(Oorspronkelijk gepubliceerd op 26 november 2009 onder de titel ‘Biecht van een amateur‘.)
.
Het internet is grillig terrein, waar sluipschutters in alle ano- of pseudonimiteit hun gangetje kunnen gaan. ‘Reaguurders’ worden de uitwassen onder hen genoemd, of ‘trollen’: mensen die aanhoudend en zonder argumentatie nare dingen schrijven. Het is ook een moeilijke discipline, meneer, dat argumenteren.
.
Reaguren blijft overigens niet beperkt tot wat onbeleefde mensen het vulgus noemen. Een Nederlandse auteur van wie ik een aantal boeken uitvoerig — en niet eens onwelwillend — besprak, liet een korte notitie achter die je eerder uit de mond van de Albanese maffia verwacht, dan van een respectabel schrijver. (Dat het ook anders kan, bewijst weer een andere Nederlandse schrijver, over wiens columns ik streng oordeelde, maar die op zijn website prompt een link plaatste naar AvdB.)
.
Kritiek zonder opgaaf van redenen doet me niet zoveel. Ik word vooral ongemakkelijk als dit weblog lof wordt toegezwaaid. Het hartverwarmende maakt dan algauw plaats voor de vaststelling dat ook die goedbedoelde reacties meestal verstoken zijn van argumenten. Of dat de argumenten niet deugen. Meestal heeft iemand oppervlakkig notitie genomen van de veelheid en uitvoerigheid van mijn besprekingen. (In een extreem geval verwart een journalist van een ‘kwaliteitskrant‘ zelfs het aantal postjes met het aantal besprekingen.)
.
Maar lengte en kwantiteit kunnen nooit een criterium zijn. Dat de meeste besprekingen hier uitvoerig uitvallen, heeft juist te maken met het liefhebberskarakter van dit weblog. Het zijn teksten die worden geschreven door iemand die voor zichzelf samenvat wat hij wil onthouden van een boek — informatie om later op terug te vallen. Door iemand die niet maalt om de spankracht of de attractiviteit van een tekst. Lengte is geen kwaliteit. Lengte doet de meeste bezoekers juist afhaken. Een echte pro houdt immer de leesbaarheid in het oog. Ik ben een verstokte amateur.
.
Zeker bij informatieve boeken verdringt de samenvatting op Achille van den Branden ruimschoots het kritisch oordeel of de eigen bijdrage. Voor een goed deel is dat bescheidenheid. Ik hoef niemand lesjes te leren over een onderwerp waarin ik zelf onvoldoende ingelezen ben. De samenvatting is gewoon de bagage waarmee ik het volgende boek daarover wil aanvatten. Achille van den Branden is een openbaar werkschrift. Ik schrijf over de boeken die ik lees om mezelf, soms door scha en schande, te ontwikkelen.
.
De eerste maatstaf waarop een boekbespreking moet beoordeeld worden is de mate waarin de recensent zaken optekent die eigen vinding zijn, die het boek duiden en die uitmonden in een beargumenteerd oordeel. Met andere woorden, zaken die
.
1] niet te herleiden zijn tot de biografie van de auteur
2] losstaan van de receptiegeschiedenis van dat ene boek
3] geen parafrase zijn van de korte inhoud
4] geen citaat zijn om de inhoud of een bewering te illustreren
.
Inderdaad: laat dat nu de maatstaf zijn waarop dit weblog laag scoort. Willens en wetens laag scoort, want het is nooit de bedoeling de beste recensie te schrijven die ik in me heb. Met dit weblog wil ik in de eerste plaats mezelf van dienst zijn. Dat werkt: na ruim vijfhonderd recensies lukt het me nog altijd probleemloos vier besprekingen per week af te scheiden. Egoïsme duurt het langst.
.
Welke elementen een recensie dan wel waardevol maken? Dat zijn volgens mij de antwoorden op de volgende vragen (in willekeurige volgorde):
.
1] waar situeert het boek zich in het oeuvre van de auteur?
2] hoe verhoudt het boek zich tot een bepaalde literaire traditie: wat zijn de gemeenplaatsen van het genre? wat is, in dat licht beschouwd, de originele bijdrage van de auteur?
3] wat is de originele bijdrage van de auteur tout court, los van stilistisch vernuft?
4] waar zitten, bij een als waarheidsgetrouw bedoeld boek, de onwaarschijnlijkheden? waarom is het boek (on)geloofwaardig?
.
Maar zelfs de optelsom van deze elementen (die objectiever in te vullen zijn dan velen menen) volstaat niet. Subjectiviteit blijft het cement. De persoonlijkheid van de recensent moet voldoende krachtig zijn om alles op smaak te kunnen brengen. De bespreker moet een boek door zijn hoogstpersoonlijke emotionele en intellectuele filter halen. Een pittige, zij het niet modieuze taalbeheersing ligt onvermijdelijk in het verlengde daarvan.
.
Als hij ook nog eens eerlijk blijft, en niet te beroerd is om aan te geven welke de vooroordelen of wensen zijn ten aanzien van het te lezen of gelezen boek, schrijft hij per definitie een waardevol stuk.
.
Soms denk ik dat het mij aan persoonlijkheid ontbreekt. Ik heb maar weinig zekerheden. Houd van zeer veel verschillende boeken. Als ik lees ben ik een hol vat dat volloopt met het geschrevene. Dus kan ik ‘vol zijn’ van boeken die haaks op elkaar staan. Een vast kader om boeken vanuit te beoordelen heb ik niet. Schrijven over lezen is voor mij dan ook schrijven over een momentopname. Het weblog is daarvoor een perfect medium.
.
Ook al omdat ik bij een eerste leesbeurt goed vaart maak. Ik lees een boek op één of twee avonden uit. De avond daarna tik ik mijn aantekeningen over en verzamel ik representatieve passages. Als de tijd rijp is schrijf en publiceer ik de eigenlijke recensie.
.
Ik leg mezelf één discipline op: de recensie moet in een halve dag zijn beslag krijgen. Tijdens de middagpauze op zijn minst de ruwbouw, ‘s avonds eventueel de finishing touch. Een bespreking op dit weblog moet dan ook niet meer willen zijn dan een impressie van en medidatie over die oorspronkelijke leeservaring, weliswaar ingebed in een korte synopsis en — indien ik daar zelf iets van opsteek — biografische informatie.
.
En toch knaagt het soms, en wil ik een recensie schrijven louter opgebouwd uit vaststellingen die niet zomaar te herleiden zijn tot een parafrase van de korte inhoud. De analyse van De kleurenvanger, hieronder, is een voorbeeld van hoe een bespreking er zou uitzien als ik wat meer mijn best zou doen. Voor de verandering een tekst waar ik drie avonden aan heb gewerkt, in plaats van anderhalf uur, tussen twee boterhammen door. Om het verschil te tonen met het dagelijkse haastwerk, en om te tonen dat ik wel meer kan dan citaatrijgen.
.
Langer dan drie dagen besteden aan een boek, kan ik op vrijwillige basis niet opbrengen. Ik droom er weleens van me een paar weken met een heel oeuvre te isoleren en daar een definitief stuk over te schrijven van tienduizend woorden, zoals Hans Goedkoop dat zo goed kon. Maar daar zou een bom duiten moeten tegenoverstaan. Wat me eens te meer ontmaskert als amateur.

§2713 · door · Tuesday 25 October 2011 ·


Zeg uw gedacht