(Oorspronkelijk gepubliceerd op 29 november 2008 onder de titel ‘Antwoord aan Nils‘. Ik ben niet meer tevreden over de aanmatigende toon die ik toen aansloeg, maar mijn opvattingen zijn in se dezelfde gebleven.)
.
Há, Prins van Denemarken. Sinds kort heb ik mijzelf binnengelaten in de wondere wereld van de literatuur. Natuurlijk heb ik in m’n leven al heel wat boeken gelezen, ik ben immers ‘al’ 20, maar sinds enkele maanden hou ik me ook écht bezig met boeken en hun thema’s, stijlen, auteurs et cetera. In het kader van mijn studie (Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht) heb ik me tot nog toe beziggehouden met American Literature & Culture before 1900 en Letterkunde van Latijns-Amerika. Voor de komende blokken staan nog op het programma de vakken British Literature Before 1900 en Antieke Mythen in de Europese Literatuur.
.
Waarom ik u dit allemaal vertel? Simpel, ik wil zoveel mogelijk van literatuur weten en er met een heldere, kritische blik naar kunnen kijken. Beter gezegd: zoveel mogelijk boeken lezen. Vanavond kwam ik op uw blog terecht en ik raakte erdoor gefascineerd. Ik begrijp eruit dat u elke dag een boek leest — u moet de afgelopen jaren een enorme ‘bagage’ hebben ontwikkeld wat betreft literaire kennis. Voor mijn ontwikkeling zou het ontzettend goed zijn om óók zoveel te lezen en er ook over te schrijven. Alleen, hoe en waar begin ik? Mijn speciale interesse gaat uit naar Amerikaanse, Engelse én Nederlandse boeken, met als thema het proces tot volwassenwording van de hoofdpersoon. Zo heb ik genoten van werken als Huckleberry Finn, The Catcher in the Rye en, ja zelfs, Arnon Grunbergs Blauwe Maandagen. Toch zijn er een heleboel klassiekers die ik nog niet gelezen heb. Eigenlijk heb ik het gevoel dat ik nog ontzettend weinig van literatuur weet.
.
Goed. Concreet worden. Ik vroeg me bij het lezen van uw blog een aantal dingen af. Hoe bent u begonnen met uw ‘project’? Hoe komt u aan de boeken — gewoon kopen, of lenen? Wat zijn uw favoriete boeken? Welke werken móet ik in uw ogen gelezen hebben? Natuurlijk, ik klink als een simpele ziel nu. Maar ik was toch benieuwd naar uw tips of opmerkingen. Wellicht kunnen die me een beetje op weg helpen.
.
Nils
.
.
Beste Nils,
.
Literatuur, er is eigenlijk geen beginnen gaan. Tenzij u katholiek of andersoortig religieus bent is er geen boek dat we het begin kunnen noemen, of het einde. De letteren vormen een oneindig web zonder middelpunt en geen mens heeft het volledige overzicht. Het goede nieuws is dat de jacht mooier is dan de vangst, het reizen zinvoller dan de bestemming. Mooier nog dan een gelezen boek dat goed was, is het nog moeten lezen van een boek dat mogelijks goed zou kunnen zijn.
.
Afijn, hebt u graag The catcher in the rye gelezen, dan zullen Douglas Coupland, Bret Easton Ellis, Jay McInerney, Ray Loriga, Enrico Brizzi, Frédéric Beigbeder, Irvine Welsh, Tibor Fischer en DBC Pierre u met open armen ontvangen. Bildungsromans zijn dan weer bij uitstek een negentiende-eeuwse onderneming. George Eliot (Middlemarch) heeft er zich aan gewaagd, Dickens (David Copperfield) en Toergenjev (Vaders en zonen). Van recenter datum lijken me Thomas Mann (De Toverberg, Buddenbrooks, voor de volhouders), Herman Hesse (De steppenwolf, Demian), J. Coetzee (Portret van een jongeman) en V.S. Naipaul (Het raadsel van de aankomst) verplichte kost.
.
Alleen is de ellende met literatuur dat je pas echt begrijpt waarom goede boeken goed zijn wanneer je eerder een karrevracht slechte boeken heb verstouwd. Hebt u er daarom iets aan dat ik Paul Auster, W.G. Sebald, George Orwell, Günter Grass, Raymond Carver, Joseph Roth, Philip Roth, Italo Calvino, Georges Perec, Graham Greene, Alice Munro en voornoemde J. Coetzee tot mijn favorieten reken? Neen. Niemand kan in uw plaats zeggen wat goed voor u is.
.
Niemand kan in uw plaats zeggen wat goed voor u is, maar velen kunnen zeggen wat er in de wereld te koop is. Goede diensten bewijzen wellicht drie boeken van de Nederlandse criticus Pieter Steinz: Lezen etcetera, Lezen op locatie en Het web van de wereldliteratuur. Ze zijn de meest prettige manier om met de canon in contact te komen die ik ken. Massa’s auteurs, massa’s titels, en Steinz is erg goed in het pitchen (het opgeven van een ultrakorte, tot de verbeelding sprekende inhoud) van boeken. Serieuze critici halen dikwijls de neus voor hem op, maar laat u daardoor niet ontmoedigen. Doorblader deze Steinz en volg uw instinct. Betrek uw boeken eerst van de bibliotheek en schaf ze daarna aan, tweedehands, als ze tot u hebben gesproken.
.
Houd vooral moed. Het is altijd en voor iedereen aanmodderen. Ik sprak laatst met een master in de letteren die nog nooit van Bohumil Hrabal had gehoord. Of van James Salter, Horacio Quiroga of Juan Rulfo. Lezen is netwerken, Nils. Hebt u een boek graag gelezen, tik het in op LibraryThing en Amazon en kijk op welke verwante boeken ze u daar attenderen. Mijn eigen hart gaat uit naar de Franse literatuur, maar al bij al schrijven vooral de nuchtere, pragmatische Engelsen en Amerikanen boeken die tot lang na verschijnen leesbaar blijven. Om met hen in contact te komen lijkt me The salon.com reader’s guide to contemporary authors (de Engelstalige Steinz, zeg maar) een goeie instapper.
.
Bent u daar doorheen, dan is het tijd geworden voor La bibiothèque idéale, van de Franse alleslezer Bernard Pivot. Dit magistrale boek is altijd wel ergens in een filiaal van De Slegte te vinden. Het is nuttig omdat het ook poëzie, toneel, reisverhalen, non-fictie en dagboeken bevat.
.
Dagboeken. Toen ik uw leeftijd had was ik verslingerd aan dagboeken. Privé-domein is in dat verband een reeks om in het oog te houden, als u de grote egotisten niet in hun oorspronkelijke taal wenst te lezen. Julien Green, Henry De Montherlant, Ernst Jünger en de broertjes Goncourt hebben sublieme dagboeken geschreven. Jules Renard, Gerrit Komrij, Georg Christophe Lichtenberg, en vooral Elias Canetti zijn de meesters van de korte aantekening. Lees aantekeningenmakers, zelfs al zijn ze niet in Privé-domein verschenen. De snelle interventies van Ambrose Bierce (The devil’s dictionary), La Rochefoucauld (Maximen) en Stanislaw Jerzy Lec (Het grote boek der ongekamde gedachten) hebben mijn wereldbeeld grondiger gewijzigd dan de turven van menig beroepsfilosoof. Lees brieven. Op de universiteit zullen ze u lastig vallen met Madame Bovary en de Trois contes, maar zullen ze reppen van de Brieven van Flaubert? Ook zij zijn driedelig te vinden in Privé-domein. Diezelfde reeks bevat tevens het boek dat, naast de poëzie van Hugo Claus, mij het meest van allemaal heeft geraakt en gemaakt, Het boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa.
.
Lees én maak aantekeningen bij elk gelezen boek. U doet er de toekomstige versie van uzelf een groot plezier mee. Er zijn trouwens geen shortcuts om veel gelezen te hebben. Veel lezen impliceert domweg veel lezen. Het heeft denk ik met constitutie te maken. Veellezers hebben drie zaken gemeenschappelijk: (1) ze vinden boeken even noodzakelijk als water, brood en een goede hygiëne; (2) ze eisen genadeloos alle vrije tijd op die nodig is om hun verlangen naar het gedrukte woord bot te vieren, wat de sociale consequenties daar ook van zijn; en (3) ze vertonen tot op zekere hoogte compulsieve trekjes, die het hen makkelijk maakt eender welke gewoonte dagelijks te onderhouden.
.
Zelf ben ik pas echt beginnen lezen toen ik mijn studie eraan gaf. Met de koppigheid en de hoogmoed en de fouten die elke autodidact eigen zijn. Fouten? Jazeker. Wat ik tien jaar lang heb nagelaten, en wat u zeker moet doen, systematisch, volhardend, en van jongsaf aan, is het lezen van non-fictie. Had iemand mij maar eerder het wonder van het non-fictieboek geopenbaard! Niets erger dan de salonliteraat die roman op roman stapelt en daarmee vindt dat zulks volstaat voor zijn ontwikkeling. De volgende tien jaar van mijn leescarrière zullen daarom in het teken staan van het informatieve boek.
.
Hoe dat in de praktijk in zijn werk gaat, fictie en non-fictie door elkaar lezen, én daar zinvol over schrijven, heeft uw landgenoot IJsbrand van den Berg mij geleerd. Met zijn kritische zin en zeer brede belezenheid vormt hij sedert een jaar of drie een belangrijk rolmodel voor me; hij was zelfs de concrete aanleiding om met deze twee weblogs te beginnen. Van den Berg leert je helder schrijven en oorspronkelijk denken, los van modes of de waan van de dag. Zijn parler vrai is er verantwoordelijk voor dat ik de meeste literatuurbijlagen in onze kranten inmiddels ongelezen laat. Hoe waardevol zijn dagelijkse, op het eerste gezicht weinig spectaculaire bijdragen over boeken zijn, dat besef dringt zich pas op als je de man al een tijdje volgt. Gun uzelf die verslaving. Vergeet het archief en zijn algemene weblog niet te raadplegen.
.
Genoeg categorische imperatieven voor nu. Bedenk, Nils, dat veel boeken lezen het halve werk is. De andere helft van het werk heet: veel boeken gelezen hebben. Weet waar u aan begint. Men zal u uitmaken voor asociaal, verwaand, wereldvreemd, boekenwijs. Men zal u benaderen met een explosief mengsel van afgunst, bewondering en onbegrip. Men zal u toewerpen: ‘Heb jij dan echt niets beters te doen?’ en u zal kort, beleefd en naar waarheid moeten antwoorden: ‘Niet echt, neen. Voorstel?’
.
Met vriendelijke groet,
.
Achille van den Branden
