(Oorspronkelijk gepubliceerd op 2 augustus 2008 als onderdeeltje van het stuk met de titel ‘Bij de driehonderdste bespreking‘.)
.
Mocht ik bij het opstarten van Achille van den Branden in april 2007 een welomlijnd doel voor ogen hebben gehad, kon ik nu, driehonderd besprekingen later, beoordelen of ik dat doel heb gehaald. Helaas. Het maken van dit weblog was een stap in het onbekende.
.
Op zijn best gevoed door een zekere ergernis. Zolang ik al grotemensenboeken lees, schrijf ik daar mijn bevindingen over neer, rijkelijk gelardeerd met representatieve passages. Maar stilaan was er onvrede gegroeid over de versnippering van dat commonplace book. Zoveel nuttigs daaruit bleef dode letter. Ik wou met Achille van den Branden kijken of die brokkelige notities met enig gemak om te smeden waren tot leesbare recensies.
.
Leesbaar voor mezelf, that is. De teksten die hier verschijnen worden in zo helder mogelijk Nederlands gesteld, maar daar houdt elke bekommernis met een publiek ook op. Dat zal ook niet gauw veranderen. Inmiddels ben ik er achter gekomen hoe nuttig en bevredigend de naslagfunctie van dit weblog is voor mijn eigen ontwikkeling. Achille van den Branden is mijn extern geheugen geworden. Met mijn boekenbudget spring ik zeer zuinig om. De meeste titels hier komen recht uit de bibliotheek en zal ik zelfs nooit aanschaffen. Dat maakt uitvoerige leesverslagen onmisbaar. Ik vind immers dat boeken moeten renderen, anders is het zonde van al die uren lezen.
.
Daarom zullen hier nooit korte, wervende recensies worden geplaatst, of stukjes vol amusant neergesabelde schrijvers. Achille van den Branden is het product van een klerk, een archivaris, een kopiist — niet van een schrijver. Brio en bravoure reserveer ik voor andere plaatsen en gelegenheden.
.
Dit gezegd zijnde, vallen de bezoekersaantallen best mee. En dat hun reacties schaars zouden worden, lag in de lijn van de verwachtingen. Kant en klare meningen worden hier niet gepresenteerd, dus blijft ook gratuite feedback uit. Ben ik dankbaar voor. Een weblog is geen chatbox, of een magneet om zoveel mogelijk vriendjes aan te trekken. Soms is er spijt geen deel uit te maken van een groter taalgebied. Wat John Self aan reacties genereert is een voorgoed onbereikbaar ideaal. Maar goed, voor iemand die voordien al tien jaar solitair zat te ploeteren is elke respons winst.
.
Trouwens, ook de weblogs die mij het liefst zijn, zijn niet zomaar tot een format te herleiden. Als surfer wil ik niet per se op mijn wenken bediend worden. Verras mij maar, kneed mij maar. Bezoek ik een weblog, dan doe ik dat niet hebberig, maar met dezelfde ingesteldheid als zou ik het huis van een vreemde betreden: schoenen uit, geen onnodig lawaai, respectvolle nieuwsgierigheid.
.
Een segment waar ik dus geen voeling mee heb zijn de bezoekers die dit weblog alleen bekijken om er zich aan te ergeren. Die mijn aanmatigende toon laken, boze mails schrijven en mij verwijten enkel goede sier te willen maken. Met wat? Voor wie? Ik ken u niet, beste lezer. Hoe dwaas moet een anonymus zijn om indruk te willen maken op andere onbekenden? En op het handvol intimi dat wel weet wie achter dit weblog steekt, maak ik allang geen indruk meer. Het alter ego Achille van den Branden is van geen tel in het dagelijkse leven. Laat dat nu precies mijn wens zijn.
.
Enkele grote media wilden iets brengen over dit weblog, maar daar ben ik niet op ingegaan. Opvallend aan de interesse van een zelfverklaarde kwaliteitskrant was dat die verslapte zodra duidelijk werd dat ik mijn identiteit niet wou prijsgeven. Welnu, daar zit een logica achter, geachte journalist. Uw vaderlandse literatuurkaternen kan ik al jaren niet meer lezen. Omdat de aandacht voor het schrijversmetier en alle mystiek daarrond prevaleert op iedere grondige interesse in het oeuvre. Dan ga ik natuurlijk niet zelf met een foto in de krant staan als ‘de gewone man in de straat die elke dag een boek leest’. Ik ben geen curiosum. Weblogs worden in Vlaanderen hoogstens bekeken als het werk van de goedbedoelende amateur; er wordt even geglimlacht om zijn noeste werkijver, wat hij te vertellen heeft is bijzaak. Mag ik dat een beetje triest vinden?
.
[...]
.
Groot ontzag heb ik voor mensen die meteen een ordelijke synthese klaar hebben van een gelezen boek. Zo werkt het bij mij niet. Inzicht ontstaat pas na druk gepuzzel en overdenking. Elke recensie is een reconstructie. Elk logje het werk van een huichelaar. Van iemand die tientallen voorbije indrukjes, die elkaar ook nog eens tegenspreken, durft te presenteren als een oordeel dat volmaakt en afgerond uit zijn koker komt. In werkelijkheid lijkt een bespreking achteraf nog het meest op een spiegel waar je verwonderd een blik in werpt: ben ik dat?
.
Een voddenbaal in het diepst van mijn gedachten, heb ik deze dagelijkse routine sowieso nodig om tot iets van waarde te komen. Laat dat maar de bottomline zijn. Die oude jezuïetenkreet. Plus est en vous. En u, beste lezer, zit gewoon mee in het pact.

Dag Achille vandenbranden,
dat doet me plezier dat ge terug in de ether bent,ik had geen flauw benul van de reden van je verdwijnen en niemand wist iets.Vandaag via een antwoord van Ann de Craemer terug op je nieuwe blog.Weer erg benieuwd naar je verslagen.
geelse groeten walter vranckx
me gered met Mark Cloostermans ondertussen
Recht zo die gaat, Achille!