“Het is, zeer nobele ridder, het kenmerk van een grove, bezoedelde en lage geest om de schoonheid van een vrouwenlichaam als onderwerp van constante ijver te kiezen. Goede God, kan men een nog lager en nog weerzinwekkender schouwspel onder ogen krijgen dan dat van een peinzende, gekwelde, melancholieke man… die zich de tirannie moet laten welgevallen van een stom, imbeciel, onwaardig en smerig stuk vuil!”
Mag ik u voorstellen? Hier [...]



Reis naar het einde van de nacht las ik vijftien jaar geleden, op kamers in Gent. Een oud dagboek meldt dat ik de laatste hoofdstukken “in ijltempo” heb doorgenomen. Céline deed me niks. In retrospect kan ik alleen maar vermoeden waarom. Bardamu was misschien te veel mannetjesputter om dicht bij mij te staan. Allicht was ik onvoldoende matuur om iets van oorlog te snappen. Strijd woedde er vooral in mijn hoofd, in die dagen.




