(Oorspronkelijk in een licht gewijzigde vorm gepubliceerd op 2 maart 2008, onder de titel ‘Na het lezen van enige recensies op Recensieweb [2]‘)
.
Wat me irriteert, is het het vaak falend stijlgevoel van de besprekers, én de rare, schoolse reflex van vrijwilligers om ook hun boekrecensies op te tuigen met lauw, flauw en slaapverwekkend vakjargon. Meestal blijven mijn besprekingen daarvan verschoond, maar trouwe lezers van Achille kunnen met evenveel gemak een lijstje aanleggen van mijn hebbelijkheidjes. (Het verbaast me telkens weer dat sommigen dit weblog nog steeds zien als het product van een collectief; in elke bespreking haal ik mijn eigen tics er zo uit.)
.
Ik had het over gebrek aan stijl. Ik heb simpelweg geen vertrouwen in het esthetisch vingertoppengevoel van recensenten bij wie geen alarmbel gaat rinkelen wanneer zij in hun kladversies op drab stoten als ‘poëtische woordcombinaties’, ‘doorgestokenkaartgehalte’ en ‘thrillerachtige spanning’. Noch in besprekers die weinig verder komen dan het grijze taaltje van ‘plotontwikkeling’, ‘zinsconstructies’, ‘verhaalelementen’.
.
Daarmee zeg ik niet dat recensenten zich ineens moeten gaan uitputten in poëtische taal om het cliché te weren. Integendeel, ik merk dat wanneer journalisten boven hun macht gaan schrijven en hun bespreking er heel literair willen doen uitzien, ze meestal teruggrijpen naar wat ik noem de ‘lexicale noodgreep’. Dan persen ze zichzelf uit als een citroen om op elke vierkante centimeter toch maar andere, exotische bewoordingen te vinden voor gemeenplaatsen. Neem deze paragraaf uit een bespreking van Datumloze dagen:

Alter ego’s zijn het evenwel niet, wél afsplitsingen, samenpersingen en uitvergrotingen van bij de schrijver prominent aanwezige en niet te temmen obsessies. Het ene boek uit en het andere in, zo banjeren de somberende, vaak ook door ongrijpbare angsten verteerde lobbesen door het almaar uitdijende en toch o zo hechte oeuvre van Brouwers.

Dat is een paar minuten leuk — ik maak me er ook genoeg schuldig aan op dit weblog, juist om die reden, om het voor mezelf plezierig te houden — maar welbeschouwd zijn zo’n recensies even nietszeggend als die van amateurs. Ik lees ze alleen nog sporadisch.
.
En toch is alles beter dan dat gruizige gezwets van academische lieden. Literatuurprofessoren zijn geen exacte wetenschappers en ze zullen het ook nooit worden, of ze nu een abstract begrippenapparaat hanteren of niet.
.
Lijkt me geeneens wenselijk ook. Ik heb veel meer geleerd van critici die juist afstappen van het academische. Ik noem Van Deyssel, Hermans, Komrij, Brouwers, Ter Braak, Goedkoop en de latere Kees Fens — om binnen ons taalgebied te blijven. En ik sta net op het punt om met Karel van het Reve nog zo’n grote meneer te ontdekken. Het is mijn ervaring dat de mensen die de verstandigste dingen zeggen, dat meteen ook doen in een helder, eenvoudig te begrijpen betoog.
.
Helemaal erg is het als vakjargon ingezet wordt om te suggereren dat er meer tussen aarde en hemel waar te nemen valt, dingen die voor de leek weliswaar niet zichtbaar zijn, maar door specialisten met een soort dieventaaltje benoemd kunnen worden. Een Rutger H. Cornets de Groot is daar een meester in. Zijn stukken zijn nochtans heel makkelijk te vertalen in prettig, beeldend Nederlands, alleen blijkt hun soortelijk gewicht dan ineens een stuk minder.
.
Vijf dingen kunnen een recensie redden. (1) Eigen ideeën die iets toevoegen aan het boek. (2) Een krachtig, meestal persoonlijk getint inzicht in de sterktes en zwaktes van het boek. (3) Een empathische doorlichting van de personages. Je zou zulks method reviewing kunnen noemen, naar analogie van method acting. (4) Een beknopt verslag van je eigen, persoonlijke verhouding met het boek: waarom houd ik (niet) van dit boek. Waarom zou dat kunnen zijn? (5) Echte stilistische panache.
.
Als ik mijn eigen weblog bekijk dan moet ik vaststellen dat ik op alle punten meestal in gebreke blijf. Omdat het niet mogelijk is op dagelijkse basis kwaliteit te leveren, natuurlijk, maar ook omdat het opzet van dit weblog voor een stuk in de weg zit.
.
De besprekingen hier zijn immers alleen bedoeld om mezelf te verplichten bij volle bewustzijn een gelezen boek te reconstrueren en zodoende de leeservaring dieper te verankeren in mijn geheugen. Door zelf over een boek te schrijven is er meer kans op een goed doorbloede herinnering, jaren later. Tegelijk is zo’n weblog een leuk, eigengereid naslagwerkje. Voor mezelf. Als in de slipstream van dat haastwerk al eens een oorspronkelijke gedachte opwelt, is dat mooi meegenomen.
.
Of literaire critici schrijvers dan wel journalisten zijn is een non-discussie. De schaal die ik gebruik is niet binair, maar glijdend.
.
Hoe meer je afstapt van de loutere verslaggeving, hoe meer je van jezelf in een recensie stopt, zoekend, mijmerend, uitproberend, des te meer schuif je op naar het schrijverskamp.
.
Hoe leesbaarder, aangenamer en memorabeler je schrijft, des te meer schuif je op naar het schrijverskamp.
.
En nogmaals, leesbaar schrijven hangt altijd samen met het afstappen van vakjargon. Jargon is bedoeld om de communicatie tussen specialisten vlotter te laten verlopen, en kan nooit een doel op zich worden. Wie op het einde van de rit zijn bevindingen niet in mensentaal kan omzetten, is onkundig of laf. Jargon als comfortabel harnas.
.
Als ik mijn eigen stukjes herlees dan stel ik vast dat ik — onder tijdsdruk — boeken bij voorkeur beschouw als een lange voettocht, waarbij ik aan een toekomstige versie van mezelf uitleg wat er onderweg zoal te zien was, of het landschap mooi was, de paden goed begaanbaar, de eigenaar van het domein intelligent. Op zijn hoogst is dat journalistiek.
.
Om toch een minumum aan levendigheid te bekomen bij het resumeren van een boek, neem ik graag mijn toevlucht tot uitgebreid citeren en parafraseren. Liever een snoer pittige quotes dan een fletse echo daarvan in eigen woorden.
.
Dat verhoogt de mnemotechnische waarde van zo’n stuk (voor mij dan, die het boek gelezen heeft), maar heeft natuurlijk niets met enigerlei ontleding te maken. Een goede bespreking kan nooit zomaar de selectie en letterlijke weerkaatsing zijn van de mooiste splinters uit andermans boek.
.
Ach, als een dag 26 uren telde, dan…

§2718 · door · Tuesday 25 October 2011 ·


2 reacties op “Wat is een goede recensie? [1]”

  1. Pjötr NembkowNo Gravatar says:

    Kleine taalopmerking: voor mij dan, die het boek gelezen *heeft*.

  2. [...] met daarin zijn meest lucide stukken. Onder andere ‘Tijd om te lezen’ en het tweedelige ‘Wat is een goede recensie?’ is aan te [...]

Zeg uw gedacht