(Oorspronkelijk gepubliceerd op 7 juni 2009 onder de titel ‘Misverkiezingen‘.)
.
Ik ben een kleinburger, met kleinburgerlijke verlangens. Ik woon in een rustige buurt, in een ruim huis. Ik heb een eerder matig inkomen, maar heb een beroep en een statuut die grote werkzekerheid verschaffen. Ik ben gelukkig met mijn vrouw, en ook zij is zeker van haar job. We gaan jaarlijks twee weken op reis, wat voldoende is, en op het einde van de maand zijn er genoeg centjes over om mijn grote passie te financieren.
.
Zo leven we al tien jaar, sinds onze actieve loopbanen zijn gestart. Ik kan rustig stellen dat geen enkele coalitie iets essentieels heeft veranderd aan de kwaliteit van ons bestaan. Verminderde of verhoogde belastingen, want daar gaat het toch altijd weer over, hebben weinig impact op ons leven. Politiek in België lijkt daarom vooral belangrijk voor wie moeilijk kan rond komen, of juist vreselijk veel geld heeft. Mij vertellen verkiezingsuitslagen alleen wie de komende vier jaar het televisiescherm komt vervuilen met gestroomlijnde praatjes.
.
Troosteloos aan politieke partijen is dat ze geen lange termijnvisie hebben. Door de dominantie van Europa in onze regelgeving kan dat ook nauwelijks. De facto zijn partijen daarom belangenverenigingen voor telkens een ander segment uit de samenleving: de zelfstandige, de arbeider, de intellectueel, de malcontent.
.
Torfs en Bracke legden in een recent Humo-interview nog twee andere mechanismen bloot die mij zo irriteren aan het politieke bestel. Eén: als je eenmaal gekozen bent, moet je de partij altijd gelijk geven. En dat kun je niet verwachten van een zelfstandig denkend mens. Twee: telkens weer beloven politici álles, dus zijn de mensen na elke regeerperiode teleurgesteld en wint de oppositie — en zo maar door ad infinitum.
.
Probeer ook maar eens geïnformeerd te worden over welke beleidsmaatregelen deugen in dit land. Verkiezingsprogramma’s lees ik niet, want zijn volgens experten toch onbetaalbaar — wat de politici die de beloftes opstellen meteen als cynische bedriegers ontmaskert. De overkill aan peilingen, interviews en tv-uitzendingen helpt evenmin.
.
De intellectuelen van de openbare omroep beseffen niet dat hun duidingsprogramma’s weinig verschillen met de missverkiezingen waar ze graag op afgeven. Politici defileren fotogeniek in beeld, en mogen vervolgens tijdens het verplichte gesprekje in drie zinnen uitleggen hoe ze de wereld gaan verbeteren. En dat eeuwige gepols naar de mens achter de politicus. Toon nog eens de politicus achter de mens, smeekte Joël de Ceulaer laatst in Knack.
.
Maar ook wanneer de gesprekken over het te voeren beleid gaan, en zelfs als er voldoende tijd voorhanden is, loont het niet naar enig debat te kijken. Debatten zijn toneelstukjes met acteurs die naast hun eigen rol ook andermans tekst duivels goed kennen. Komt deze vraag, wordt dat antwoord aangeboord. Komt een andere vraag, staat die oneliner ter beschikking.
.
Boeklog legt vandaag voor de zoveelste keer uit wat er schort aan onze politieke berichtgeving. Luister toch niet naar bewindslieden, kijk naar wat hun beleid uitricht. Maar wat een werk is dat niet, gezien ook in België beleid zelden systematisch geëvalueerd wordt door onafhankelijke instanties.
.
Maar voor wie heb ik daarstraks dan gestemd? Zoveel mogelijk op vrouwen. Dat ten eerste. Vrouwen zijn goeie bazen, heb ik zelf al mogen merken, die beter dan mannen het totaalplaatje in het oog houden.
.
Welke partij? Omdat programmapunten toch altijd verhakkeld uit coalitievormingen komen, beoordeel ik partijen nooit inhoudelijk. Mijn methode is nogal basic. In januari of februari prent ik alle nieuwjaarsrecepties goed in mijn geheugen. Met die beelden in het achterhoofd laat ik in het stemhokje dan mijn buikgevoel spreken: met welke soort mensen voel ik mij verwant?
.

.
Met de Vlaamse christendemocraten alvast niet. Vind ik zo’n pijnlijk amorfe bende. Braaf, weldoorvoed, intellectueel angstaanjagend middle of the road.
.
.

.
Liberalen zitten me dan weer iets te zelfbewust in het pak. Vlaamse ondernemers zijn vooral ondernemend. Keihard werken ze. Denken doen ze praktisch nooit, tenzij aan keihard werken. Rechtvaardigen hun hang naar winstmaximalisatie met Engelse kromspraak. Geen denken aan dat ik het beleid alleen maar zou toevertrouwen aan advocaten en senior executives.
.
.

.
De Vlaamse groenen. Rebellen op latere leeftijd, en daarom een beetje sneu. Intellectuelen onder elkaar. Eeuwige studenten. Snappen niets van elementaire psychologie. Dat je de weldoeners moet belonen in plaats van de boosdoeners te penaliseren. Doen vaak aan politiek vanuit een misantropisch wereldbeeld. Ben zelf ook geen vrolijke frans, maar ik kan het niet hebben dat politici verzaken aan de intellectuele plicht tot optimisme.
.
.

.
De socialisten hebben mijn gematigde sympathie, omdat hun leden naar mijn aanvoelen samen de beste dwarsdoorsnede van de maatschappij vormen. Intellectuelen en arbeiders, zelfstandigen en bedienden: op hun nieuwjaarsreceptie is er geen typetje dat er echt uitspringt. Dat overtuigt me ervan dat hun algemene ideologische koers op eigen kracht veel verschillende mensen kan aanspreken. Een deel van je vrijheid opofferen tot nut van ‘t algemeen.
.
.
Maar goed. Na twee jaar impasse en kleurloos politiek personeel heeft mijn enthousiasme om überhaupt te gaan stemmen bodemwaarden bereikt. En de verzamelde salonsocialisten ben ik ook een beetje beu.

§2739 · door · Tuesday 25 October 2011 ·


Zeg uw gedacht