achterflap noemde Pavese geplaagd door een “katholieke kwelgeest”. Het is een zinnetje dat aankwam. Je kan leren wie je bent door wat anderen zeggen over je meest geliefde boeken.
.
Uit verre vergetelheid – Patrick Modiano
Een auteur voor wie ik een serieuze boon heb, en volgens mijn dagboek is dit de eerste roman die ik van ‘m las. Verradelijk eenvoudig geschreven, maar zo mooi. Eeuwig thema van Modiano: Einzelgänger probeert zijn wortels te reconstrueren. Zeer aan mij besteed.
.
Het laatste goud van vervallen sterren – Georg Trakl
Nog steeds de mooiste poëzie-uitgave die ik ken. Vertaling Jan U. Terpstra. Thema: vergankelijkheid, in al zijn verschijningsvormen. Appeleerde krachtig aan mijn zwart-romantische inborst.
.
Het boek der rusteloosheid – Fernando Pessoa
Het Privé-domein aller Privé-domeinen. Pessoa was iemand die de verschillende aspecten van zijn persoonlijkheid niet met elkaar kon laten rijmen en daarom voor elk aspect een apart pseudoniem (‘heteroniem’) in het leven riep met een zelfstandig oeuvre. Een infantiele oplossing, misschien. Hoe dan ook, Pessoa leerde me het begrip identiteit te wantrouwen en elke vorm van versplintering te omarmen en te exploiteren.
.
Fernando Pessoa : het ik als vreemde – August Willemsen
Dit boekje staat symbool voor alle voortreffelijke nawoorden die Willemsen bij zijn vertalingen schreef. Willemsen was de eerste die me toonde hoe je over literatuur moest schrijven: knap leven & werk combinerend, met psychologisch inzicht, nuchter, en vooral zonder potsierlijk jargon.
.
Het land Prozac – Elizabeth Wurtzel
Een getalenteerd, verwend nest beschrijft haar aanhoudende depressies. Pathetisch, zeker, maar vol preciese beelden. Herkenbaar. Beste boek over neerslachtigheid dat ik ken.
.
De milde dood – Maurits Verzele
Boek met zelfmoordreceptjes, geschreven door een nogal botte hoogleraar scheikunde aan de RUG. In januari 1999 heb ik er een uitgeprobeerd. Zonder erg: ik werd op tijd gevonden. Dit had weleens op een heel verkeerde manier het beslissende boek kunnen zijn.
.
Bekentenissen van een reactionair – Geert van Istendael
Van Istendael leerde me dat persoonlijke, hartstochtelijke journalistiek fictie dikwijls naar de kroon steekt.
.
Omgekeerde wereld – Umberto Eco
Een van zijn boekjes met tegendraadse columns. Eco was de eerste die me toonde dat je intelligentie en eruditie aan souplesse en humor kon paren.
.
De Toverberg – Thomas Mann
Mooiste leeservaring ooit. Twee intense weken in juli 2001, honderd pagina’s per dag. Een boek waarin de tijd haast stil staat. Mann deed me meer dan ooit inzien dat ik een zwak heb voor boeken met lange zinnen, een voortkruipend verteltempo en zonder noemenswaardige intrige. Inmiddels vind ik Buddenbrooks een grotere krachttoer — een ongelooflijk knappe familiegeschiedenis, door Mann gepubliceerd op zijn zesentwintigste.

Heel mooi dat Heeresma’s Een hete ijssalon een drijfveer vormde. Zijn andere werk, de niet pornopersiflages, is nog gevarieerder en beter! Het is een reuze gemis dat hij is overleden. Onlangs een boekje verschenen met veerig bijdragen van o.a. Helga Ruebsamen en Wim Hazeu bij zijn eerste sterfdag.