1. Wie is Achille van den Branden?
2. Wie steekt er achter achillevandenbranden.net?
3. Hoe zou u deze website typeren?
4. Hoe kan iemand zoveel lezen?
5. Ik ben jaloers.
6. Waarom leest u zoveel?
7. Wat verwacht u van een boek?
8. Die lange recensies, hoe doet u dat?
9. Waarom online publiceren?
10. Hoe blijf ik op de hoogte van all things Achille?

 

1. Wie is Achille van den Branden?
Achille van den Branden is de hoofdpersoon van ‘Het boek’, een van de vroege verhalen van Tom Lanoye, opgenomen in de bundel Slagerszoon met een brilletje (1985). Dit verhaal schetst het wel en wee van een man die een fenomenaal leesreceptievermogen bezit, “dat we het best kunnen omschrijven als een nog nooit in de vakliteratuur gesignaleerde tegenpool van totale dyslexie”.

In korte tijd las Achille even vlot als een volwassene. Maar hij voelde zich beperkt. Hij vatte het plan op om een regel niet langer woord na woord, maar ineens in zijn geheel te leren lezen. Hij oefende lang op de smalle kolommen van honderden kranten en reclamefolders. […] En hij won. Waar een ander woorden las, las hij de regel. Hij had voor een alinea minder tijd nodig dan vroeger voor een zin. De dag kwam dat hij zelfs een zetspiegel van meer dan tien centimeter breed niet langer uit de weg moest gaan. […] Maar ook nu voelde Achille zich beperkt. Al las hij sneller dan wie ook, het zou hem jaren kosten om alle boeken van de Gemeentelijke Bibliotheek te lezen. Tenzij misschien indien hij leerde om, in de plaats van één regel, er ineens twée te lezen. Hij oefende tot hij het kon. […] Op den duur kon Achille in één oogwenk een volledige bladzijde lezen, gewoon door er even naar te kijken als naar een woord. Hij ging vrijwel dagelijks naar de Gemeentelijke Bibliotheek en las tot vier boeken per dag. […] Zijn leestechniek stond voor niets meer. Hij nam een boek bij de rug met zijn linkerhand, hield zijn rechterduim op de snede en deed het bandfront langzaam naar links kantelen. De bladen begonnen bedaard vanonder zijn duim te waaieren, op hun voorgangers neerstrijkend als vogels op hun nest. Na een tiental seconden klapte Achille het boek dicht, dat voor hem geen geheimen meer bevatte.

De baseline van mijn weblog is een verbastering van de openingsregels van ‘Het boek’.

Ofschoon Achille van den Branden nog geen vijftig was, had hij alle boeken ter wereld gelezen. Hij ging door voor een wijs man.

Wat een begin. Meteen raak. Toon, ritme, alles.

Voor het overige heeft deze site geen uitstaans met het werk van Lanoye, is ze geen creatie van Lanoye, noch wordt ze volgens diens poëticale of literaire opvattingen bestierd. De maker van deze site wil vooral goede boeken promoten. Ik mag hopen dat er iets van Achilles gulzigheid uit opvlamt.

2. Wie steekt er achter achillevandenbranden.net?
Ik ben een drieëndertigjarige West-Vlaming met een fulltime job die niet relevant is voor wat ik online doe. Achille van den Branden is een onemanshow, geen mystificatie van een collectief van boekbesprekers. Ik ben een plezierlezer, geen professioneel recensent, en ook geen schrijver die onder een schuilnaam op een comfortabele manier collega’s wil afzeiken. Ik heb niks te maken met het literaire circuit. Mijn echte naam zou u niets zeggen. Waarom dat pseudoniem? Omwille van de privacy. Elke helder geformuleerde, verifieerbare opmerking over een boek is het overdenken waard; dondert niet wie haar maakt.

3. Hoe zou u deze website typeren?
Ik schrijf boekbesprekingen en doe bewust alleen maar dat. Literair nieuws interesseert me niet. Gerrit Komrij heeft ooit duidelijk aangegeven waar het een literair anekdotenboek van Jeroen Brouwers aan schortte: de stille aanname dat verhalen over schrijvers van een wezenlijk andere orde zouden zijn dan die van een gewone sterveling. Daar kan ik me in vinden. Geleuter over het gebrek aan erkenning, de eeuwig ontoereikende subsidieregelgeving, de prijzencarrousel, het geschermutsel in de literaire pikorde — neen, bedankt. Dingen zijn niet per definitie interessant omdat schrijvers ze doen en eigenlijk heb ik om die reden een hekel aan de meeste weblogs die zich literair noemen.

Waar mijn interesse dan wel naar uitgaat, wordt misschien het best weerspiegeld door een site als Bookforum Omnivore. Engelstalige kranten en tijdschriften zetten een schat aan hoogwaardige content online. Maar omdat die productie nauwelijks bij te houden is, heb je een goede gids nodig. Bookforum Omnivore toont zich al jaren makkelijk de meerdere van het goeie ouwe Arts & Letters Daily. Elke weekdag, driemaal daags, een karrevracht thematisch geordende links naar achtergrondstukken over wetenschap, cultuur, literatuur en maatschappij.

Als boekbespreker neem ik rustig de tijd en de ruimte. Bij het schrijven stel ik mezelf één vraag: wat wil ik van dit boek, en mijn leeservaring daarvan, onthouden? Dat schrijf ik dan neer, zonder veel stilistische make-up, maar hopelijk wel helder. Eigenlijk probeer ik het soort recensies te schrijven dat ik steeds meer mis in de gevestigde media. Aan de ene kant heb je de modieuze middlebrow recensiepraktijk à la De Morgen, die boeken afmeet aan vaag-esthetische criteria (trefwoorden: ontroering, stijl, verontrustend). Aan de andere kant heb je de verzamelplaatsen van de schijntheoretische hardliners, die woordkramers als Deleuze, Derrida e tutti quanti hele grote denkers vinden — reden waarom in elke paragraaf op zijn minst één referentie moet (trefwoorden: polyfonie, discours, autonoom). Achille is van de conservatieve stempel. Ik luister graag naar mensen, op papier toch, en als ze iets interessants te melden hebben, vertel ik dat even graag door.

Soms word ik een betweter genoemd. Ik vind dat een bizar verwijt aan het adres van iemand wiens besprekingen meer wel dan niet uitmonden in samenvattingen — de vaak letterlijke weergave van wat anderen vinden. Ik denk dat ik meer publiek zou trekken mocht ik kortere stukken schrijven en mocht ik meer van mijn persoonlijkheid en privé-leven in mijn lezen leggen. Which is not gonna happen. Maar dat het allemaal wat schools oogt, is ook mijn belangrijkste frustratie. Ik bewonder lezers die weken met eenzelfde boek doorbrengen en op hun weblog het gelezene voorzien van zeer persoonlijke reacties, annotaties en tegenwerpingen. Daar ben ik te rusteloos voor. En niet slim genoeg.

4. Hoe kan iemand zoveel lezen?
Ik heb hiernaast een voltijdse baan, als u dat bedoelt. Ik lees gemiddeld twee à drie uur per dag. Op vrije dagen kan dat oplopen tot vier uur. Hoe dan ook nooit minder dan een uur. Het heeft meer te maken met discipline dan met wonderbaarlijke leescapaciteiten. Ik maak tijd. Ik lees een gemiddelde van zeventig pagina’s per uur. Langzaam is dat niet, maar toch peanuts in vergelijking met wat geoefende snellezers halen. Bij een echt goed boek kan het tempo terugzakken tot veertig pagina’s, bij ondermaatse boeken oplopen tot honderd pagina’s per uur. Ik vind niet dat ik verslaafd ben aan lezen. Een extract uit de boeken die ik zopas heb gelezen vindt u op zusterwebsite Prins van Denemarken.

5. Ik ben jaloers.
Is nergens voor nodig. Veel lezen is één ding. Iets anders is: het gelezene begrijpen, het begrepene onthouden en het onthoudene toepassen. Op die drie laatste punten scoor ik heel middelmatig, zoals iedereen. Het gaat niet om hoeveel je leest, maar of wat je leest je rijker maakt. Er zijn mensen die nog veel meer lezen dan ik. Van de zeventiende-eeuwse kamergeleerde Charles Du Fresne Du Cange wordt verteld dat hij tot twintig uur per dag met zijn neus in de boeken zat. Ik kom heus voldoende mijn huis uit. Ik musiceer. Ik ga stappen met vrienden. Met mij gaat alles prima, dank u. 

6. Waarom leest u zoveel?
Lezen is voor mij vooral een manier om te ontsnappen aan de beperkingen van tijd, ruimte en opvoeding, aan de oppervlakkigheid in mezelf en in mijn omgeving, en aan de gemeenplaatsen en leugens waarmee de media ons overvoeren. Ik zoek in boeken vooral hoe de zaken echt zitten, ook als de realiteit pijnlijk of prozaïsch blijkt te zijn. Boeken zijn mijn zandzakjes. Zonder boeken heb ik het gevoel doelloos rond te zweven in een betekenisloze wereld. Ik lees ook om de verveling te counteren. Zoals William Somerset Maugham schreef in zijn verhaal ‘The Book Bag’:

Some people read for instruction, which is praiseworthy, and some for pleasure, which is innocent, but not a few read from habit, and I suppose that this is neither innocent nor praiseworthy. Of that lamentable company am I. Conversation after a time bores me, games tire me, and my own thoughts, which we are told are the unfailing resource of a sensible man, have a tendency to run dry. Then I fly to my book as the opium-smoker to his pipe.


7. Wat verwacht u van een boek?
Intelligentie. Dat kan zitten in de Vorm of in de Vent. Een goeie auteur schrijft niet al te modieus of behaagziek, is gezegend met gezond verstand, een blik die verder reikt dan het geliteratureluur of het eigen ikje. Hetzelfde geldt voor boekbesprekers: een goeie recensent leest niet al te modieus of behaagziek, is gezegend met gezond verstand, een blik die verder reikt dan tekst en textualiteit, en benadert boeken afstandelijk, doch niet volkomen ontmenselijkt of star-theoretisch. Hij is bij voorkeur niet te veel genesteld in het literaire wereldje.

De manier waarop ik naar boeken kijk, is sterk beïnvloed door Boeklog, een boekenweblog van een hoogbegaafde Fries die ik al jaren volg. IJsbrand van den Berg bespreekt literatuur en non-fictie vanuit een brede interesse in geschiedenis, cultuur en wetenschap. Dat levert vaak heel andere — interessantere — oordelen op dan je bij traditionele recensenten vindt. De nieuwsgierigheid en gretigheid van Boeklog strekt tot aanbeveling. Dat Boeklog nooit wordt aangehaald in discussies en zelden voorkomt in overzichtslijstjes, zegt naar mijn smaak iets over het blikveld en het onderscheidingsvermogen van het literaire wereldje in de Lage Landen.

8. Die lange recensies, hoe doet u dat?
In het schrijven van die recensies kruipt tijd, veel tijd. Vroeger werkte ik gewoonlijk een uurtje aan mijn aantekeningen bij het gelezen boek. Nog een dag later verwerkte ik die notities in de stukken op Achille. Aan een recensie werkte ik nooit veel langer dan anderhalf uur: de tijd tussen de middagboterhammen en de namiddagshift. Dat is anders nu. Drie jaar weblog hebben mijn eisen steeds verder opgeschroefd. Ik lees meer non-fictie dan vroeger, en wil altijd een waarheidsgetrouw verslag brengen van de inhoud van zo’n boek. Dat betekent per titel een paar uur geconcentreerd aantekeningen maken en die verwerken in een recensie. Daar ben ik menig vrije namiddag mee zoet. Die verslavende roes van urenlange opperste concentratie, in een poging om orde te scheppen in de chaos, is voor mij het hoogste. In de woorden van Philip Roth: “I enjoy solitude the way some people I know enjoy parties. It gives me an enormous sense of being alive.” Ik schrijf heel graag, dus gaat het grootste deel van mijn vrije tijd daaraan op. Wat ik onder een goede recensie versta, vindt u hier en daar. U begrijpt meteen dat ik meestal zelf niet aan die hoge eisen voldoe.

9. Waarom online publiceren?
IJdeltuiterij, geldingsdrang, de behoefte te worden bemind en gehaat. Wat zou het anders zijn? Daarnaast fungeert deze blog als leesdagboek. Dat er andere mensen meelezen is fijn. Ik maak al een goed decennium lectuuraantekeningen in een soort commonplace book, zo’n drieduizend pagina’s per jaar. Stilaan groeide de onvrede dat zoveel nuttigs daaruit dode letter bleef. Vandaar dat hier in de toekomst ook besprekingen zullen verschijnen gebaseerd op oude notities.

Zoals gezegd, deze weblog is er ook deels gekomen uit onvrede met wat klassieke literaire media brengen. Het wordt steeds minder, steeds voorspelbaarder, steeds meer gefixeerd op de actualiteit en een beperkt kransje goedlopende namen, wat ik in bladen en kranten onder ogen krijg. Vooral in Vlaanderen is er een opbod aan middelmatige recensies in uitsloverig sierproza over al even middelmatige, trendgevoelige titels. Veel uitstekende boeken krijgen hoogstens een bespreking die niet langer is dan een contactadvertentie.

Ik mis bovendien een beetje de stem van de met goede smaak behepte plezierlezers op het internet. Literatuur mag dan niet de grote massa bereiken, toch blijven duizenden en duizenden mensen goede boeken kopen. Ik zie ze in de boekhandel, in de tweedehandswinkel, op rommelmarkten. Timide bebrilde studenten. Bedaagde heren met een baardje. Pienter uit de ogen kijkende dames. Wat vinden ze van de boeken die ze lezen? Wat voelen ze erbij? Ze moeten vol leestips zitten, maar doen er zelden iets mee. Zonde. Elke mens die sterft is een museum dat afbrandt. Laat mij alvast dit bescheiden monumentje oprichten. Paul Eluard zei het mooi: “Le dur désir de durer.”

Tenslotte is het fijn dat ik op Achille marginale of vergeten boeken voor het voetlicht kan plaatsen. Over de tekeningen van Benoît, het korte proza van Hugo Matthysen, de poëzie van Paul Neuhuys of een boek als Erewhon van Samuel Butler was op het hele internet tot voor kort geen zinnig woord in het Nederlands te vinden. En laat die stukken van me nu niet het alfa en het omega zijn, toch voelt het goed dat ze daarin verandering brengen. Boekenweblogs grijpen naar mijn smaak te weinig de kans aan om het over vergeten of ondergesneeuwde boeken te hebben. Ik vertrouw de Tijd niet helemaal in de rol van ultieme selectieheer. Sterker nog, in mijn ervaring is de kans op leesplezier bijna even groot bij een oud, vergeten boek als bij een klassieker of actuele bestseller.

10. Hoe blijf ik op de hoogte van all things Achille?
U kan zich abonneren op de feedvan deze website. Op Prins van Denemarken [feed] houd ik bij wat ik pas gelezen heb. En ik zit op Twitter.


Dit is een herwerkte versie van mijn oude Frequenter Allatae Quaestiunculae, uit juli 2007.

§5107 · door · Tuesday 27 December 2011 ·


3 reacties op “FAQ”

  1. [...] Reacties worden alleen even in bewaring gehouden om spam tegen te gaan; ze worden niet gemodereerd. Wie op een andere manier contact wil opnemen, vindt hier de gegevens. Wie helemaal nieuw is, kan zijn licht opsteken bij de licht herwerkte FAQ. [...]

  2. Ria ZifkampNo Gravatar says:

    Als Gide’s ‘Innerlijk blauw’ uw lijfboek werd,
    waarom dan Warrens Geheim dagboek niet eens proberen? Nog dichter bij je zelf.

    • Achille van den BrandenNo Gravatar says:

      Ik heb een paar deeltjes Warren achter de kiezen. Niet kwaad. Maar mindere schrijver dan Gide. Notities over natuur en kunst en eten. Terwijl uit Gide toch veel meer een rusteloze nood tot zelfontwikkeling spreekt.

Zeg uw gedacht