Op 19 februari 1880, tijdens een lezing voor de Birmingham Society of Arts, zei William Morris: “If you want a golden rule that will fit everybody, this is it: Have nothing in your houses that you do not know to be useful, or believe to be beautiful.” Donald Norman, cognitiewetenschapper, gebruikt deze woorden als motto voor dit boek, dat toont hoe useful en beautiful subtiel met elkaar verband houden.
De Brits-Amerikaanse journalist Alistair Cooke maakte in 1972 een 13-delige televisiereeks over de geschiedenis van de Verenigde Staten. Er werd ook een boek van uitgebracht: de voorbije zomer heb ik daar spaarzaam, want met veel plezier, in zitten lezen. Maar eer ik Amerika terug oppak, wou ik Cooke’s claim to fame doornemen. Die radiopraatjes van een kwartier waarin hij de Britten onderricht over het leven in de VS.
Amerika, dat [...]
De Amerikaanse schrijver en criticus Dale Peck behoort samen met James Wood en B.R. Myers tot de grote discontents van de hedendaagse romankunst in zijn land. Peck maakte naam met een recensie waarin hij The black veil compleet de vernieling in schreef. Openingszin: “Rick Moody is the worst writer of his generation.” Hatchet jobs bundelt een aantal van zijn kritieken. Iedere bespreking bijltjesdag.
Althans, zo wordt het graag voorgesteld [...]
Jammer dat veel romanciers wetenschap in de eerste plaats zien als een grabbelton met metaforen. In Gut symmetrie legde Winterson de link tussen de driehoeksverhouding van een vrouw, haar man en zijn maîtresse, en de zoektocht om de drie natuurkundige velden van het Standaardmodel met elkaar te harmoniseren. In haar Vuurtorenwachten zijn een aantal beelden darwiniaans.
Ik heb daar twee problemen mee. Wanneer ik zelf over die disciplines lees – [...]
Ik mag graag wegdromen bij foto’s van oude filmdiva’s. Vandaag moeten sterren er zo minderjarig mogelijk uitzien; vroeger mochten vrouwen nog vrouwen zijn. Toch las ik dit boek vooral om mijn filmgeschiedenis bij te spijkeren – aan de hand van mooie plaatjes, als een klein kind. Wat daarbij opviel: het zwart/wit van foto’s nivelleert hele decennia tot een eenvormigheid die ze helemaal niet hadden.
De eenentwintig portretten die hier bij elkaar staan overspannen immers meer [...]
Ik ben gebotst op de naam George Carlin in 2009, een jaar na zijn dood. Het werk van de Amerikaanse stand-up comedian bleek helemaal aan mij besteed omdat zijn routines uptempo en zéér talig zijn. Ik weet natuurlijk niet hoe Carlin te werk ging, maar het kan niet anders of hij had hele steekkaartenverzamelingen met modieuze termen en frases die op zijn zenuwen werkten. [...]
Toen ik laatst even in de ban was van het Ottomaanse Rijk, schoten me de omzwervingen te binnen die Gérard de Nerval had gemaakt in de Oriënt. Een paar jaar geleden werd dit reisverslag integraal vertaald in een kloek boekdeel, prachtig uitgegeven door Van Gennep. Moest ik dat gaan kopen? Een negentiende-eeuwse Fransoos in het vermolmde rijk der Turken? Wat wist ik eigenlijk nog van [...]
Het portret van de Amerikaanse reporter A.J. Liebling zou postergroot aan de muur moeten hangen bij diëtistes aller landen. Tonrond was hij, van het vele eten. Hij ging eraan dood op zijn negenenvijftigste. Hart- en nierfalen. Maar wat een gevarieerd en waardevol leven. “I can write better than anybody who can write faster, and I can write faster than anybody who can write better,” zei hij.
Deze best of uit zijn werk toont de [...]
De Italiaanse tekenaar Gipi (eigenlijk Gian Alfonso Pacinnotti) liet een carrière in het publiciteitswezen achter zich toen hij professioneel strips begon te maken. Zijn Aantekeningen voor een oorlogsverhaal won in 2005 de Goscinny Prijs voor de beste strip op het Festival van Angoulème. Gipi werd zowaar binnengehaald als de nieuwe Hugo Pratt. Maar dat lijkt me overdreven. De oorlog waarvan sprake in de [...]

